PSR 2018 – een stagerace voor op je bucketlist!

De Spaanse Pyreneeën, ik had er nog nooit gelopen. Ergens kwam de PSR in beeld, een kleinschalige stagerun van 7 dagen. 250 km en 15.000 hoogtemeters. Net als bij de TAR loop je dat in een team van 2.
En zo kwam het dat ik met Mirjam aan de start stond begin September.
Een nogal laat verslag en daarom ook wat meer foto’s en wat minder tekst.
De organisatie bleek vanaf de inschrijving meer dan goed te zijn. Tips hoe er te komen, vervoer terug naar het vliegveld of naar de start werd geregeld. En ook de hotels en het eten is geregeld. Kortom een week rennen met verder niets aan je hoofd.
Iedere dag begon rond de klok van 7 uur met op de kortere dagen wat later.

Een geleidelijke klim

Een vlucht naar Barcelona en dan nog 3.5 uur met de trein en je bent op de plaats van bestemming,
De inschrijving was snel gefixt en je wordt gelijk verwend met een goodiebag, Maar ook voel je gelijk de kleinschaligheid en persoonlijkheid van de organisatie en dat zou de hele week alleen maar sterker worden.

Etappe 1: Ribes de Freser – Queralbs (37 km en 2700 hm)

Dat klinkt wel als een etappe voor ons.
We blijken met 4 damesteam te starten en allemaal sterke teams. Het eerste deel is niet heel zwaar maar dan volgt er een enorme klim. Erna een mooi technisch terrein met lekker kleuterpartijtjes. Daar houden wij van.

De natuur is in het begin een soort kale vlaktes en later rotsig. We lopen door een prachtige vallei en om ons heen bergen. We zijn onder de indruk.
Als laatste volgt er een lange afdaling.
We halen daar het eerste damesteam in en geven daarom wat gas.
Als we vandaag als eerste eindigen zou dat toch supertof zijn! Je kan het maar in the pocket hebben.
En dat doen we, na 6.10 uur komen we als 9de overall team binnen en als eerste dames team met team 2 net 3 minuten achter ons.
Wat een begin! En wat een schoonheid, ik ben al gelijk verliefd op de Pyreneeën.
We gaan met een treintje terug naar de start en slapen in hetzelfde hotel.

Het eerste dames team van de dag.

Etappe 2: Queralbs – Puigcerdà (37 km en 1700 hm)

De tweede etappe start met een treintje naar de finish van de dag ervoor
37 km en 1700 hm. Twee klimmen en wat vlakke delen.
Eigenlijk een overgang etappe naar een ander gebied.
Het is erg warm en ik heb op een of andere manier krampen in mijn kuiten.
Het gaat vandaag niet vanzelf. We vervloeken delen, maar komen uiteraard ook weer bij de finish aan.
Dit is de minste etappe van de week. Dat is ook wel aangegeven omdat het een overgangsetappe is.
Het laatste deel is vlak asfalt/stenen. Daar worden we ingehaald door de Tsjechische meiden. We finishen op de derde plaats.
We nemen een fikse Hammer recovery shake en laten ons masseren.
Ik krijg van de Nl jongens wat Magnesium capsules, kijken of dat helpt tegen de krampen.

Etappe 3: Puigcerdà – Encamp (48 km en 2600 hm)

Ook wel de koninginne  etappe van de PSR genoemd, de zwaarste etappe zegt men.
We gaan Andorra in! Er is onweer op komst en dus is er een stricte tijdslimiet, je moet binnen 7 uur voorbij de 27 km zijn. Dat moet ons lukken.
Zoals bijna iedere dag starten we met een stukje vlak. Dan zitten wij ergens in het midden en schuiven meestal op gedurende de dag.

Verkoeling!

Een koninginnetocht werd het zeker.  Zwaar maar vooral van ongekende schoonheid.
Geweldige vergezichten, totaal ongerepte natuur, paradijselijke beklimmingen met overal rotsblokken, groene naaldbossen en watervalletjes. Wat een ongelooflijke mooie route!
De beloofde regen bleef uit, het was vooral erg zonnig en warm.
Dat maakte het zwaar, met de nodig klimmeters en de technische afdalingen.
Ondanks dat ik de hele dag maagkrampen had en bijna niets kon binnen krijgen liepen we toch sterk. In 9 uur waren we binnen en werden we 2de damesteam.

Etappe 4: Encamp – Arinsal (20 km en 1900 hm)

Er is geen routemarkering vandaag, je moet gewoon goed opletten en de route van de GR11 volgen.

.

De route staat in de gps maar die blijken we niet nodig te hebben.
De kortste route maar we een pittige. Dat is fijn want mijn maag voelt beter en zo kan ik wat herstellen. Het zijn twee grote klimmen en in het midden een opeenvolging van korte steile klimmetjes. Continue reading “PSR 2018 – een stagerace voor op je bucketlist!” »

Trail Des Cretes Du Chablais – een pareltje!

Half Juni liep ik de Trail Des Cretes Du Chablais. Een trail met verschillende afstanden en met om het jaar een andere locatie. Of in Chatel of in Vacheresse Beide in de mooie vallei waar Hotel Esprit Montagne staat en waar ik al vele paadjes ken. Dit jaar was de start in Vacheresse.
Vooral een lokale trail en kleinschalig en daar hou ik van. Dus leek het mij een mooie race en je kon je gewoon nog inschrijven een maand van tevoren, ook fijn.
En ideaal , je kan genieten van het lekker eten van Raf de avond voor de wedstrijd.
De avond ervoor je startnummer ophalen zonder drukte, ik hou ervan.
Zo stond ik aan de start om 4 uur in de vroege morgen. Tijdslimiet – 20 uur.
84 km en 6500 hm. De tijdslimieten in het begin waren redelijk strak. Naarmate de wedstrijd vorderde kreeg je wat meer ruimte.


De start was enorm sfeervol, in het slaperige dorpje stonden grote tonnen met vuren en lampjes overal zodat je een soort pad van licht had de eerste km.
Het begin geeft je, nadat je uit het dorp bent een fikse klim maar wel over een breed pad dus geen drukte en ruimte om je ritme te vinden.
Ik dacht laat ik wat rapper starten, nou dat dachten er meer. Er werd door veel mensen erg rap gestart. En waar je normaal mensen ziet wandelen met een klim hobbelde nu iedereen rennend naar boven. Nu is het een erg lokale wedstrijd en was ik zo ongeveer de enige buitenlander en Nl dus dat scheelt ook. Allemaal berggeiten.

Ik had er goed de pas in zodat ik op tijd voorbij het 21 km punt zou zijn. Daarna had ik speling op de tijdslimieten.
Jeanet was bij een aantal posten, die scheurde met Tonkie rond en was verbaasd dat ik al zo rap bij de eerste post was.
De posten waren meer dan goed, enthousiaste vrijwilligers en afwisselend eten en drinken.
En zo gingen de km’s voorbij. Ik liep heel veel alleen en had momenten dat ik mij werkelijk afvroeg of ik nu nog wel op de route zat. De tekens waren er wel maar niet zo heel opvallend. Ergens ben ik een stuk terug gelopen omdat ik dacht nu zit ik echt niet goed meer maar bleek ik toch goed te zitten.
Maar als je eenmaal de tekens en het patroon ziet dan is het parcours prima aangegeven.
Je loopt afwisseld door Frankrijk en Zwitserland. En leuk genoeg, heel veel stukken kende ik echt helemaal niet. Sterker nog, bijna alles kende ik niet. Alleen het deel bij Col de Bise was bekend terrein.


Er zaten echt Alkepaadjes in, over flanken waar geen paden zijn met het zicht op Cornette de Bise, heerlijk!
De route was minimaal aangepast. Continue reading “Trail Des Cretes Du Chablais – een pareltje!” »

Het verhaal en de foto’s van de EMI 2018 – 📸 Barbara Kerkhof

📸 Barbara Kerkhof

De EMI 2018. Het is alweer even geleden. Maar verleden week heeft Barbara Kerkhof de foto’s openbaar gemaakt die zij tijdens de EMI 2018 heeft gemaakt. Prachtig! Goede reden om met terugwerkende kracht ons verhaal te schrijven over de EMI 2018.

Voor wie niet meer weet hoe het werkt. De race is op uitnodiging van Alke Staal, het brein achter de race.
Geen bordjes onderweg. Een gps ip ook niet, alleen een door alle lopers zelf gemaakt de dagen ervoor.  4 posten over 84 km en 8700 hm.
De zaterdag voor de race krijg je een kaart die ingetekend is met de route door Alke zelf. Het liefst zoveel mogelijk Alkepaadjes. Er komt een briefing die vooral belangrijk is voor de lastige passages en op een donderdagmorgen vertrek je om 4 Uur.
Onze derde editie. De eerste editie was Mirjam niet fit en ben ik alleen door gegaan maar zag ik het niet zitten om alleen in de nacht te navigeren. Verleden jaar heb ik een enorme crash gemaakt en ging de handdoek daarom in de ring na 45 km.


Dit jaar moest het gebeuren. Beide fit en klaar om eindelijk de EMI af te vinken.
Petra liep met ons mee tot post 2. Ze had weinig ervaring in dit terrein dus wel fijn om bij ons aan te haken. Zo gingen we op pad, Alke’s Angels.
Het eerste deel konden we redelijk wel vinden, daar waren we eerder geweest. Opvallend was ook dat het gat met verleden jaar lang niet zo groot was.
En het begon prachtig, een regenboog na een buitje.

In de loop van de dag werd het weer anders. Regen, veel regen. Het maakt het een stuk uitdagender, alsof het al niet genoeg uitdaging was.
Alke stond weer bij het touw waar we naar boven moesten klimmen, alleen nu zeiknat. Maar nog altijd met een grote glimlach.
Wij waren ook zeiknat, maar nog wel warm van de inspanning. De meiden daarboven hadden het pas koud, wat een kanjers die vrijwilligers!
En zo gingen we verder, zwarte luchten en onheilspellend weer. Onweer volgde, harde klappen en hagelstenen. Toevallig liepen we net langs een soort hutje. De keuze was snel gemaakt, schuilen! We zouden juist een klim in gaan op weg naar een graat.
Onder een mini afdakje schuilden we en aten we wat. Na enige tijd leek het voorbij en begonnen we aan de klim. Ergens zagen we iemand lopen in onze richting, in de afdaling dus. Het bleek Ronnie te zijn, onderkoeld. Hij zat boven in de hagel en onweer en is uiteindelijk omgedraaid. Op de graat werden we er zowat afgeblazen. Zoekend naar de goede weg klauterde we over de graat.
Daar waar we verleden jaar in de rotswand hingen vonden we nu een soort betere weg over terrein waar geen pad is.
Maar het was hilarish. Alles was zo nat en glad dat we meer naar beneden gleden dan liepen. Hele stukken op de billen of we nu wilden of niet.

Beneden bij de koeien en waterbak kregen we er de slappe lach van. Alles was kapot.
Onze broeken gescheurd. Mijn stok was boven gebroken (Afdalen met 1 stok is hel in dit terrein)
Jas en handschoenen gescheurd, we zagen eruit als warriors. Gelukkig hadden we pamnekoeken van Raf en die werden daar veroberd, man wat waren die lekker!

Maar nog steeds vol goede moed. Ergens kwam zelfs het zonnetje voorzichtig door.
En zo gingen we verder, soms met een kaart studie maar al met al vonden we de weg redelijk wel. Met wat omweggetjes af en toe maar toch.

Bij post 2 werden we in de watten gelegd en zou Petra uitstappen. De bikkel had haar grenzen verlegd en sterk meegelopen. Ik kreeg een stok van haar en zo was ik ook weer compleet. Mirjam en ik gingen verder. Continue reading “Het verhaal en de foto’s van de EMI 2018 – 📸 Barbara Kerkhof” »

Naar de top van Slovenie – Mount Triglav op (2864)

Toen we de keuze hadden gemaakt on naar Slovenië te gaan wist ik gelijk een ding wat ik zoiezo wilde doen. 
Mount Triglav op, de hoogste berg van Slovenië op 2864 meter in de Julian Alps.
Triglav betekent de driekoppige, een verwijzing naar de vorm van de berg. De drie toppen staan voor het verleden, het heden en de toekomst. De berg geldt als nationaal symbool van de Slovenen.
In de loop der jaren is een traditie ontstaan die zegt dat elke Sloveen de nationale berg ten minste eenmaal moet beklimmen.
Op feestdagen kan men symbolisch een brief sturen vanaf de Triglav. Er is dan op de top een postbeambte die stempels zet op de door wandelaars meegebrachte brieven en ansichtkaarten.
Ik hou van die tradities en dus wilde ik als Nederlandse toerist in Slovenië ook eenmaal de Triglav beklimmen.

Dus heb ik een wandelkaart gekocht en ben ik wat gaan zoeken op internet.
Al snel bleek
# dat men vooral met een gids naar boven gaat.
# dat je misschien wel helm en klettersteigset mee moet nemen
# dat er verschillende manieren zijn om naar boven te gaan, inclusief serieuze klettersteigen
# dat men er tussen de 12 en 16 uur over doet
# dat de meeste mensen in een van de hutten blijven slapen en er twee dagen over doen


Dus moest ik kiezen welke route en uitvinden wat de meest makkelijke zou zijn.
Info bij de lokale vvv hielp niet echt, die raden steeds weer een gids aan.
Uiteindelijk spreek ik een local op de camping en die adviseert een route die via Rudno Polje gaat. Normaal gezien een wintersport plaatsje. Er loopt een smalle weg naar Rudno Polje dus bereikbaar met Tonkie.


Jeanet brengt mij daarheen in de vroege morgen, het is nog rond het vriespunt. Maar het beloofd een prachtige dag te worden, blauwe lucht en een heerlijk zonnetje.
Ik start vanaf de parking en toevallig begint er gelijk met mij een Sloveense man die ook trailt. Ik loop net iets harder dan hem maar we blijven tot de top steeds wat bij elkaar in de buurt.


Het eerste deel is vooral klimmen maar nooit lastig. Mooie paden in de bergwand. Steeds prachtige vergezichten en langzaam zie je Triglav steeds dichterbij komen. Ik kom weinig mensen tegen, degene die ik tegenkom zijn vooral Slovenen.
Ik passeer een hut, de Vodnikov hut en zie de hut voor de top, de Dom Planika Triglav hoog in de verte liggen. Dit deel is tot nu toe prima te lopen, dat had ik gelezen en het klopt.
Ik klim verder tot 2401 en kom bij de hut uit. Het uitzicht is nu al spectaculair.

Hier zie ik de mensen die er zijn allemaal met klimgordels en klettersteig set.
De Sloveense trailer komt 10 minuten na mij bij de hut aan. Ik was even gaan zitten en wat aan het eten. Ondertussen berg ik mijn stokken op en besluit gelijk achter de Sloveen aan te gaan die gelijk doorloopt. Hij heeft ook geen materiaal.
Overigens heb ik wel een klimtouw en een karabijn aan mijn rugzak hangen, voor het geval dat.
Het eerste deel is klauteren. Wij lopen samen achter een aantal mannen die rap naar boven gaan. Maar na 10 minuten stoppen ze, kapot, zwaar hijgend, iets te enthousiast.
Wij gaan er voorbij en dan begint het deel met stalen kabels. De Sloveen laat mij voor, you are faster zegt hij. Alhoewel ik hem sterk verdenk van dezelfde gedachte als ik had. Ga jij maar voor, dan kan ik kijken hoe het gaat.
Hoe dan ook, ik ga voor, met hem in mijn kielzog.


Het is klimmen en klauteren met overal pennen en staalkabels. Ik heb toch geen moment dat ik mij onveilig voel. Ik heb bij sommige trails spannender dingen gedaan. Maar het is wel focussen en geconcentreerd blijven. Er zitten wel een aantal smalle stukjes tussen.
Ondertussen komt er nog een andere zeer afgetrainde trailer naar beneden in een rap tempo. Wij zijn niet de enigen. Continue reading “Naar de top van Slovenie – Mount Triglav op (2864)” »

Marathon de Montcalm – twee keer boven de 3000 meter

Een weekje met Tonkie door Frankrijk touren was het plan. Dan kon ik misschien nog wel een leuk wedstrijdje mee pakken ergens. Even de kalender erop na slaan en zo kwam Marathon de Montcalm in beeld. Een loop in het Montcalm Massief op de grens van Frankrijk en Spanje. Dat gebied ben ik nog nooit geweest dus dat leek mij perfect.
Het paste goed en konden we een mooie route rijden via de Morvan, D’Ardeche en de kust naar de Pyreneeën.
Zo kwam het dat ik zaterdag om 7 uur in het mooie dorp Auzat aan de start stond van een marathon. 42,2 km en 2600 hoogtemeters met twee toppen boven de 3000 meter.
Ik dacht laat ik een beetje vooraan gaan staan als we dan een smal pad ingaan zit in niet achterin de meute. Wist ik veel dat het eerst 3 km vals plat asfalt was.
Ik werd werkelijk door, naar mijn idee, iedereen voorbij gerend. Ik liep toch 10 km per uur maar 12 had beter gepast. Toen we na 3 km het bos ingingen kwam ik alsnog wat vast te zitten. Maar goed, ergens kon ik er voorbij en vond ik mijn ritme.
Er kwam een soort vlak stuk in de wand van de berg en in die eerste 10 km zaten rond de 650 hm. Buiten het glibberen van alle regen de dag ervoor was het dus een redelijk makkelijke eerste 11 km.
In het dorpje met 6 huizen en een heleboel supporters was Jeanet. Even hallo en weg was ik weer. Klaar voor het echte werk. Klimmen naar eerste top, Pic de Montcalm op 3000, een stukje dalen naar col de Riufret en dan weer omhoog naar Pic Verdaguer op 3129 meter.

En wat een klim was het! Singletracks die overgingen in rotsvelden. Veel geklim en geklauter. Het eerste deel zat ik weer wat vast maar in het rotsgedeelte kon ik makkelijker om mensen heen.
440 lopers is dan ineens best veel. Maar het was toch ook wel weer snel verspreid. En het leverde ook weer leuke gesprekjes op onderweg.
De dag was begonnen in mist maar des te hoger we kwamen des te beter werd het. De hemel brak open en de uitzichten werden steeds mooier.
Het was een mooi gezicht, je zag links de ene berg liggen waar je heen moest. Lopers met gekleurde shirts die een soort sliertje vormde op weg naar die top.
Die daalde weer een stukje af en gingen weer omhoog naar de andere top. Je liep als het ware een driehoekje.

Een prachtig gezicht en tegelijkertijd denk je, pooh pooh dat is nog een klim!
In die 10 km was het dus klimmen en klauteren en 2000 hoogtemeters maken. ik haalde daar weer een hele grote groep in.
Helemaal boven werd je gecheckt en een foto van je nummer gemaakt en kon de afdaling beginnen. Die was in dat terrein ook niet zo makkelijk.
Een stukje dezelfde route en erna een ander route. En zo daalde ik weer en bestond die 10 km uit een lange afdaling. Stukken erg lastig maar ook stukken waar je super kon afdalen vooral in het bos.
Ondertussen had ik al zoveel posten gezien, niet normaal, het leek wel een soort walking buffet. Ik heb helemaal niets van mijzelf gegeten en had maar 1 fles drinken bij mij.
Want ik kon wel bij blijven vullen.
En de posten hadden toch een lekkers zeg, dadels, heerlijke lokale ham en kaas, soep en nog veel meer eten. Niet te doen gewoon.
De vrijwilligers waren onbetaalbaar. Vol passie stonden ze iedereen te helpen en aan te moedigen, mooi om te zien. Echt een lokaal feestje. Allemaal lokale lopers en lokale vrijwilligers.
De laatste 10 km was dan weer een soort makkelijk. Alhoewel ik het een rotstuk vond want er zaten wat stukken asfalt in maar gelukkig schoten we weer in het bos in wat dan heel de tijd een beetje op en neer bleef gaan.
De laatste 5 km liep ik met twee mannen. Die bleven in mijn spoor lopen in het bos waar nogal wat rotsen lagen. Een mooi treintje met wat woorden Frans en Italiaans.
Zo telde we gedrieën de laatste 8 km af.
Uiteindelijk kwamen we weer in Auzat na 8 uur en 4 minuten.
Een hele aangename kennismaking met de Pyreneen. Dat belooft alleen maar heel veel moois volgende week tijdens de PSR!

De GR20 Noordroute op Corsica – wat ben je ruig,mooi en zwaar!

Ons plan is flexibel hebben we steeds gezegd. En dat was maar goed ook.  Na dag twee hebben we het plan zo gemaakt dat we konden genieten maar ook nog steeds moesten afzien. In plaats van zien waar we terecht komen werd het de Noordroute tot Vizzavenza.
De Noordroute van de GR20 lopen op Corsica, het is geen kattenpis!
Voor wandelaars in 16 etappes, verdeeld over 9 voor de Noordroute en 7 dagen voor deZuidroute.
Hieronder een verslag van de etappes en op verzoek van een aantal lopers die mij mailden de ins and outs die handig zijn om te weten als je aan dit avontuur begint.

Dag 1 – De startplaats is een leuk dorpje, Calenza. We hadden het geluk een lift van Calvi naar het dorp te krijgen. Anders moet je 8 km lopen. Er gaat een bus zegt men. Maar niemand kon ons vertellen waar en hoe laat.

Vanaf de kerk loop je zo de route op en het begint nog vrij ontspannen. Wat bos en iets schaduw. We klimmen natuurlijk maar nog mild. En dan begint het ergens te veranderen en die dag zal het zo blijven. 12 km klimmen ongeveer over rotsen, soms op handen en voeten. Van 200 meter naar 1500 meter. We halen wat mensen in die eerder begonnen zijn en zien daarna bijna niemand meer.
We komen in secties waar mijn benen amper de grote stappen over de rotsen kan maken.
We komen aan bij Refuge d’orth di U Piobbu. Een heerlijke koude cola en een dikke omelet schuiven we schrokkend naar binnen. Het ontbijt bestond nl uit kaakjes omdat de bakker wel open was maar geen brood had.
We gaan verder met wandel etappe 2 en klimmen en klauteren. Onderweg komen we nog maar twee wandelaars tegen waarvan de vrouw al hyperventilerend klautert met de angst in haar ogen. Later zien we hun om 22.30 uur pas aankomen bij de hut (6.5 uur na ons)
Als we op de top zijn zien we al donkere luchten. We dalen wat, we voelen wat hagel en dan is er toch een flits en een klap zo hard en dichtbij ons. We schrikken ons het leplazerus. Van schrik gooi ik mijn stokken weg. We proberen een schuilplek te vinden. Onder een struik dan maar. Het gaat echt enorm los, hagel, onweer, flitsen en wind.
Na een tijdje besluiten we toch te gaan dalen, we krijgen kou, we zijn zeiknat.

De afdaling is enorm steil en technisch en nu spekglad. We zien nog steeds flitsen en horen  gerommel. Iets verder weg. Over de stenen opstaan gelijk rivierstroompjes.
Na 24 km en 2500 hoogtemeters komen bij de hut. We besluiten daar de tent neer te zetten met dit onheilspellende weer. Het idee was nog een etappe te doen van 6 km. Morgen een nieuwe dag.


Dag 2
– We gaan vroeg op pad na een mager ontbijt. Via het bos komen we bij een brug en dan staan we in een enorme kloof, de Spasimatakloof, daar moeten we doorheen, naar boven. Het is lang, steil  technisch en soms hangen er kettingen. De afdaling is niet anders. Je denkt een etappe van 6 km hoe lang kan het duren. Lang dus. Bijna 900 hm in 6 km.
Maar het terrein is fantastisch, zo ruig en puur. In de ochtendzon is het adembenemend mooi.
Ondanks dat het zwaar is door een rugzak van 11 kg en de warmte genieten we vol op! 
Nico ziet wel aardig af, die had niet zoveel getraind als gewenst. Daar betaald hij nu de prijs voor. Maar hij kan bikkelen en blijft in mijn spoor.
We komen bij Ascu Stagnu aan. Een skistation waar je met de auto kunt komen en dus zitten er twee eettentjes. Een grote tosti is ons deel.
We vervolgen onze weg. Er volgt een bizar mooi ruig deel maar even bizar zwaar. Het lijkt soms meer op rotsklimmen dan op lopen.

Kale ruige stukken tot aan Monte Cinto, de hoogste berg van Corsica. Daarna volgt er een lang pad op en neer en als je denkt dat je dan gaat dalen, mis. We klimmen nog verder. Er liggen wat sneeuwvelden. het begint weer wat te spetteren. Het is steeds zo warm dat er in de middag wolken komen.
We lopen langs Lac Du Cinto en er volgt ergens een lange afdaling. Een bizar zware dag. Nog nooit deed ik zo lang over 16 km.
Bij Refuge de Tighjettu slaan we ons kamp op. Daar eten we een heerlijke pasta, ik denk voor drie man/vrouw.
Er is bijna geen goede campingplek te vinden. Tussen stenen en een tent die enorm schuin staat overleven we een nacht zonder veel slaap.
16 km en 23oo hoogtemeters (10 uur)
Dag 3 – Een rustig begin, al snel komen we bij de volgende hut. Na 15 minuten, maar we gaan nooit een hut voorbij zonder cola, dus ook nu niet. 
Dan volgt er ineens zomaar een stuk waar ik kan rennen, zelfs met 11 kg op mijn rug!

Het terrein wordt groener en er slingeren paden die renbaar zijn. Mooie delen met grote rotsplaten en waterpoolen. We poedelen nog ergens lekker met de voeten in het water.
Een milde etappe van 16 km en 850 hm.
We komen bij de eerste hut en daar zit een winkel met heel veel eten en lekkers. Het ligt bij de weg en daarom goed bevoorraad. (hotel Castel Di Vergo)
We besluiten daar de tent op te zetten. Een beetje te luieren, veel te ete -n, te wassen en voor Nico een herstelmoment. Die heeft best afgezien de eerste twee dagen en dit is een goed middenmoment om even bij te tanken. Continue reading “De GR20 Noordroute op Corsica – wat ben je ruig,mooi en zwaar!” »

De GR20 op Corsica met de rugzak

Een plannetje wat Nico en ik al lang hebben maar steeds kwam er iets tussen. Vandaag gaat het dan eindelijk gebeuren – we gaan de GR20 lopen op Corsica. 

Niets geboekt behalve een vliegticket. In onze rugzak zit een tentje en slaapzak. We zien wel, ws zijn alle hutten vol en zetten we ons tentje wel ergens op waar niemand ons ziet.

Het plan is simpel. We hebben 6 dagen en daarin gaan we de route proberen te lopen. Rond de  196 km en 11.000 hm is het totaal. We starten in het Noorden, dat is het lastigste deel. We zullen zien waar we uitkomen.

De rugzak staat klaar, 9.5 kilo zonder water. Het wordt wel iedere dag lichter als de eetzakjes op zijn. Wij hebben er zin in. Hoe en wat qua route en spullen zal zeker nog volgen. Nu op naar Corsica!

 

De Escapardenne Lee Trail – 53 km genieten in twee dagen

“Het Escapardenne Lee Trail is een stevige wandelroute van 53 km in het Groot-Hertogdom Luxemburg. De tocht loopt door een prachtig stukje Luxemburgse Ardennen, met diep ingesneden rivier- en beekdalen, heel wat uitzichtpunten en snel op elkaar volgende landschapsveranderingen. Tussenin wandel je vaak over oude uit-stekende rotsformaties van hard gesteente, die prominent de valleien domineren en het geologisch resultaat zijn van miljoenen jaren ongelijke erosie. Een ‘lee’ of ‘ley’ of wordt zo’n rotsformatie hier genoemd, vandaar dus de Lee Trail”.

Dit is wat ik al even geleden ergens had gelezen, de Lee trail werd ergens in mijn achterhoofd opgeslagen om nog eens te lopen.
Pinksteren, prachtig weer en weg met tonkie, waar zullen we heen gaan? En plop, daar was de Leetrail weer.
Aangezien ik nog weinig km’s heb gelopen was dat de ideale manier om weer eens wat km’s en hoogtemeters te maken. Dat samen met een prachtgebied was genoeg om af te reizen naar Luxemburg. 
Er ligt een camping in Bourscheid en dat is precies waar de trail langs loopt. (camping Du Moulin)
Het idee was om zondag en maandag een deel, of het liefst de hele trail te lopen in 2 dagen.
Dus dropte Jeanet mij in Ettelbruck bij het treinstation (11 km verderop) want daar start de route en ging ik op pad.
Je loopt eigenlijk bijna gelijk het bos in en overal zie je de bordjes van de route, ideaal. Je hebt geen kaart nodig of je hoeft in ieder geval niet op de kaart te kijken. Dat scheelt nogal wat tijd.


De eerste 10 km zijn wat bredere paden maar daarna komen er meer single tracks. Enthousiast vloog ik over een afdaling na een km of 11. Maar toen ik bij de weg stond waren er nergens meer bordjes te bekennen. Even in mijn eigen wereld en ik loop gelijk 3 km meer. Terug vond ik de afslag die ik gewoon niet gezien heb maar wel goed aangegeven was. 
Regelmatig heb ik een uitzicht over de groene vallei van de  Sûre. De gele brem staat nog net in de bloei overal.
Het was heerlijk weer maar in de middag trok het dicht. Enorme stortbuien, gelukkig loop je veel in het bos dus liep ik redelijk beschut.
Dan duikt het kasteel van Bourscheid op en ben ik in de buurt van de camping.
En inderdaad, na 21 km was ik weer op de camping waar zoals gezegd de route precies langs loopt. Eigenlijk wilde ik nog een km of 7 verder maar ik was er klaar mee, regen, wind en honger. Tijd voor een biertje na een heerlijke trail gelopen te hebben van 21 km en 800 hoogtemeters.
Maandag wilde ik proberen om de rest van de route te doen maar dat was dan wel ineens 33 km en 1600 hm. Aangezien ik weinig km’s in mijn benen heb een redelijke uitdaging. Maar goed, we zien wel hoe het gaat.
Met Jeanet afgesproken in Hohsheid, 19 km verder. Daar zou ik verder kijken. 
Een prachtige etappe, veel single tracks, zelfs een mooi kammetje als je het zo wilt noemen.
Het laatste stukje tot voor Hohsheid is het mooiste deel denk ik.  Molberlee, het pad gaat over een scherpe bergrug omhoog en uiteindelijk kom ik bij Tonkie, Jeanet en Flynn uit.
Na een eet en drink stop ga ik verder. Ik wil de route aflopen tot in het eindpunt in Kautenbach.
De route is eigenlijk nooit echt technisch, wel mooi.
Met leuke single tracks, open velden, ver gezichten, gewoon genieten. En nog steeds perfect aangegeven! De laatste 6 km moeten uit mijn tenen komen maar pijn is een emotie…..
Ik eindig na 33 km en 1600 hoogtemeters in Kautenbach waar ik mijn voeten in de plaatselijke fontein dompel, wat een genot.
De Lee trail – 53 km en 2400 hoogtemeters.
Een mooie rustige trail die je heel goed kunt volgen middels de bordjes.
Het begin is iets saai maar het wordt steeds beter en mooier. Eigenlijk nooit echt technisch maar wel genoeg hoogtemeters.
Ideaal als (lange) training om dat in 1, 2 of 3 keer te lopen. Als je met meerdere bent en 1 de auto gebruikt om je af te zetten en je je tentje op de camping in Bourscheid zet heb je de perfecte lokatie voor een fijn weekendje trainen.
Ik had verwacht dat het een drukkere wandelroute zou zijn. niets is minder waar.
Ik ben totaal misschien 6 setjes mensen tegen gekomen in 2 dagen, en dat met mooi pinksterweer.

Ik heb ervan genoten en voel dat ik weer eens serieus iets heb gedaan. Ouderwetse spierpijn in mijn bovenbenen.

Het mooie is dat deze route eindigt waar de volgende begint. De Escapardenne Eislek Trail, deze is 104 km en loopt van Kautenbach naar La-Roche-en-Ardenne. Dat is dus samen 157 km.
Maar dat deel is voor een volgende keer.