Makgadikgadi pan – slapen onder de sterren

De Makgadikgadi Pan is een van de grootste zoutpannen in de wereld het beslaat 16,000 km2. De zoutpannen zijn de restanten van een heel groot meer, Makgadikgadi Lake is jaren geleden opgedroogd.
Makgadikgadi Pan bevindt zich ten zuidoosten van de Okavango Delta en is omgeven door de Kalahari woestijn. Het bestaat uit meerdere zoutpannen met zand en woestijn ertussen. De grootste zijn Sua, Nwetwe en Nxai.
Uiteraard trekt het regenseizoen veel dieren. Onder andere heel veel zebra’s er is dan namelijk een enorme zebra migratie naar dit gebied.

Zoutpannen zijn altijd bijzonder, leeg maar tegelijkertijd vol van leegte.
Zelf de zoutpannen oprijden is eigenlijk niet te doen. Je hebt geen idee waar je bent en je moet het ook nog zien te vinden, er ligt een wirwar van zandpaden. In ieder geval vanuit het deel waar wij vandaan komen.
Via internet hadden we een organisatie gevonden die een tour deed die ons erg aansprak.
De zoutpannen op, stokstaartjes onderweg bekijken, een stuk met een quad rijden en tenslotte in de woestijn op de zoutvelden slapen.
Ik vind stokstaartjes geweldig dus dat alleen was al genoeg om dit te doen.
In de namiddag stapte we in een jeep met 6 anderen. Ongeveer 2 uur rijden met onderweg wat stops om het een ander te vertellen door onze gids Imax. Hij was nogal lang van stof maar hij wist veel. Zo gaf hij een klinische les over de Baobapboom, je kunt mij nu alles vragen over de boom, ik weet het.
Zandpaden overal , door een gebied vol met Baobap bomen, maar Imax kende ze allemaal, zowel de bomen als de paden.
Een stukje voor de enorme zoutpannen kwamen we bij een paar lemen hutten met een oudere man en zijn vrouw als eigenaar. Die is ergens de concierge van een aantal quads geworden. Een tandarts en een douche had hij al lang niet meer gezien.

Uitleg over de quads volgde en binnen 10 minuten gas erop en weg waren we. Imax in de jeep en wij met 4 quads er achteraan. Na een kwartiertje kwamen we bij de Stokstaartjes bushman. Continue reading “Makgadikgadi pan – slapen onder de sterren” »

Botswana in en op pad in Chobe nationaal park

De grensovergang van Namibië naar Botswana is een brug. We hadden al een uur extra gerekend maar eigenlijk viel het alles mee. Aan de Namibië kant papieren invullen en we kregen een exit stempel.
Over een brug en dan het kantoortje van Botswana in, weer papieren en nog meer papieren want we hebben een auto. Daar moet je voor betalen (12 euro) maar ook daar krijgen we een stempel en kunnen we bijna Botswana in. Eerst nog met auto en erna met schoenen in een desinfectiebad ivm ziektes en dan we rijden Botswana in. Je rijdt dan eigenlijk gelijk Chobe national park in. 

De weg loopt dwars door het park en je mag niet harder dan 80 km en dat is maar goed ook. We zien bijna gelijk olifanten en zebra’s.
Even buiten Kasane hebben we een guesthouse, af en toe in een bed is wel lekker, en vooral even kleren wassen. Alles staat stjf van het stof. De weg naar de guesthouse lijkt wel een strandopgang van een paar km. Maar we worden er steeds handiger in. 


In de namiddag hebben we een riviertochtje geregeld. Met een bootje over de Zambezi river. Dwars door Chobe NP heen. 

Prachtig, weer een hele andere wereld. We zien hele kudde’s olifanten drinken aan de rivier. Nijlpaarden zwemmen en als de zon bijna ondergaat zien we ze grazen. Kudde’s buffalo, eland, heel veel prachtige vogels. Kleine vogels maar ook enorme roofvogels. Krokodillen en ondertussen horen we wat verhalen over het eiland die midden in de rivier ligt. Uiteindelijk is het via het gerechtshof in Den haag toegewezen aan Botswana en die gebruikt het voor het wild. 

De zon zakt langzaam in de rivier, een zonsondergang verveelt nooit maar helemaal niet in Afrika met de grote rode zon, alsof de hemel in brand staat.
Continue reading “Botswana in en op pad in Chobe nationaal park” »

On the road met onze Toyata 4×4 – soms best spannend

Namibie en Botswana met de Toyota 4×4 – best een avontuur vonden wij, vooral omdat we geen ervaring hebben met off road rijden. Ondertussen zijn we 2500 km verder en we draaien voor een aantal dingen ons hand niet meer om.
Links rijden is even wennen maar het zit bijna volledig in ons systeem. Jeanet doet nog steeds de ruitenwissers aan als we links of rechts af gaan maar voor de rest gaat het soepeltjes.


Het eerste deel van Windhoek naar de Sossusvallei is bijna volledig onverhard. Er zitten goede en slechte stukken tussen. vooral tussen Sossus vallei en Solitaire is het echt slecht qua weg. Maar wel een prachtige route die nooit verveeld en steeds weer anders is. Iedere 50 km is het terrein anders lijkt wel.
Van de Sossusvallei naar walvisbaai – onverhard en ook van ongekende schoonheid.
Dat deel is bijna volledig onbewoond. Er wonen bijna geen mensen en er zijn geen dorpen.
Vanaf walvisbaai tot Swakamund is het bewoond en zijn het echte plaatsen. Niet het Afrika wat je verwacht.
Vanaf daar rijden we richting het Noorden richting Etosha. Die weg kun je helemaal verhard rijden. Wij hebben nog een tussenstuk onverhard genomen wat korter was.
In Etosha is alles onverhard, er loopt een soort grotere onverharde weg door het park met heel veel zijpaadjes en lusjes. Die zijn wat minder maar goed te rijden maar prima te doen.
Vanaf Etosha richting Botswana ligt de Caprivistrook Of eigenlijk de Zambezi Region ( een nieuwe naam) , een 450 km brede strook land tussen Angola en Botswana die hoort bij Namibië. De Trans-Caprivi highway – een weg rechtdoor, ze zijn as we speak alles netjes aan het asfalteren.

Er is hier jaren lang gevochten door rebellen en er is veel wild door stropers gedood. Sinds 2002 is het er rustig. De laatste jaren ziet men het wild weer enorm groeien hier.
Hier liggen twee rivieren, de Okavango en de Zambezi. Prachtige plekken om te kamperen wat wij ook doen.
Vanaf Etosha is er veel meer leven overal. Langs de weg zijn overal hutjes te zien en er wandelen en leven overal mensen. De route is dan in dit deel niet heel boeiend qua natuur, het is ongeveer 450 km rechtdoor, maar wel om mensen en het lokale leven te bekijken.
Zwaaiende kinderen, handel, scholen, huttendorpjes, veel vee, we stoppen regelmatig voor overstekende koeien en geiten, kortom het Afrikaanse leven.
Het is ook een groener deel want er is water.


In het Caprivistrook ligt nog een kleiner National Park, Mahango Game Reserve. Dat wordt nog niet zoveel bezocht en dus een goed idee om er een paar uurtjes te rijden.
Entree – 6 euro. We kregen een A4tje, er werden wat paden op getekend en ze vroeg nog even of we met de auto in zand konden rijden. Dat kan, maar ik zei dat we niet in diep zand wilden rijden. No problem en nog wat gemompel.
En zo gingen we op pad met ons blaadje als kaart, eerst richting de rivier en daar zagen we de eerste Nijlpaarden. Een prachtige Afrikaanse Baobap boom en weer volop wild.
Via een ander pad reden we een zandpad op die best ok rijdbaar was. Wat dieper zand en dan weer iets minder diep, maar nooit een probleem. Tot we ineens in heel diep zand kwamen en het vol kuilen zat en er een bocht tegelijk waren. Gas geven lukte niet. En ja hoor, we zaten vast.
Ok, vast in een wildpark. Hoe lossen we dit op. Auto in achteruit, gas. Even los maar toch weer vast. Laat ons nadenken. Knoppen in de auto, zand en diep zand. Op diep zand gezet en gas, vooruit en achteruit. Met gierende banden, zweet op mijn rug en in onze handen waren we los. We moeten dezelfde weg straks terug….Daar komen we ook even vast te zitten maar ook daar komen we uit. We learn as we go.
Namibia hebben we goed doorstaan met de auto. Eens kijken wat Botswana ons gaat brengen.

 

Etosha National Park – leeuwenseks en ander wild

Etosha National Park – 22.912 km2 groot, een van de mooiste parken van Afrika en het leuke is je kunt er zelf rijden als je wilt. Natuurlijk willen wij dat, we hebben niet voor niet een stoere chickbak 4X4.
Etosha betekent ‘great white place’, en wit is het, van het stof en van de enorme zoutpannen.

We zijn nog geen 5 minuten onderweg als we links op een zijpad wat auto’s stil zien staan. Daar is vast iets te zien! We rijden naar de plek en houden onze adem in… een waterplaats met een groep olifanten, zebra’s, orynx en springbokken. Wow! Welkom in Etosha!

We kijken een tijdlang naar de prachtige dieren en rijden dan verder om niet veel later een giraf langs de weg te treffen, vlak voor ons steekt hij sierlijk over. Het is zo overweldigend dat ik een traan over mijn wang voel lopen, ik raak er emotioneel van. Wat een natuurschoon en wat een geluksvogels zijn we dat we hier mogen zijn! 

We toeren verder over de stoffige wegen en zien zeer regelmatig dieren. Springbokken, zebra’s, hartenbeesten, koedoe’s, struisvogels, nog meer olifanten, giraffen en orynxen en zelfs leeuwen!

Een leeuw en leeuwin liggen te kroelen, iets wat later een voorspel blijkt te zijn. Als beiden opstaan wordt duidelijk wat de bedoeling is en zijn we serieus getuige van een “vluggertje”.

 

Een paar diepe grommen later is het voorbij en gaat de leeuwin  liggen. Langzaam komen beiden weer in beweging om samen in de woestijn te verdwijnen. 

Als we niet lang daarna een laatste pad inslaan op weg naar de campsite is daar de laatste verrassing van deze dag… een neushoorn op zo’n 50m afstand. Die zijn toch best zeldzaam?!

We verblijven deze nacht in Halali camp midden in Etosha park (jawel, met een groot, stevig hek erom). We maken de tent in orde en lopen voordat we eten bij zonsondergang naar de waterhole. Daar komen regelmatig dieren drinken en wie weet hebben we vanavond geluk. 

En dat hebben we!! Drie neushoorns komen drinken. We hadden niet gedacht neushoorns te zien en nu zomaar 4 op een dag! 

Met de ondergaande zon aan de hemel en de neushoorns bij de drinkplaats sluiten we deze geweldige dag af. Op naar dag twee in Etosha. 

Die morgen starten we heel vroeg bij de waterhole, maar nu zonder geluk.

En als we na het ontbijt met de auto op pad zijn, duurt het ook best even voordat we het eerste wild zien. Als eerste zien we een kudde hartenbeesten bij een waterplaats en daarna spotten we van alles. Zo tof! Continue reading “Etosha National Park – leeuwenseks en ander wild” »

Fatbiken in de duinen en kayakken met zeehonden

In slaap vallen met het geluid van briesende zebra’s en wakker worden met een opkomende zon die je ziet vanuit je tentdak. Zo simpel kan schoonheid zijn. De kou van de vroege ochtend is lekker, zeker met een kop koffie. Vanaf de campingplaats rijden we door naar Swakomund.
Dat is nog een km of 230 rijden. Links rijden is eigenlijk best fijn, ik wen er steeds snel aan en het voelt veel natuurlijker eigenlijk voor een linkshandige.


De rit is er wederom een om in te lijsten. We zien zebra’s oversteken en een paar struisvogels wandelen. Het is of iemand met een pallet met de kleuren rood en Bruin druk bezig is geweest om alle tinten te maken.
Dat bruin geen saaie kleur is bewijst de natuur hier. We rijden over de mooie Gaubpass op 1000 meter. Dan gaat het bruin over in blauw, de oceaan! De woestijn raakt de oceaan, wat een contrast.


Swakumond is ons doel want daar hebben we een gids geregeld om ons mee te nemen op een fatbike tour door de duinen. Swakumond ademt Duits, dat stamt nog uit de tijd van de Duitse kolonialisten. Duitse archicetectuur, straatnamen Duits, men spreekt Duits en er is bratwurst en weize bier. (En veel Duitsers).


Met onze gids gaan we de duinen in op een fatbike, een raar gevoel die grote banden. Maar enorm leuk om te doen.
En wat zijn de duinen prachtig. De zon schijnt niet maar ook dan is er een prachtige schakeling van kleuren. 50 tinten bruin, wederom.
We zijn twee uur op pad, de gids vertelt ondertussen ook veel achtergrond en daar hou ik van.
Ik doe een aantal toffe afdalingen, een heel ander gevoel, heerlijk smooth en een rollercoaster gevoel als je lekker hard afdaalt. We fietsen nog een stuk door een droge rivierbedding en de twee uur zijn voorbij.


We rijden terug naar Walvisbaai, ondertussen de grootste zeehaven van Namibie.
Daar ligt een schiereiland, Pelican Point en daar gaan wij zeekayakken.
Op Pelican Point leeft een grote zeehondenkolonie van ca. 50.000 Cape Fur-zeehonden. Aan de meer beschutte kant van het schiereiland zwemmen vooral de jongere zeehonden.
Om daar te komen moet je bijna 10 km over een strand rijden.
Met een busje, kayakken en een gids die heel goed kan rijden en vertellen rijden we over het strand.


We zien grote groepen Flamingo’s en hier en daar loopt een Jakhals. Deze doen zich tegoed aan dode zeehonden of aan achtergelaten pups.
Dan passeren we echt enorme groepen zeehonden, bizar zoveel.
Bij de vuurtoren stappen we in de kayak en het feest kan beginnen. De jonge pups zijn erg nieuwsgierig en komen echt bij je kayak zwemmen en spelen. Wat een fantastisch gezicht zeg.
Erg tof is dat de gids (het bedrijf) enorm begaan is met dit stuk natuur en de zeehonden. Ze houden het strand schoon en bevrijden de pups van plastic wat middels de schepen op het strand komt.
2 uur zijn we aan het rond peddelen en dat met een enorme glimlach van oor tot oor. Ik ben zeiknat van al het gespetter en heb het best fris maar het is zo enorm leuk om die beesten overal om je heen te zien.
Als we weer op het strand zijn met warme choco besluit ik nog even te gaan zwemmen. Ze zwemmen nieuwsgierig om mij heen. Wat een mooie ochtend weer.
We bezoeken Swakomund nog even voor we doorrijden en gaan dan door naar Omaruru. Vanaf daar rijden we door naar Etoscha National Park. Daar waar we hopelijk veel wild gaan zien.

 

Namibie highways en de duinen in de Sossusvlei


Ik voel de auto een beweging maken en vervolgens zie ik een stuk rubber voorbij vliegen.
Een paar uur geleden hebben we de Toyota landcruiser opgehaald en ons hoofd liep gelijk over van alle informatie. Hoe alles werkt, waar alles ligt, hoe de tent op het dak uit te klappen en ja ook waar de spullen voor een band verwisselen liggen en waar de krik te plaatsen.
Als we de schade opnemen is het serieus. De band is geklapt en hangt aan het wiel.
In de woestijn van Namibie ,2 uur ah rijden en we staan met pech. Zo hadden we het niet bedacht.
Toen we Windhoek uitreden werden we ook al aangehouden. Rijbewijs please, no, international driverslicense. Die hebben we dus niet. (De berichten waren erg wisselend en uiteindelijk hadden we er niet echt meer tijd voor en dus niet aangeschaft)
Ik denk, ok, dat gaat ons ws geld kosten. Ik vertel de agent, (lees, lieg) dat ik naar de ambassade ben geweest in Nederland en die heeft ons verzekerd dat het niet nodig was. Hij gaat nog even door en ik blijf zeggen, dat als ik info vraag op de ambassade ik aanneem dat dat de goede is. Ik weet niet eens of we een ambassade hebben van Namibie , hij ws ook niet. Uiteindelijk mogen we door. Nu een uur later dus een klapband.
Als we de spullen bij elkaar zoeken om de band eraf te halen stopt er een andere landcruiser.


Of we hulp nodig hebben. We kunnen het nog niet helemaal overzien of we dit even zo fixen dus laten we er vooral gebruik van maken. De 2 mannen helpen en met vereende kracht fixen we het. Het blijken belgen te zijn, hoe bestaat het, ik heb toch echt iets met belgen.
Met nog 1 reserve wiel en de komende 250 km nergens een dorp gaan we verder.
250 km off road, de route is fantastisch, de weg op sommige plekken minder. We stuiteren letterlijk de auto door.
Maar op sommige plekken kunnen we ook 80 km per uur rijden,off road.
Dan komt probleem 2, er is een piep. Die gaat even en verdwijnt dan weer. Er is niets te zien op het dashboard, we trekken opladers eruit, lopen alles na, niets.
De piep blijft af en toe komen. Ik check mijn telefoon, geen service.
Scenario 2 gaat door mijn hoofd. Zometeen staan we hier met een kapotte jeep in de woestijn zonder bereik. Nou ja, we hebben in ieder geval de tent op het dak, eten en drinken.
Dan ineens krijgt jeanet een helder moment, snelheids begrenzer. We proberen het uit, en inderdaad, dat is het piepje. Misschien volgende x even vermelden bij de auto verhuur.
We rijden via de Remshoogte pas. Een prachtige weg om uiteindelijk uit te komen in Sesriem. Daar is onze bestemming, Namib-Naukluft Park, daar ligt de prachtige Sossusvlei.

De Sossusvlei is een klei-vallei in het midden van de Namibwoestijn en onderdeel van een nationaal park. De vallei staat bekend om de hoge, rode zandduinen die de verschillende valleien omringen en het tot een grote zee van zand maken. De rode kleur van het zand ontstaat door de hoge concentratie ijzer. Daar hebben we een camping geboekt en omdat we op het national park kamperen mogen we tot 20.00 uur het park op.
Dus rijden we door om duin 45 ( een van de beroemde duinen hier) bij zonsondergang te zien , er is bijna niemand. Wat een mooie plaatjes!
Die avond zetten we voor het eerst , in het donker, de daktent op. Het gaat redelijk wel.
Die avond en nacht denken we werkelijk dat we met tent en al van de auto afwaaien. Wat een stormwind en wat een herrie van de tentdoeken. Ongelooflijk, een brak nachtje is het resultaat maar de tent is nog heel.

We staan om 5 uur op zodat we zonsopgang in de vallei in het park kunnen zien.
De camping is niet veel soeps en veels te duur maar dan mag je wel al om 5.45 het park op. Zo niet dan gaat de gate pas om 6.45 open.
Er liggen prachtige duinen waarvan de hoogste 325 meter is. Wat een natuurschoonheid.
En zo kan het zijn dat wij met een handje vol mensen de duin, Big Daddy, op kunnen klimmen en een magisch beeld hebben van de opkomende zon over Deadvlei.

Deadvlei, het meest gefotografeerde plekje van de Namib woestijn en mss wel van Namibië. Het is een bizar tafereel. Witte klei, dode bomen en rode duinen op de achter grond. De witte kleivlakte was ooit een moeras dat langzaam verdroogd is. De negenhonderd jaar oude Acacia bomen zijn statige fossielen die door de droogte inmiddels bijna versteend zijn. Van de grote omringende zandduinen zijn sommigen meer dan driehonderdvijftig meter hoog. Ze behoren tot de hoogste duinen ter wereld. 

Ik hou van de bizarre vormen van bomen, ook van dode bomen.
Na geklim en een wandeling door de  hiddenvlei , die iedereen bijna links laat liggen, lopen we bijna tegen een Oryx aan. Die staat onder een boom in de schaduw en kijkt ons ook verbaasd aan.


Een prachtige verschijning met zijn horens van wel een meter.
Als wij terug wandelen komt de stroom mensen op gang. En voor dat het echt druk wordt zijn wij weg, stoppen nog even bij duin 45 en zetten koffie. Een mooie plek voor een bakkie.
In het laatste deel van het park zien we een groep Oryxen oversteken en een paar emoes rennen.
Als we terug zijn stoppen we bij het enige tankstation. Die fixt banden, er valt niets meer te fixen aan onze band, we moeten een nieuwe band.

Laat die nu net op zijn. Huh? Bijna iedereen rijdt in zo’n auto. Goede inkoper…
Plan b – we zouden eigenlijk nog een nacht op die camping staat en de volgende dag door rijden.
Dan maar nu 85 km verder naar Solitaire, daar is een bezinestation met bandenservice.
Want als we de volgende dag vroeg op pad gaan is alles ws nog gesloten.
We gaan eerst nog een wandeling maken in Sossus canyon. Een droge canyon, met enorme rotsformaties.

Het eerste deel van de rit naar Solitiar is enerverend om te rijden, sommige stukken stuiteren we echt over de weg, maar jeetje wat een prachtige omgeving. Het terrein blijft steeds weer veranderen.
Solitair is niets anders dan een restaurant, gasstation, lodge en bakker met heerlijke appeltaart. Poging 2 voor een band, ook daar zijn de banden uitverkocht.
Uiteindelijk besluiten we maar om een andere maat eronder te laten leggen. In geval van nood hebben we in ieder geval 2 reservebanden. Met deze wegen geen sinecure. We moeten tenslotte nog een uur of 5 onverhard voor we weer een plaatsje tegenkomen.
We moeten nog wel een camping zien te vinden nu. De ene is heel het seizoen gesloten blijkt en de andere is vol.
Maar volgens een knul is er wel een 45 km verderop. We moeten morgen toch die kant op en we rijden verder.
Na een km of 25 zien we een klein bordje met camping erop geverfd. We besluiten daar te gaan kijken.
En wat een pareltje blijkt dat te zijn zeg. Een basic maar prachtige camping met maar een paar plekken en een ervan krijgen wij. In niemandsland omringt door bergen en woestijn. Als de kip op de braai ligt wandelt er zomaar een groep Oryxen (spiesbokken)  voorbij.


Als het donker is en we nog buiten zitten horen we vlakbij het geluid van hoeven. Ik zie met mijn hoofdlamp conturen van zebra’s.
Vlakbij is een drinkplek met een flauwe licht erop. De eigenaar vd camping had al gezegd dat we niet moesten schrikken als we dieren in het donker hoorden omdat ze daar vaak komen drinken.
We sluipen naar de waterplek en gaan stil in het donker zitten. Voor ons neus zien we een groep bergzebras die met z’n allen staan te drinken. Hoe mooi is dat, daar wordt je toch gewoon stil van.
Mooier kunnen we de dag dan ook niet afsluiten. Het begin van een nu al prachtige reis is gestart.

De 7de editie van de wandelweek – Nationaal Parc De Ecrins

Alweer de 7de keer dat ik samen met Nico een wandelweek organiseer. Wat ooit begon als een week meegidsen voor de gemeente Izegem is nu een jaarlijkse traditie geworden.
Bijzonder genoeg vragen veel mensen of ik dat niet heel saai vind, niet uitdagend genoeg.
Maar niets is minder waar. Ik vind het ontzettend leuk om te doen en dat begint met de verkenning.

Nico en ik kiezen ieder jaar weer een gebied uit en van te voren gaan we altijd op verkenning. De routes die we op de kaart bedacht hebben lopen, zodat wij niet voor verassingen komen te staan tijdens de wandelweek.
En dat is het begin van de pret. Routes uitzoeken en samen op pad. Zo waren we 1.5 maand geleden in de Ecrins maar lag er nog een heel veel sneeuw. De meeste routes konden we tot een bepaald punt doen, sommige niet helemaal.
Reden om 2 dagen eerder dan de wandelaars naar de Ecrin te gaan. De vrijdag heb ik een van de routes gelopen die er op de kaart lastig uit zag. En dat klopte, die zou niet voor iedereen geschikt zijn. (ik liep 17 km en 1250 hm)
De zaterdag liep ik met Nico een kortere route voor de zondag. Die hadden we nog niet gezien. Zaterdag in het begin van de avond arriveerden alle wandelaars.
Met ons erbij een groep van 21 mensen. We waren te gast bij chalet Alpina Luna. Een toplocatie voor een groep.
Zondag Rondje Crete de La Rortie – 10 km en 630 hmeters.
Een relatief makkelijke route. We hadden deze eerste dag een kortere afstand en minder hoogtemeters ingepland zodat iedereen erin kon komen na een lange reisdag en zo konden wij de verschillen in de groep gelijk analyseren.
En die verschillen werden gelijk duidelijk. Ervaren lopers in de bergen en lopers die wel heel veel wandelen maar voor het eerst in de bergen lopen. En dat is wel wat anders, daar kwamen ze snel achter.
We sloten de wandeling af op een terras bij het meer. Om er uiteraard met een aantal een duik in te nemen.

Maandag – Rondje Col De Tetes en Tete Oreac – 21 km 1000 hm. 
We vertrekken vanaf de chalet. Deze dag hebben we een keuze menu. Een aantal rijden naar de Parking en de rest loopt daarheen. De eerste 300 hm zijn gemaakt als de groep samen komt op de parking. We starten het eerste deel met heel de groep naar het mooie Tete. Het doet mij steeds weer denken aan Ierland. De eerste marmotten worden gespot.
Daar is de pauze en geniet iedereen van het prachtige uitzicht.


Als we weer bij de parking zijn gaat een deel terug naar de chalet nadat we daar ons lunchpakket genuttigd hebben. Met het grootste deel van de groep lopen we de andere lus. Daar zit een fikse klim in maar het uitzicht op de vallei is prachtig.
Na een mooie tocht waarin de twee lussen weer heel anders zijn komen we weer bij de chalet.
Iedere avond eten we er enorm lekker, gevarieerd en gezond. Annemarie verwend ons met de heerlijkste maaltijden. De maaltijd bleek heel de week weer een feestje te zijn.


Dinsdag – Glacier Blanc en Glacier Noir – 15.5 km en 1230 hoogtemeters
Een heel ander gebied, veel ruiger. We lopen met de hele groep naar het plateau van Glacier Blanc. Een fikse klim maar oh zo mooi. Iedereen loopt zijn eigen tempo en uiteindelijk gaan de meeste verder naar het hoogste punt, de hut. Continue reading “De 7de editie van de wandelweek – Nationaal Parc De Ecrins” »

Op verkenning in de Ecrins

Afgelopen jaar was ik een mini weekje in de Ecrins en wat een prachtig gebied.
De Pelvoux, de Barre des Écrins en La Meije, er liggen een paar mooie toppen. Maar er liggen ook een paar gletsjers,  die overigens snel teruglopen. De Glacier Blanc is een goed bereikbare gletser, daar loop je redelijk makkelijk heen.

Het Nationaal Park van de Écrins is niet zo bekend. Het is net wat verder weg dan de Alpen maar enorm de moeite waard.
Het is er een stuk minder toeristisch dan in andere gebieden en zo kwam al snel het plan om daar de jaarlijkse wandeltocht te organiseren.
Voor de 7de keer begeleiden Nico en ik komend jaar de bijna vaste groep wandelaars door een berg gebied.

Ik was in een prachtige chalet en die is te huur. Dus om een lang verhaal kort te maken, met de groep gaan we in Juni wandelen in dit gebied en logeren in Chalet Alpeluna in Puy Saint Vincent.

Maar ondanks dat ik al wat routes ken willen Nico en ik samen nog op verkenning.
Dus gaan we volgende week een lang weekend op pad om daar het gebied nog beter te leren kennen en routes te maken zodat we alles verkend hebben voor we gaan wandelen.
Heerlijk een lang weekend zwerven met kaarten, rennen en routes maken. Ik zie er nu al naar uit!

Nu maar duimen dat de verkeersleiders op Brussel airport weer niet staken!