Dromen over de Balluchi vallei

Dit is het verhaal wat ik heb geschreven en voorgelezen op de voorleesmiddag van Schrijvende lopers. Een verhaal wat al lang in mijn systeem zat en nu op papier staat.

Als ik mijn voet op de vliegtuigtrap zet voel ik gelijk deverzengende hitte van de woestijn.
De geur van de hitte dringt in mijn neusen ik voel dat ik in Urzugan ben. Het is Mei 2030.
Ik kijk om mij heen en herken niets meer van het toen zo kleine vliegveld watop Kamp Holland lag.
Kamp Holland is weg en het vliegveld is groot geworden met een ontvangsthal.
Waar ooit 1 zandstrip was liggen nu 4 vliegstrippen van beton.
Als ik de ontvangsthal inloop zie ik hem staan.
20 jaar ouder maar nog steeds een atletisch lichaam, hij heeft alleen nu watgrijze haren.
20 jaar geleden hebben we elkaar leren kennen in Uruzgan. Ik werkte alsgespecialiseerd verpleegkundige in de role 2 ziekenhuis. Hij was medic op hetmilitaire Afghaanse kamp en kwam vaak met zijn zieke collega`s in onsziekenhuis. Hij kwam uit Kabul maar was voor2 jaar in Uruzan geplaatst.
We liepen alle 2 hard. Shakeeb heel hard. Het record op de 5 en 10 mijl heeftjaren op zijn naam gestaan.
We trainden soms samen. Voor de estafette marathon maakte we een team .Deze wonnen we in de mix categorie en wewerden tweede in het algemeen klassement.
Het bezorgde veel militairen  eenknakmoment. Medisch personeel verslaat nu immers geen stoere mannen.
Tijdens trainingen  hadden we het vaakover hardlopen door de balluchi vallei.
Wij liepen in de buitenring van Kamp Holland en in de verte zagen we de bergenvan de vallei.
Lopen in de vallei was Iets wat toen onmogelijk was, je zou het waarschijnlijkniet overleven.

Shakeeb heeft het onthouden. Nu 20 jaar later heeft hij een ultratrailgeorganiseerd vanaf Tarin Kowt door de Baluchi vallei naar Chora en weer terug.
Ik mag hem lopen. Een droom die ik toenal had komt nu uit.
Het is vreemd om in Tarin Kowt rond te lopen. Niets doet meer denken aan toen.De bergen is het enige herkenningspunt.
TK is een middelgrote stad geworden. Ten Zuid Westen staat een herdenkingsbeeldvan Kamp Holland. De namen van de gesneuvelde militairen staan erop.
Ik sta er in stilte, in gedachten. Het enige wat nog herinnert aan 20 jaargeleden.

2 dagen later staan we aan de start van de Ultratrail
Met mij nog 100 andere lopers uit de hele wereld. Opvallend veel militairen.Waarschijnlijk hebben zij ooit hetzelfde gedroomd als ik, hardlopen door de balluchivallei.
Misschien is het ook een manier om iets af te sluiten.
Shakeeb heeft bewust de startplaats uitgekozen, bij het herdenkingsbeeld vanKamp Holland. Voor de start wordt er 1 minuut stilte gehouden. Je kunt eenspeld horen vallen.
Dan vertrekken we voor 80 km hardlopen.

Ten Noordoosten,  40 km van waar we nustaan ligt Chora. Dat is waar we heengaan, door de Baluchi vallei en via de andere kant weer terug.
We lopen door TK en ik zie de bazar. Veel herinneringen komen omhoog. Er zijnhier verschillende keren aanslagen gepleegd waar wij veel zwaar gewondenafghanen van hebben behandeld in het ziekenhuis op Kamp Holland.
Na een paar km komen gaan we over de Wanow Bridge. Dit gebied werd vroeger IEDAlley genoemd. Het zegt genoeg, het lag er vol met explosieven. De brug leidt ons naar de Balluchi vallei.
Ik loop volledig in gedachten. Tijdens al mijn uitzendingen ben ik nooit hetkamp af geweest behalve door de lucht. Maar ik ken het gebied door al deverhalen.
Nu zie ik tijdens het lopen alles tot leven komen, het is alleen 20 jaar later.

In de vallei is alles groen, Ten westen van de trail ligt een rivier, de TeriRud. Dat zorgt ervoor dat we door een prachtige groene zone lopen. Om mij heenzijn kale bergen.
De stilte is intens of ik ervaar het zo omdat dit land steeds weer mijn hartopent.
Ik heb zoveel km`s hardgelopen in Afghanistan. Altijd binnen de zone van hetkamp. Vaak heb ik mij afgevraagd of ik hier ooit nog eens vrij zou kunnen hardlopen.Nu loop ik in vrijheid zoals de Afghanen eindelijk in vrjheid leven.
De km`s gaan voorbij. Ik drink regelmatig uit mijn camelbag. Pas na 40 km zalde eerste drinkpost zijn.
Onderweg kom je soms een Kwala tegen, een Afghaans huis. Dit gebied is redelijkonbewoond. De bewoners kijken verstoord op als er een loper voorbij komt maarals je groet, groeten ze vriendelijk terug.
Ik weet zeker als ik om water vraag dat ik het krijg. Het hoort bij deAfghaanse gastvrijheid. Dat zij km`s moeten lopen om het te halen doet er niettoe.
Na 33 km komen we bij Kala Kala. Kalakala is niet meer dan een kale berg met een paar kwalas onder aan de berg. Ooitwas hier een belangrijke politiepost.
Nog 7 km en ik ben in Chora, het districtcentrum. Hier is de eerste drinkpost.

Chora is altijd een strategisch punt geweest in de jaren dat de ISAF inAfghanistan was. Er liepen toen en nu nog steeds veel doorvoorroutes heen.
In 2007 schrijft Nederland militaire geschiedenis door bij de slag om Chora hetgebied weer terug te geven aan de Afghanen en de Taliban te verdrijven. 
Ik kom bij de drinkpost aan en vul mijn camelbag. Na een praatje met deAfghaanse vrijwilligers ga ik verder. We worden het stadje doorgeleid.
Kinderenmoedigen ons aan en sommige rennen enthousiast  mee.
De Afghaanse mannen en vrouwen kijken nieuwsgierig toe. Sommige zitten op hunknieën al uren langs het parcours alles te aanschouwen.

Via de andere kant gaan we over een weg terug. Ooit aangelegd door Afghanen insamenwerking met de Nederlanders en Australiërs.
Ondanks dat er een weg loopt, is het gebied nog erg rustig.
We passeren eenaantal dorpjes, Nabi Khan, Mazullah en Pacha Kan. De dorpjes zijn gegroeid tenopzichte van 20 jaar geleden. Maar alles is nog steeds een soort middeleeuws.
De tijd lijkt hier nog steeds stil te hebben gestaan.
De route loopt door 2 districten. Om ons heen de uitlopers van het gebergte dehindu kush. Terwijl we hardlopen is het uitzicht op dit gebergte prachtig.

Ik loop al uren maar het voelt niet zo. Mijn gedachten zijn zo met anderedingen bezig dat ik mijn benen niet eens echt voel. Ook niet na 60 km.
Voor ik het weet ben ik bij km punt 65 en is er een drinkpost.
Voor de laatste keer vul ik water bij en eet ik nog wat. Ik geloof niet dat ikooit grotere meloenen heb gezien dan hier in Afghanistan. Ze smaken heerlijk.
De laatste 15 km moeten geen probleem zijn.
Ik passeer wat lopers en we pratenwat. Maar ik merk dat ik graag alleen loop. Alleen met mijn gedachten.
Ik kom weer bij de Wanu bridge en steek over om Tarin kowt bijna in te rennen.
Provisorisch is TK afgezet, het leven gaat gewoon door. Of er nu eenultratrail is of niet.
Ik loop door het stadje en ruik de geuren van kruiden en eten.
Met een groteglimlach kom ik bij de finish en daar staat Shakeeb met een even grote glimlachals die van mij.
Hij heeft mijn en zijn droom doen uitkomen. 80 km hardlopen door een land watooit verscheurd was door ellende en oorlog.
Nu heb ik er hard gelopen, in vrede en veiligheid.

Een wedstrijd zonder startnummer

Ik draai de bocht om en de Brienenoord brug doemt op. Met mijzelf maak ik de afspraak om op hoog tempo de brug op te rennen. Het eerste deel is een bocht die al omhoog gaat en je op het rechte deel van de brug brengt. Halverwege de brug zie ik een loper. Hij wordt mijn prooi. Ik ren met 12 km per uur de brug op. De ademhaling is constant maar hoog.
De loper komt dichterbij en ik zet aan want ik wil er voorbij voordat hij boven is. Het geeft mij een boost om inderdaad vol tempo de brug op te lopen.
Als de loper bijna boven is ga ik er voorbij. Ik zet nog even extra aan om een gaatje te slaan.
Boven gekomen kom ik op adem. Rustig begin ik de afdaling. Ik zorg dat mijn hartslag weer daalt en zoek een comfortabele zone.
Dan passeert de loper mij. Hij zet aan als ik opzij kijk en hem voor de tweede keer groet. Nors blijft hij vooruit kijken en groet wederom niet terug. Hij heeft een grote zwarte snor en is zeker boven de 40 jaar.  Het geeft de man een stoffig uiterlijk, alsof hij zo uit de jaren 70 gestapt is.
Zijn loop outfit is modern. Een tight en jasje van Adidas. Het komt uit de laatste collectie. De loopschoenen zien er gebruikt uit.
Het waait en als hij mij passeert blijf ik achter hem lopen. Hij is lang en houdt mij zo wat uit de wind. Ik merk dat hij wat versneld en loop ontspannen achter hem. We draaien de brug af en passeren de trap. Er zijn twee mogelijkheden ofwel hij gaat links of rechtsaf het fietspad op. Ik moet rechtsaf, hij ook. We lopen onder de brug door en ik merk dat ik steeds wat moet inhouden. Hij heeft een zware ademhaling en ik denk dat hij ver boven zijn tempo loopt. Maar ondanks dat loopt hij gestaag door. Hij kijkt niet om maar weet dat ik achter hem loop. Ik zie dat hij het hoort en voelt. Hij wil mij voorblijven en ik laat hem even.Ik weet dat ik hem aan kan en de uitdaging is aangenomen.
Dan is het tijd om wat te versnellen en ik passeer hem als we de bocht ingaan. Ik voer het tempo gelijk op, hij gaat mee. Ik besluit om tot de kruising 2 km verderop dit tempo te blijven lopen. Daar zal ik weer omdraaien en rustig terug lopen tot de brug.
Na een paar honderd meter hoor ik hem niet meer. Ik kijk niet achterom maar weet dat hij het opgegeven heeft. In hetzelfde hoge tempo loop door tot ik bij de kruising ben. Daar stop ik, rek wat en kijk waar de man met de snor is. Ik zie hem niet meer. Misschien is hij omgedraaid.
Na een minuutje hervat ik mijn training en ren terug, rustig aan. Pas als ik de bocht doorkom zie ik ` snor` weer. Hij heeft al die tijd gewandeld, dat kan niet anders.
Als hij mij aan ziet komen zie ik de irritatie haast op zijn gezicht, `daar is ze weer`. Hij zet snel aan voor in ieder geval een dribbel loopje en beweegt zijn nek wat. We passeren elkaar en hij gunt mij geen blik. Stoïcijns blijft hij voor zich uitkijken. Ik onderdruk de drang om fluitend voorbij te rennen maar loop wel verder met een grijns op mijn gezicht.
Soms is het leuk om zomaar een wedstrijdje te lopen zonder dat die er is. Maar beide weten we dat het er was. Beide weten we dat ik hem gewonnen heb. En beide weten we dat hij een slechte verliezer is.

48 uur in het veldhospitaal

Dit is het verhaal wat ik heb geschreven naar aanleiding van het literair trainingskamp en is gepubliceerd in de volkskrant op 22 december 2007. Voor degene die het nog niet hebben gelezen…..
Het literair trainingskamp is een gezamenlijk initiatief van de Volkskrant en het ministerie van Defensie. De opbrengst van het boek wordt besteed aan de opbouw van een vrije pers in Afghanistan.

Ik maak mijn hardloop schoenen vast en doe mijn camelbak om. Hoe lang ik ga lopen weet ik niet maar dat ik moet hardlopen is duidelijk. Met een brok in mijn keel neem ik de eerste stappen. Het is middag in Urzugan, 30 graden , het heetst van de dag. Maar dat kan mij niet schelen. Ik zit vol emoties. Mijn hoofd moet leeg en terwijl ik de eerste km ren voel ik dat het zwaar gaat, ik heb mijn ademhaling nog niet onder controle. De warmte maakt het er niet makkelijker op.

10 minuten geleden stond ik nog op de intensive care van Kamp Holland met airco en nu ren ik in de hitte van de woestijn. Na de eerste km kom ik in mijn ritme en ben ik in de buitenring van het kamp.
Ik kan de ronde in de buitenring dromen. Het is een stoffig pad wat op en neer gaat. Een omheining trekt de grens van waar ik mag lopen. Langs de omheining  passeer ik Afghaanse wachtposten. Zij zorgen voor de beveiliging en terwijl ik de eerste post passeer groet ik de Afghaanse militair. 
Alleen, omringd door bergen laat ik mijn gedachten gaan. De bergenhellingen  zijn prachtig, de velden staan vol met klaprozen. Wat een schril contrast met de werkelijkheid van dit verscheurde land. Terwijl mijn voeten zich vanzelf optillen en weer neer zetten denk ik aan het moment waar het mis ging twee dagen geleden.

Op de drukbezochte bazar in Tarin Kowt heeft de jonge handelaar een stalletje met oud ijzer. Ook oude Russische mijnen die onschadelijk zijn worden er gesloopt. De resten oud ijzer leveren geld op. Terwijl hij een klap op de mijn geeft staat de wereld stil. De mijn was niet onschadelijk, en ontploft. De klap is enorm, er is chaos en er zijn gewonden.

Ik heb mijn cadans gevonden en loop in trance. De kilometers gaan voorbij  zonder dat ik het merk.

Het volgende beeld dat in mijn hoofd verschijnt is de eerste gewonde in het veldhospitaal. Ik hoor de jongen `Allah, Allah` roepen.. In een fractie van een paar seconden denk ik dat ik in een hele nare film zit . Zijn benen en armen zijn van zijn lichaam gerukt, zijn gezicht is weg gevaagd en hij blijft om Allah roepen. Ik ruik bloed en verbrand vlees. Dan gaat de knop om en ben ik verpleegkundige. Terwijl ik een infuus inbreng voel ik het bot van zijn afgerukte  arm langs mijn arm schuiven. We geven hem snel wat morfine en comfort care zodat hij zo min mogelijk pijn zal hebben. Ik heb geen tijd om bij hem te blijven tot hij overlijdt, dat doet een andere collega.

Er zijn nog twee slachtoffers binnen, twee kinderen. Ik ga naar de jongen die er het slechts aan toe is. Er komt hersenweefel uit zijn schedel, en hij heeft meerdere verwondingen. We stabiliseren en intuberen de jongen en beademd gaat hij over naar de intensive care. Het derde kind wordt geopereerd en kan daarna naar de verpleeg afdeling van ons ziekenhuis.

Continue reading “48 uur in het veldhospitaal” »

Te koop; 2 medailles Rotterdam Marathon

Twee mooie medailles van de Marathon uit het het jaar 1992 & 1993 de medailles verkeren in perfecte staat. Ze kunnen ook geruild worden tegen Douwe Egberts spaarpunten.

Zomaar een advertentie die ik tegenkwam op Marktplaats. Op zoek naar het boek van Jan Knippenberg doorliep ik de hardloop rubriek en kwam ik deze advertentie tegen.
Sindsdien speelt deze zin zich af in mijn hoofd. Zal ik de moeite nemen om deze adverteerder te mailen? Of laat ik het open en vul ik het in met mijn eigen fantasie.
Want waarom zet je je medailles te koop? Van wie zijn die medailles? Ruilen tegen Douwe Egberts punten? Koopt iemand die medailles?
Het is het begin van een boek. Als je hier je fantasie op los laat kun je zoveel scenario`s schrijven. Dit is er een van mij..wie volgt….

1992 en 1993 waren zijn topjaren. Hij liep de ene pr na de andere, het waren de enige 2 marathons die hij ooit gelopen had maar wel met de mooiste hardloop herinneringen.
18 april 1993, toen had het nog de naam; Nike Marathon Rotterdam. De winnaar was Dinonicio Ceron uit Mexico, hij liep 2.11.06. Maar de vrouw die dat jaar won zal hij nooit vergeten, Anne Van Schuppen. 2.34.15.  Hij zat er niet zo heel ver achter, ze hadden zelfs een aantal km`s samen gelopen maar het ging hem net een tikkeltje te hard en bij km 35 had hij haar moeten laten gaan. `Je kunt winnen`, had hij haar nog nageschreeuwd en dat deed zij. Altijd als hij over zijn marathon avontuur vertelde, vertelde hij er bij dat hij Anne, de winnares, toch wel zeker 30 km gehaasd had. Het woord hazen bestond toen misschien nog niet, hij had haar uit de wind gehouden.
Zijn marathon tijd was 2.40.40, een droom tijd. Hij wilde rond de 3 uur lopen en wist dat hij dat kon. Maar dat hij deze tijd kon lopen had hij nooit kunnen voorspellen. Die dag zal hij nooit vergeten. Hij wist toen hij aan de start stond dat hij heel hard ging lopen.
Alles klopte, zijn spanning voelde goed, hij was er klaar voor en kon niet wachten op het startsein. De eerste 20 km heeft hij iets in moeten houden omdat hij anders echt veel te hard zou gaan. Maar na 20 km heeft hij alles los gelaten en wilde hij gewoon zien waar hij uit ging komen. Dit was zijn dag en hij voelde dat het goed was.
Rond het 5 km punt kwam hij bij Anne terecht. Omdat hij wat wilde inhouden vond het het een eer om haar uit de wind te houden. Er werd niet veel gepraat maar dat zij het waardeerde liet ze duidelijk blijken, het maakt hem trots. Bij km 35 kreeg hij het zwaarder en liet hij zich wat zakken, maar het maakte al niets meer uit.
Zijn tijd was dik onder de 3 uur en toen hij de Coolsingel opdraaide en hij al die mensen hoorde klappen werden de emoties hem te veel. Wat een droomdebuut.
Het jaar erop liep hij nog eens 5 minuten van zijn tijd af maar de marathon van 1993 was toch de mooiste. Het jaar daarna werd hij tijdens een van zijn trainingen geschept door een auto.

Continue reading “Te koop; 2 medailles Rotterdam Marathon” »

Hardlopen in Mazar E Shariff

Terwijl ik naar de hoofdpoort van het Nederlandse kamp in Mazar E Shariff loop controleer ik of ik alles bij mij heb. De camelbak zit vol met water, mijn wapen zit achter de rits en aan de andere kant zitten de gelletjes.
Ik meld mij bij de poort samen met een aantal andere collega`s, we noteren onze naam op de lijst en schrijven ons uit. De regel is om met minimaal 3 mensen te gaan hardlopen vanwege de veiligheid. Buiten het kamp lopen 2 ronden, de korte is 5 km en neem je de lus mee dan loop je bijna 8 km .
Terwijl ik begin met hardlopen denk ik aan de eerste keer dat ik hem zag. Een geitenherder met een zwarte baard, diepe bruine ogen, slippers aan en een hoed op tegen de felle zon. In zijn hand heeft hij een grote wandelstok waar hij op steunt of waar hij de geiten mee aantikt als ze verder moeten lopen.
Hij loopt tussen de geiten en ik bedenk mij hoe hij zich zomaar zou kunnen opblazen als ik voorbij ren. Dat hij een riem met explosieven om zijn middel kan hebben of iets onder zijn geiten zou kunnen binden wat kan exploderen.
Vreemd hoe een land en omstandigheden je gedachten kunnen beïnvloeden.
Nu zie ik hem iedere morgen als ik hardloop en groeten we elkaar. Hij is er ondertussen bij gaan zitten. Door zijn knieën gezakt zit hij langs het parcours. In zijn rechterhand heeft hij zijn stok en bekijkt hij dit hardloop tafereel steeds weer. Een prettige afwisseling van zijn begin van de dag waarvan de meeste al jaren hetzelfde zijn.
Vreemd genoeg is het nu iedere morgen een vertrouwd gezicht. Als hij er niet is vraag ik mij af waar hij is, maak ik mij misschien zelfs zorgen.
Maar meestal is hij er na een dag van afwezigheid weer en is ons kleine ritueel weer vertrouwd als we elkaar groeten.
Op een vroege ochtend ga ik samen met 2 collega`s een lange duurloop doen.
Om 5 uur lopen we de poort uit en terwijl de bloedrode zon opkomt beginnen wij aan het eerste rondje. De bergen kleuren diep rood mee. Het is de mooiste opkomende zon die ik ooit heb gezien. In de verte hoor ik de moskee van Mazar E Shariff, ik loop ontspannen.
Na 20 km haakt de eerste marinier af en lopen we samen verder. De herder heeft zich ondertussen gemeld en we groeten elkaar. Traditiegetrouw zakt hij door zijn knieën en gaat naast het parcours zitten.
Na 23 km haakt de andere collega ook af en ben ik alleen over.
Ik besluit nog een grote ronde van 8 km te doen. Eigenlijk tegen de regels in, de ronde is verder weg en niet bedoeld om alleen te lopen. Maar het is een moment van onbezonnenheid en ik niet bezig ben met gevaar. Ik ben in mijn eigen wereld en het voelt veilig.
Terwijl ik op de verste hoek van de ronde ben zie ik in de verte een jingletruck aankomen. Een grote stofwolk komt mijn kant op. Opeens realiseer ik mij dat het niet handig is om daar alleen hard te lopen. In het gebied zijn aardig wat steenfabriekjes en de Afghanen uit Mazar E Shariff werken daar.
“Natuurlijk”, zeg ik tegen mijzelf, “is die jingletruck op weg naar een steenfabriek en de mannen die achterin staan zijn de arbeiders”.
De stofwolk komt vrij snel dichterbij, de contouren van de mannen worden nu gezichten met baarden en kijken niet vriendelijk mijn kant op.
Ongemerkt gaat mijn tempo omhoog en mijn hart klopt in mijn keel. Ik kijk rond en zie in de verte de herder. Plotseling is hij mijn veilige haven, ik versnel mijn pas en ren in zijn richting. Des te dichter de truck in mijn richting komt des te harder loop ik in de richting van de herder.
Mocht de truck stoppen en een Afghaan mij erin sleuren zal de herder mij te hulp schieten. Hij zal in het Pasthoen roepen dat ik goed volk ben, dat hij mij kent en wij elkaar iedere dag groeten. Hij zal zijn stok opheffen en er eventueel mee slaan. Hij zal paniek zaaien door zijn geiten op hol te laten slaan. De herder die ik aanvankelijk aanzag voor een eventuele terrorist zal nu mijn Afghaanse held worden.
De stofwolk is nu heel dichtbij. Mijn adem stokt en de truck passeert mij. De arbeiders zwaaien en de herder kijkt verstoord op.
Ik ren door, haal opgelucht adem en beloof mijzelf om niet meer alleen te gaan lopen.

Wanneer wordt een bed een sterfbed?

Wanneer wordt een jogger eenhardloper? Wanneer wordt een middellangeafstandloper een marathon loper? Wanneer wordt een bed een sterfbed? Vragen waar hij overmijmerde, eerst in algemene vorm maar al snel stelde hij de vragen aan zichzelf.Terwijl hij zich probeerde om te draaien, wat moeizaam ging door de pijn, kwamen debeelden van zijn eerste loopjes voorbij.
Hij was te dik geweest, hetovergewicht beperkte hem in vele dingen. Het moment waar de knop om ging washet moment waar hij uitgeput het spel met zijn zoontje moest opgeven omdat hijsimpelweg niet meer kon. Vanaf toen is hij gaan joggen, 2 keer in de week meteen aangepast eetpatroon. De kilo`s verdwenen gestaag en langzaam werd defrequentie opgevoerd naar 3 tot 4 keer in de week. Hij ging meedoen metwedstrijdjes van 10 km om uiteindelijk zijn eerste halve marathon te lopen. Dat was het moment, zodacht hij, waar hij zichzelf een hardloper was gaan noemen.
Hardlopen was zijnpassie geworden en samen met zijn vrouw liep hij vele km`s. De afstanden warenondertussen omhoog gegaan en beide hadden hun debuut op de marathon gemaakt. Zo warenze marathon lopers geworden. Een glimlach kwam om zijn mond, terwijl hij dachtaan alle marathons die ze samen hadden gelopen.
Op dat moment ging de deur openen stond zij voor hem. Zij, de vrouw van zijn leven. Ooit dacht hij in zijnnaïviteit dat het moeilijkste in zijn leven het moment zou zijn waar hij nietmeer kon hardlopen. Nu hij op sterven lag wist hij beter, de gedachte om haarnooit meer te zien veroorzaakte een pijn die hij nooit eerder had gevoeld. Bij het sterven had hij zich neergelegd maar het afscheid van haar deed zijn hart ineen krimpen. Ze keek naar hem en vroeg hem waarom hij een glimlach om zijn lippen had.`Ik dacht aan jouw` zei hij. `Charmeur` zei zij terwijl ze naast hem op het bedging liggen. Hij vertelde haar over de vragen die bij hem opgekomen waren diemorgen, en dat hij nu net dacht aan de mooie marathons die ze samen gelopenhadden.
Zo lagen ze samen op bed en vertelde elkaar alle herinneringen die ze haddenbij hun marathons. Rotterdam, Amsterdam, Berlijn, New York, de Jungfrau, Cusco,Boston, Big Sur en zelfs de 2 Oceans. Als ze alles optelde kwamen ze op 35marathons die allemaal gelopen waren met plezier en vooral met passie.
De marathons waren een leidraad in hun leven geworden. Bepaalde gebeurtenissen, zoals een geboorte, een trouwerij en een verhuizing kondenze zich herinneren aan de hand van de gelopen marathon in dat jaar. Ze moestener om lachen, een vreemd gegeven die alleen lopers begrijpen.
Het gesprek kreeg een andere wending toen zij hem vroeg of hij al antwoord had op de vraag wanneer een bed nu een sterfbed werd. Hij vertelde haar dat dat moment misschien wel daar wasals je het je af ging vragen.
Het bleef een tijdje stil, ze wisten beide dathet niet lang meer zou duren. Ze hadden er al vaak over gesproken maar de pijnwerd er niet minder van. Zij had hem moeten beloven dat ze altijd zou blijvenlopen en dat hij van de atletiekbaan `boven` zou toezien of ze wel ging. Het vielhaar nu al zo zwaar om te lopen zonder hem, en nu was hij er nog. Maar hij wistals geen ander hoe belangrijk lopen was en hoe het je door moeilijke periodes kanhelpen. Zo bleven ze nog een tijdje liggen tot hij in slaap viel.

Continue reading “Wanneer wordt een bed een sterfbed?” »

De Eenzame Hardloper

Ik probeerde me hem voor te stellen toen hij nog jong was. In de flowerpower tijd moet hij rond de 18 geweest zijn. Een bos krullen en pakje Drum in de kontzak van zijn gescheurde spijkerbroek.
Hij kon heel de wereld aan, had veel kortstondige relaties, dat hoorde erbij. Tot hij haar tegen kwam. Hij viel voor haar als een blok. Met name haar vastberadenheid en kracht, dat had hij nog niet eerder in een vrouw zo sterk gezien. Ze had een soort macht over hem wat hem fascineerde.
Toen ze zwanger werd trouwde hij haar, nu al meer dan 50 jaar geleden. Ze kregen 4 kinderen en hij dacht de vrouw van zijn dromen te hebben gevonden. Maar naarmate de jaren voorbij gingen werd haar vastberadenheid een eigenwijsheid die mateloos irritant werd. In het begin ging hij nog in discussie maar dat werd minder, hij won het nooit. Zij wist het altijd beter. Hij sprak steeds minder, zij sprak wel voor hem. Zo werden ze samen oud, de kinderen gingen het huis uit en toen hij na vele arbeidsjaren met pensioen ging was hij hele dagen met haar. Hij besloot te gaan hardlopen om haar te ontvluchten. Het hardlopen werd zijn passie, het was zijn manier om in zijn eigen dromenwereld te stappen. En zo liep hij km`s zonder te weten waarheen zolang het maar weg was van haar.
Hij droomde over reizen die hij nooit gemaakt had, vrouwen die hij nooit gehad had, vrijheid die hij ingeleverd had, vriendschappen die er niet meer waren en zo werd hij een ultraloper die zijn heil zocht in het hardlopen.
Soms als de loop niet zo lekker ging verloor hij zich in sombere gedachten. Waarvoor was hij niet bij haar weg gegaan, waarom liet hij zich zo afbekken, waarom koos hij uiteindelijk niet voor zichzelf? Maar dat kon hij niet, hij was opgevoed met de gedachte dat je met iemand trouwt voor de rest van je leven en die belofte moest hij nakomen. Zij doogde het. Zij vond dat hij gek was maar zolang hij maar niet op zaterdag en zondag ging hardlopen liet ze hem. Zaterdag moest hij mee voor de boodschappen en zondag was het familie bezoek dag.
Tot de dag dat hij tegenover mij zat en ik hem vroeg wat zijn klachten waren. Voor dat hij iets kon zeggen gaf zij antwoord.
`Hij zag er vaker rot uit, het zal wel van het hardlopen komen want zo veel hardlopen kon niet gezond zijn`.
Zo ging het een tijdje door totdat ik haar vroeg of ze nu misschien hem aan het woord wilde laten. Ze keek me geïrriteerd aan maar hield haar mond.
Hij sprak in het bijzijn van haar, dat had hij lang niet meer gedaan Om zijn lippen lag een glimlach omdat haar mond nu eens gesnoerd was.
Hij vertelde dat hij pijn op de borst had, een drukkend gevoel. Maar soms leek het ook wel van zijn maag te komen.
Ik prikte bloed, maakte een hartfilm en we spraken over hardlopen. Hij had pretogen, eindelijk iemand die ook een passie voor hardlopen had en hem begreep.
Maar ook de angst was in zijn ogen te zien, wat als hij een hartinfarct had? Wat als hij nooit meer kon hardlopen? Wat als hij altijd binnen bij haar zou moeten blijven? Die gedachte probeerde hij weg te drukken terwijl zij nog maar eens benadrukte dat het best een hartinfarct zou kunnen zijn.
Op het hartfilmpje was niets bijzonders te zien dus daar kon ik hem alvast mee gerust stellen. Uiteindelijk bleken de bloeduitslagen ook goed te zijn en met een recept voor zijn maag verliet hij het ziekenhuis. Ik schudde hem de hand, hij hield hem even vast terwijl hij mij een glimlach gaf. We wensten elkaar het beste en mooie loopjaren. Morgen ging hij weer lang hardlopen om zo weer in zijn eigen wereld te zijn, weg van haar. Morgen ga ik ook weer hardlopen maar gelukkig is mijn motivatie niet als die van hem.

Een meisje van 10

Ze is 10 jaar en geboren in Afghanistan. Haar ouders zijn nomaden en trekken rond met een groepje geiten en schapen. Een traditioneel groot gezin van 7 kinderen waarvan er 4 meisjes zijn en 3 jongens. De oudste is een broertje van 15 jaar. Zij zit in het midden qua leeftijd. Een van haar zusjes is al getrouwd. Schoenen heeft ze niet, haar voeten zijn behalve vies, een en al eelt van het vele lopen op blote voeten. Haar handen zijn dik, ruw en vies. Ook deze zijn getekend door het harde werken. Met haar 10 jaar moet ze iedere dag water halen ongeacht de afstand. Ook zorgt ze voor het huishouden en bakt ze brood met een van haar zusjes. Naar school is ze nog nooit geweest, ze heeft een andere taak in het leven. Dit is haar leven en zo is ze voorbestemt, tot de dag dat ze in de buurt bij een granaat stond die tot ontploffen kwam. Ze werd geraakt door vele granaat scherven en raakte zwaar gewond. Samen met haar vochten we voor haar leven, helaas moesten we na 1 week de strijd opgeven. Hopelijk is ze nu ergens waar ze kind mag zijn ……