Trail Des Cretes Du Chablais – een pareltje!

Half Juni liep ik de Trail Des Cretes Du Chablais. Een trail met verschillende afstanden en met om het jaar een andere locatie. Of in Chatel of in Vacheresse Beide in de mooie vallei waar Hotel Esprit Montagne staat en waar ik al vele paadjes ken. Dit jaar was de start in Vacheresse.
Vooral een lokale trail en kleinschalig en daar hou ik van. Dus leek het mij een mooie race en je kon je gewoon nog inschrijven een maand van tevoren, ook fijn.
En ideaal , je kan genieten van het lekker eten van Raf de avond voor de wedstrijd.
De avond ervoor je startnummer ophalen zonder drukte, ik hou ervan.
Zo stond ik aan de start om 4 uur in de vroege morgen. Tijdslimiet – 20 uur.
84 km en 6500 hm. De tijdslimieten in het begin waren redelijk strak. Naarmate de wedstrijd vorderde kreeg je wat meer ruimte.


De start was enorm sfeervol, in het slaperige dorpje stonden grote tonnen met vuren en lampjes overal zodat je een soort pad van licht had de eerste km.
Het begin geeft je, nadat je uit het dorp bent een fikse klim maar wel over een breed pad dus geen drukte en ruimte om je ritme te vinden.
Ik dacht laat ik wat rapper starten, nou dat dachten er meer. Er werd door veel mensen erg rap gestart. En waar je normaal mensen ziet wandelen met een klim hobbelde nu iedereen rennend naar boven. Nu is het een erg lokale wedstrijd en was ik zo ongeveer de enige buitenlander en Nl dus dat scheelt ook. Allemaal berggeiten.

Ik had er goed de pas in zodat ik op tijd voorbij het 21 km punt zou zijn. Daarna had ik speling op de tijdslimieten.
Jeanet was bij een aantal posten, die scheurde met Tonkie rond en was verbaasd dat ik al zo rap bij de eerste post was.
De posten waren meer dan goed, enthousiaste vrijwilligers en afwisselend eten en drinken.
En zo gingen de km’s voorbij. Ik liep heel veel alleen en had momenten dat ik mij werkelijk afvroeg of ik nu nog wel op de route zat. De tekens waren er wel maar niet zo heel opvallend. Ergens ben ik een stuk terug gelopen omdat ik dacht nu zit ik echt niet goed meer maar bleek ik toch goed te zitten.
Maar als je eenmaal de tekens en het patroon ziet dan is het parcours prima aangegeven.
Je loopt afwisseld door Frankrijk en Zwitserland. En leuk genoeg, heel veel stukken kende ik echt helemaal niet. Sterker nog, bijna alles kende ik niet. Alleen het deel bij Col de Bise was bekend terrein.


Er zaten echt Alkepaadjes in, over flanken waar geen paden zijn met het zicht op Cornette de Bise, heerlijk!
De route was minimaal aangepast. Continue reading “Trail Des Cretes Du Chablais – een pareltje!” »

Het verhaal en de foto’s van de EMI 2018 – 📸 Barbara Kerkhof

📸 Barbara Kerkhof

De EMI 2018. Het is alweer even geleden. Maar verleden week heeft Barbara Kerkhof de foto’s openbaar gemaakt die zij tijdens de EMI 2018 heeft gemaakt. Prachtig! Goede reden om met terugwerkende kracht ons verhaal te schrijven over de EMI 2018.

Voor wie niet meer weet hoe het werkt. De race is op uitnodiging van Alke Staal, het brein achter de race.
Geen bordjes onderweg. Een gps ip ook niet, alleen een door alle lopers zelf gemaakt de dagen ervoor.  4 posten over 84 km en 8700 hm.
De zaterdag voor de race krijg je een kaart die ingetekend is met de route door Alke zelf. Het liefst zoveel mogelijk Alkepaadjes. Er komt een briefing die vooral belangrijk is voor de lastige passages en op een donderdagmorgen vertrek je om 4 Uur.
Onze derde editie. De eerste editie was Mirjam niet fit en ben ik alleen door gegaan maar zag ik het niet zitten om alleen in de nacht te navigeren. Verleden jaar heb ik een enorme crash gemaakt en ging de handdoek daarom in de ring na 45 km.


Dit jaar moest het gebeuren. Beide fit en klaar om eindelijk de EMI af te vinken.
Petra liep met ons mee tot post 2. Ze had weinig ervaring in dit terrein dus wel fijn om bij ons aan te haken. Zo gingen we op pad, Alke’s Angels.
Het eerste deel konden we redelijk wel vinden, daar waren we eerder geweest. Opvallend was ook dat het gat met verleden jaar lang niet zo groot was.
En het begon prachtig, een regenboog na een buitje.

In de loop van de dag werd het weer anders. Regen, veel regen. Het maakt het een stuk uitdagender, alsof het al niet genoeg uitdaging was.
Alke stond weer bij het touw waar we naar boven moesten klimmen, alleen nu zeiknat. Maar nog altijd met een grote glimlach.
Wij waren ook zeiknat, maar nog wel warm van de inspanning. De meiden daarboven hadden het pas koud, wat een kanjers die vrijwilligers!
En zo gingen we verder, zwarte luchten en onheilspellend weer. Onweer volgde, harde klappen en hagelstenen. Toevallig liepen we net langs een soort hutje. De keuze was snel gemaakt, schuilen! We zouden juist een klim in gaan op weg naar een graat.
Onder een mini afdakje schuilden we en aten we wat. Na enige tijd leek het voorbij en begonnen we aan de klim. Ergens zagen we iemand lopen in onze richting, in de afdaling dus. Het bleek Ronnie te zijn, onderkoeld. Hij zat boven in de hagel en onweer en is uiteindelijk omgedraaid. Op de graat werden we er zowat afgeblazen. Zoekend naar de goede weg klauterde we over de graat.
Daar waar we verleden jaar in de rotswand hingen vonden we nu een soort betere weg over terrein waar geen pad is.
Maar het was hilarish. Alles was zo nat en glad dat we meer naar beneden gleden dan liepen. Hele stukken op de billen of we nu wilden of niet.

Beneden bij de koeien en waterbak kregen we er de slappe lach van. Alles was kapot.
Onze broeken gescheurd. Mijn stok was boven gebroken (Afdalen met 1 stok is hel in dit terrein)
Jas en handschoenen gescheurd, we zagen eruit als warriors. Gelukkig hadden we pamnekoeken van Raf en die werden daar veroberd, man wat waren die lekker!

Maar nog steeds vol goede moed. Ergens kwam zelfs het zonnetje voorzichtig door.
En zo gingen we verder, soms met een kaart studie maar al met al vonden we de weg redelijk wel. Met wat omweggetjes af en toe maar toch.

Bij post 2 werden we in de watten gelegd en zou Petra uitstappen. De bikkel had haar grenzen verlegd en sterk meegelopen. Ik kreeg een stok van haar en zo was ik ook weer compleet. Mirjam en ik gingen verder. Continue reading “Het verhaal en de foto’s van de EMI 2018 – 📸 Barbara Kerkhof” »

Marathon de Montcalm – twee keer boven de 3000 meter

Een weekje met Tonkie door Frankrijk touren was het plan. Dan kon ik misschien nog wel een leuk wedstrijdje mee pakken ergens. Even de kalender erop na slaan en zo kwam Marathon de Montcalm in beeld. Een loop in het Montcalm Massief op de grens van Frankrijk en Spanje. Dat gebied ben ik nog nooit geweest dus dat leek mij perfect.
Het paste goed en konden we een mooie route rijden via de Morvan, D’Ardeche en de kust naar de Pyreneeën.
Zo kwam het dat ik zaterdag om 7 uur in het mooie dorp Auzat aan de start stond van een marathon. 42,2 km en 2600 hoogtemeters met twee toppen boven de 3000 meter.
Ik dacht laat ik een beetje vooraan gaan staan als we dan een smal pad ingaan zit in niet achterin de meute. Wist ik veel dat het eerst 3 km vals plat asfalt was.
Ik werd werkelijk door, naar mijn idee, iedereen voorbij gerend. Ik liep toch 10 km per uur maar 12 had beter gepast. Toen we na 3 km het bos ingingen kwam ik alsnog wat vast te zitten. Maar goed, ergens kon ik er voorbij en vond ik mijn ritme.
Er kwam een soort vlak stuk in de wand van de berg en in die eerste 10 km zaten rond de 650 hm. Buiten het glibberen van alle regen de dag ervoor was het dus een redelijk makkelijke eerste 11 km.
In het dorpje met 6 huizen en een heleboel supporters was Jeanet. Even hallo en weg was ik weer. Klaar voor het echte werk. Klimmen naar eerste top, Pic de Montcalm op 3000, een stukje dalen naar col de Riufret en dan weer omhoog naar Pic Verdaguer op 3129 meter.

En wat een klim was het! Singletracks die overgingen in rotsvelden. Veel geklim en geklauter. Het eerste deel zat ik weer wat vast maar in het rotsgedeelte kon ik makkelijker om mensen heen.
440 lopers is dan ineens best veel. Maar het was toch ook wel weer snel verspreid. En het leverde ook weer leuke gesprekjes op onderweg.
De dag was begonnen in mist maar des te hoger we kwamen des te beter werd het. De hemel brak open en de uitzichten werden steeds mooier.
Het was een mooi gezicht, je zag links de ene berg liggen waar je heen moest. Lopers met gekleurde shirts die een soort sliertje vormde op weg naar die top.
Die daalde weer een stukje af en gingen weer omhoog naar de andere top. Je liep als het ware een driehoekje.

Een prachtig gezicht en tegelijkertijd denk je, pooh pooh dat is nog een klim!
In die 10 km was het dus klimmen en klauteren en 2000 hoogtemeters maken. ik haalde daar weer een hele grote groep in.
Helemaal boven werd je gecheckt en een foto van je nummer gemaakt en kon de afdaling beginnen. Die was in dat terrein ook niet zo makkelijk.
Een stukje dezelfde route en erna een ander route. En zo daalde ik weer en bestond die 10 km uit een lange afdaling. Stukken erg lastig maar ook stukken waar je super kon afdalen vooral in het bos.
Ondertussen had ik al zoveel posten gezien, niet normaal, het leek wel een soort walking buffet. Ik heb helemaal niets van mijzelf gegeten en had maar 1 fles drinken bij mij.
Want ik kon wel bij blijven vullen.
En de posten hadden toch een lekkers zeg, dadels, heerlijke lokale ham en kaas, soep en nog veel meer eten. Niet te doen gewoon.
De vrijwilligers waren onbetaalbaar. Vol passie stonden ze iedereen te helpen en aan te moedigen, mooi om te zien. Echt een lokaal feestje. Allemaal lokale lopers en lokale vrijwilligers.
De laatste 10 km was dan weer een soort makkelijk. Alhoewel ik het een rotstuk vond want er zaten wat stukken asfalt in maar gelukkig schoten we weer in het bos in wat dan heel de tijd een beetje op en neer bleef gaan.
De laatste 5 km liep ik met twee mannen. Die bleven in mijn spoor lopen in het bos waar nogal wat rotsen lagen. Een mooi treintje met wat woorden Frans en Italiaans.
Zo telde we gedrieën de laatste 8 km af.
Uiteindelijk kwamen we weer in Auzat na 8 uur en 4 minuten.
Een hele aangename kennismaking met de Pyreneen. Dat belooft alleen maar heel veel moois volgende week tijdens de PSR!

UTMR – de 4 stage run – still Bold Beautiful and Brutal!

Etappe 1 – van Grachen naar Zermatt -36 km en 2300 hm.
Dit is de makkelijkste dag van de 4 dagen. De minste km’s en hoogtemeters. een opwarmertje dus.
Ik besluit om lekker door te lopen en kijken of de benen doen wat ik denk dat ze kunnen doen. De start is iedere dag om 6 uur dus met een redelijk slaaphoofd sta ik aan de start.
De eerste 45 minuten in het donker en dan komt de zon op. Daar zie je niet heel veel van want het is mistig. De eerste klim is niet lastig en de km’s vliegen voorbij.
Als we ergens in de mist over een brug moeten, denk ik eerst dat het de nieuwe Europabrug is, maar hij is wel erg wiebelig en vooral kort. 
Een stukje later zie ik de brug liggen, fantastisch! Wat een ding en hoe mooi dat het in de race zit. Ik loop er samen met schotse Lynn over. Een 494 meter lange hangende loopbrug dwars over een ravijn, de langste ter wereld en 85 meter hoog, spectaculair!
We komen onderweg 2 posten tegen waar ik rap doorheen ga. De laatste 9 km is relatief makkelijk en voor ik het weet is de laatste afdaling ingezet.
Daar komt een vrouw mij in volle vaart voorbij. Die daalt heel rap af. Later blijkt zij mijn concurrent te zijn in de 50 plus klasse. De Oostenrijkse ….. Ze finisht 2 minuten voor mij en de toon in de 50 plus groep is gezet. Binnen 15 minuten tot een half uur staan 5 vrouwen. Allemaal berggeiten en 1 dutchie op de tweede plaats zover.
Ik ben binnen na 6.44 uur.
Een middagje relaxen zorgt voor een goed herstel.

Etappe 2 van Zermatt naar Gressoney – 43 km en 2980 hm.
Deze dag begint met een enorme klim van 1600 meter. Zo de gletsjer op. Spectaculair mooi! Vandaag loop ik steeds in de buurt van Tokyo, Swiss en Canada.
Die drie mannen zou ik iedere dag wel ergens tegen komen. Altijd even kletsen en soms een stukje samen oplopen.
Een prachtige dag wat de route nog mooier maakt. Met zicht op de Matterhorn krijg je energie voor 10. Ik loop sterk en geniet van de route, van ongekende schoonheid. 
Ergens duikt de monta Rosa op en ondertussen rennen we over een mooi groen deel.
Dan volgt een tweede klim over rotsdelen. Ik ken dit stuk maar was vergeten hoe zwaar dit was. We zwoegen naar boven. Ik heb het zwaar. In de afdaling trek ik wat bij en kan toch nog best doorlopen. Als ik bijna in Gressoney ben staat er een vrouw hard aan te moedigen. Ze blijkt daar te wonen en loopt ook. Ze vraagt of ik het leuk vind als ze mee rent. Leuk! En al babbelend rennen we samen de laatste 3 km. Hoe mooi is dat? Haar droom is ooit deze race te kunnen doen. Ze zorgt ervoor dat ik blijf rennen en na 8.32 uur ben ik bij de finish. Een prachtig hotel zorgt voor een heerlijke avond. 
Ik slaap weer samen met mijn Zwitserse roommate Barbara. Wij zijn een goed team.  We blijken veel dezelfde interesses te hebben en we hebben hetzelfde regime in de morgen: laat opstaan en snel weg.
Ik zet de Oostenrijkse deze dag op 20 minuten. Sterk gelopen dus.
Nummer drie en 4 zitten nog wel in de buurt maar de afstand wordt groter.

Etappe 3 – van Gressoney naar Macugnaga- 46,5 km en 3400 hm.
De zwaarste dag lijkt. Ik voel mij nog steeds goed. Vooral mijn benen zijn sterk. Op deze dag komen er twee brute klimmen die samen bijna zorgen voor 3400 hoogtemeters. 
De eerste klim kom ik goed door, maar mijn maag is wat van slag. Een weeïg gevoel en het eten smaakt mij niet. De posten die we de hele race tegen komen zijn niet echt super. Weinig eten en niets aan hartig voedsel. Geen soep of iets wat zoutig is. 
De cola staat mij tegen en ik doe het op zakjes Hammer Perpetuem. Dat smaakt naar chocolademelk en dat verdraag ik goed.
De dag is nat, koud en mistig. Dat helpt niet echt om het moraal omhoog te krijgen.
De tweede klim kan ik mij nog goed herinneren van verleden jaar toen ik de 120 km deed. Er kwam geen einde aan en dat was nog steeds zo. Ik ga volledig naar de klote.
Ergens kom ik een hut tegen. Ik stop en ga naar binnen. Ik moet chocomelk hebben. Er moet energie in mij zonder dat ik over ga geven.
Ik bestel een chocomelk en de vrouw geeft het mij gratis. Ik moet lopen, ben vrouw, ben stoer en daarom krijg ik het zegt ze, hoe lief! Ik knap er even van op.
Eindelijk kom ik boven. Leeg, koud en een soort misselijk bereik ik de top. Het uitzicht is dan wel weer fantastisch! 
Maar goed, er mag afgedaald worden. Niet zeiken maar lopen. Ik start de afdaling.
Als ik net onderweg ben komt de Oostenrijkse mij in een bloedvaart voorbij. Alle stenen zijn spekglad en ik doe voorzichtig. Zij vliegt eroverheen. Bizar. Ze zet mij in die afdaling op 13 minuten.
Het laatste stuk is een lang stuk over een breed pad wat eeuwig duurt en stiekem wat stijgt.  Ik ben er enorm klaar mee. Maar dan staan daar twee Italiaanse jongetjes die thee hebben en mij met de mooiste bruine ogen aankijken en vragen of ik dat wil. Ik smelt.  Drink thee en eet een stukje chocolademuffin. Die twee komen er wel in deze wereld, helden.
Kapot kom ik na 9.43 uur aan bij de finish. Al met al blijkt dat nog een goede tijd te zijn als ik zie hoe lang bv de andere Nederlanders erover doen.
Ik probeer die avond goed te eten maar mijn maag is toch nog wat van slag.
Etappe 4 – Van Macugnaga naar Grachen – 44 km en 3000 hm.
De dag begint met de enorme klim over de Monto Moropas wat normaal gezien prachtig uitzicht geeft over de Monte Rosa en natuurlijk het grote goudkleurige mariabeeld, de Madonna Della Neve op 2984 meter. Maar helaas was dat zicht ver te zoeken.
Het was mistig, nat en vooral koud. 
Lange broek en muts was nodig want boven was het 3 graden. Mijn maag was nog niet helemaal ok maar beter dan de dag ervoor. Boven aangekomen was een kleine post bij de hut en samen met de Oostenrijkse kwam ik boven. Een teken dat ik goed loop. Ik nam een beker thee maar na een paar slokken voelde ik misselijkheid opkomen en heb ik eigenlijk alleen nog maar Hammer perpetuem gedronken. Dat heeft mij toch twee dagen genoeg energie gegeven zonder er misselijk van te worden. Daarnaast de cliffblocks van Cliff barr en dat was ongeveer mijn intake.

Boven is het een groot rotsgebied wat erg glad was door de regen en lichte sneeuw wat ondertussen viel. Ik daalde soepeltjes af maar na een paar km kwam de Oostenrijkse voorbij en die kon ik echt niet bij houden, een maatje te groot gewoon. Het was zaak om nummer drie niet voorbij te laten komen zodat ik mijn tweede plek kon vasthouden.
Er volgt een lang breed pad beneden langs het meer en uiteindelijk kom ik aan in Saas Fee. Daar woont Siebrig en die stond daar om aan te moedigen. Gezellig even bijgekletst en weer op pad. Nog een kleine 1000 hoogtemeters over het laatste deel wat nog 20 km is.
Dat stuk is mooi maar duurt een soort eeuwig. Ik herinner mij dat van verleden jaar. Nu ging ik er een stuk rapper doorheen. Je loopt in de muur van de bergen eigenlijk en het blijft constant op en neer gaan.
Uiteindelijk kom ik bij de laatste post 4 km voor de finish. Een van de vrijwilligers roept gelijk, i remember you from last year, you did the long distance. Wat een goed geheugen! We kletsen even en ik ga door voor de laatste afdaling. Het is nat en koud.
Maar uiteindelijk kom ik weer in Grachen en finish daar mijn race in 9.15 uur.
Een zware 4 daagse etappe race over 169 km en 11.000 hoogtemeters.
Ik word uiteindelijk mooi tweede in mijn leeftijdscategorie wat ik een mooie prestatie vind in dat berg geweld van vrouwen. Een sterke stabiele race gelopen.
Overall word ik 12 de vrouw en 56ste in het klassement. Een hele mooie seizoen afsluiting in een bijzonder (minimaal) loopjaar.

De UTMR, nog steeds Brutal, Brilliant en Beautiful. Een stage race is toch weer wat anders dan een ultra. Het is best lastig om je iedere dag weer op te laden voor een lange dag. Je loopt toch ook harder dan je met een ultra doet. Maar erg leuk om weer eens te doen.
De lange klimmen maken deze wedstrijd zwaar.
De wedstrijd was op zich goed georganiseerd. Verleden jaar schreef ik dat het het de best georganiseerde wedstrijd was die ik ooit liep.
Dat kan ik nu niet meer zeggen. Ws door meerdere racen toe te voegen was het voor de organisatie een hele klus en dat was vooral in de posten te merken.
Minimale voorzieningen en karig. Er werd soms verteld dat je maar een halve reep mocht of 1 glas cola. Ik miste warme dranken bij het koude weer.
Er waren nogal wat lopers die daar over hebben geklaagd en de organisatie zal dat zeker meenemen.
De rest was prima geregeld! De hotels top! Start en finish iedere dag prima. De UTMR blijft een mooie brute race, een aanrader!
Dank voor de gezelligheid Edwin, Mirjam, Tom, Robin, Doortje en Frans.
And Barbara thank you for being such a great Roommate!

De EMI 2017 – we zouden gaan finishen…..

It isn’t a race, really. It’s a story. ( quote by anne mummie)

De EMI2017. Het  is misschien wel de Barkley van Europa maar dan een beetje anders en wat korter. Maar de race directors hebben een overeenkomst. Een parcours creëren dat niemand heeft en dat alles overtreft. Noem het passie, noem het sadisme, noem het wat je wilt, er aan meedoen is het mooiste wat er is.
Een bijzonder gezelschap aan lopers. Je kunt alleen meedoen op uitnodiging en wederom bepaalt de race directeur wie dat zijn.  In een interview sprak race directeur Alke Staal de volgende woorden ‘ personen die ik uitnodig is meestal een mix van mensen met veel ervaring in de bergen, maar ook juist goede lopers zonder veel ervaring, mensen van de lange adem en ook lopers/sters die normaal juist kortere wedstrijden lopen, een aantal daarvan horen, naar mijn mening, bij de beste van NL & BE en anderen zijn misschien niet de allerbeste maar voegen op een andere manier weer iets toe. En juist deze mix van alle types zorgt ervoor dat er heel hard gelopen wordt en nog veel harder lol gemaakt wordt met zijn allen tijdens iets waar we allemaal dol op zijn, buiten spelen in de bergen.’ 

En dit jaar was er dan ook een nieuw parcours voor deze derde editie. Een heel seizoen is hij bezig geweest om de lastigste stukken te vinden, maar tegelijkertijd ook de meest prachtige. Een gps file is er niet. Geen bordjes onderweg. 4 posten over 84 km en 8700 hm. De zaterdag voor de race krijg je een kaart die ingetekend is met de route door Alke zelf. Er komt een briefing die vooral belangrijk is voor de lastige passages. Er volgen een aantal dagen waarin alle lopers als een dolle op verkenning gaan met de kaart. In de avond worden die ingeleverd bij een van de Belgische lopers die er een gps file van probeert te maken. God zegene de greep.
Mirjam en ik aanschouwen het. Wij  moeten rusten na 4 dagen van veel lopen en veel hm. Maar tussen de bedrijven door maken we een deal. Roman levert ons de gpsfile dan zet ik het op zijn gps op de laptop van Mirjam. En zo worden de deals gemaakt.

Donderdagochtend 4 uur. We vertrekken met 28 lopers. Mirjam en ik zijn vol vertrouwen wij gaan dit fixen en gaan als laatste lopers de rode lantaarn binnen halen. We zijn overtuigd van onszelf. Gewoon omdat we dat kunnen. Er volgen 2 vlakke km’s en binnen 30 seconden zijn we de laatste en is iedereen weg gevlogen. Als we in de eerste klim zitten van 1000 meter zien we al snel lichtjes boven ons. Man wat gaan die hard! Maar he , hier loopt de top van NL en Belgie en dat zijn wij  niet. Wij kennen onze tekortkomingen en gaan ons eigen ding doen. Als we boven zijn verschijnt de zon. Amen, dit is waarom we doen wat we doen. De zon op zien komen in de bergen, over graatjes manoevreren, bloemen ruiken in  het vroege ochtend dauw.
Er volgen toch zeker wel een km of 10 die goed te doen zijn. Zomaar paadjes. Tot we een ergens in een klim af moeten slaan. Er volgt een enorm rotsveld. Alke terrein. 

We denken dat we naar de hoek moeten lopen ergens daar boven. Er moet een passage zijn waar alke een lang touw heeft opgehangen om naar boven te komen. We klauteren samen naar boven, de Fenêtre d’Ardens op. Proberen ieder ons weg te vinden. Uiteindelijk zie ik Alke staan, met een big smile, ‘ hallo oude klimgeit, hoe gaat ie?’ Goed! Prachtig weer man! We krijgen instructies voor het touw. Stokken weg en met de handen aan het touw en de voeten tegen de berg omhoog.
Boven staat Jorien voor verdere instructies. En cola! Ik wacht op Mirjam want 1 tegelijk naar boven aan het touw. Jorien wijst ons ongeveer de weg als we verder gaan. We dalen af via een veld vol met bloemen waar net ons hoofd boven uitkomt. Bijna zonde dat de bloemen knakken.
We klimmen weer en nemen de topjes mee die daar liggen. Een fransman die we tegen komen, een hele fitte oude knar overigens, is bijna overstuur omdat we de verkeerde kant oplopen volgens hem. Hij kent het begrip Alkepaadjes niet. Hij ziet alleen twee blonde meiden die zichzelf bijna de dood injagen want daar zijn geen paden!!! Hij roept ons nog lang na. Ik zwaai nog maar eens extra, merci! 
Ondertussen proberen we alles via de kaart te doen en de gps als back up te gebruiken en dat gaat verrassend goed. We zijn helemaal blij met onszelf omdat we de kaart gewoon goed lezen.
Na een paar graatjes dalen we af. Ergens komen we in een bos. We zien een spoor van bloed hier en daar. Kim liep niet zo ver voor ons. Inderdaad, we halen haar bij en ze bleek een bloedneus te hebben. Toch geen beren of wolven op het parcours, je weet het maar niet.
Als we toch al een eind door het bos zijn zien we een bordje en op de kaart lijkt het of we voorbij de afslag van post 1 zijn gelopen. We gaan met z’n drieen terug. Lopen nog een km of 1.5 terug en dan check ik de gps. Shit we waren er toch nog  niet voorbij. Weer terug en daar vinden we het zijpad en Marion en herald. We worden verwend met lekkers en vullen onze rugzakken en vooral water. Het is al bloedheet. Er staat totaal geen wind en er zijn enorm veel dazen. Zodra je stil staat wordt je werkelijk opgevreten. 
We gaan weer verder na de goede zorgen, onbetaalbaar. Het bos door en we klimmen en klimmen. Na een huisje moeten we links naar boven. Weg pad. We komen in een rotsveld terecht. We herhalen de woorden van Alke, ‘ hier volg je de logische lijn’ . Hm zegt Mirjam, ik ben de logica al lang kwijt. Ik beaam het. We klauteren naar boven, eindeloos. Ver weg zien we twee stipjes. Huh? Wandelaars? Wat doen die gekken daar? Gelukkig blijken het later Jorien en Linda te zijn. Die hebben de mooiste spot ever gevonden voor aanmoediging en een flesje water en een tukje (met 42 gaatjes) . Uiteindelijk bereiken we de graat, Cime de Piron . Maar man man man wat is dat mooi. Onwaarschijnlijk uitzicht om je heen. Uitzichten vlak bij maar ook de Mont Blanc in de verte. Te mooi om uit te leggen. We lopen over hele smalle graatjes en kunnen alleen maar stil zijn en af en toe zeggen dat je op een stukje uit moet kijken omdat het heel smal is. Foto’s maken en realiseren dat we bevoorrecht zijn dat we dit kunnen en mogen doen.
Tot we weer bij de afdaling komen. Huh, waar kunnen we nu toch naar beneden? We zien de chalets de lens beneden. Maar hoe daar te komen is nogal een uitdaging. Uiteraard kiezen we het verkeerde stuk en hangen aan rotsen en kliffen. Net iets te veel naar rechts blijkt later.
We komen al kreunend en steunend beneden. En daar is een waterbak, oh happy times!!
Koud water over ons, drinkwater en we zijn gelukkig. Wat een bak koud bergwater niet kan betekenen.
We dalen af en vinden uiteindelijk een pad. Bloedheet weer. Veel bloemen en gras. Veel wegglijden. We beloven onszelf een ijsje als we bij het meer van Mondtriond komen, en koude cola! Als we het laatste stuk afdalen horen we Alke. Die roept ons al toe. We stoppen even, halen een ijsje. Extra koude cola in de rugzak. Voeten luchten en off we go.
Alke zegt nogmaals dat we echt goed op moeten passen op het stuk waar we heen gaan. Een soort pad wat een voet smal is en als je daar gaat glijden ga je echt glijden. We beloven het. Vol goede moed gaan we verder. We weten dat we dit gaan fixen. We voelen ons goed en hebben er gewoon ook nog zin in. Ondanks dat we al een halve dag lopen.
We komen in een bos. Het wordt steiler en steiler. We kunnen geen pad vinden. We dwalen en dwalen. Links en rechts. Op handen en voeten soms omhoog. De gps kan de signalen niet vinden en daar hebben we dus ook niets aan. We vloeken en je moet alle zeilen bijzetten om rechtop te blijven staan. Tijd voor een mini break met de reserve koude cola en een snicker. Al vloekend moeten we dan ook nog erg lachen. Man, wat een klotebos. Uiteindelijk heb ik al twee x een stuk getraverseerd die eigenlijk veels te steil is, als je daar gaat ga je echt. We komen er achter dat we toch dat stuk moeten hebben. Dus nog hoger traverseer ik het weer.
En dan gaat het mis. Ik ben voorzichtig, steek mijn stokken in. En ik glij toch weg. Probeer het tegen te houden maar ik voel dat het helemaal mis gaat. Ik probeer mijn handen in de helling te grijpen maar niets houdt vast. Het is een dek met bladeren en stenen.
Mijn snelheid neemt toe en mijn hoofd is heel scherp, ik hoor en zie alles. Ik denk na hoe te stoppen in 2 seconden maar het lukt gewoon niet. De snelheid is zo hoog. Mirjam ziet mij verdwijnen. Ze ziet mij eerst gaan glijden en dan verdwijn ik in de diepte. Ik zie een soort rotsverhoging voor mij en wordt gelanceerd. Ik hoor mijn eigen stem – een gekreun van de klap- nog een keer. Ik hoor alles uit mijn rugzak vliegen. En ik hoor overal stenen glijden.
En waarschijnlijk doordat ik over de rots ben gegaan is mijn lijf gedraaid en kom ik ergens tot stilstand. Even lig ik stil. Ik zie een boom een stukje lager en kruip erheen.
Daar omderzoek ik mijzelf. Ik ben ervan overtuigd dat ik dingen gebroken heb. Bloed op benen en armen. Ik check mijn polsen want daar zie ik wonden. Na een korte inspectie lijkt het erop dat er niets gebroken is. Ik ga staan, trillend op mijn benen. Ik ben ok geloof ik. Ik roep naar boven, naar Mirjam. Dat ik ok ben. En dat ze heel voorzichtig via de zijkant moet komen. Geen haast voordat ze ook gaat glijden.
Ik wacht en inspecteer nog wat. Grote schaafwonden op heup, bovenbeen, scheenbeen en armen. Met name aan de rechterkant. Ook op mijn buik zitten schaafplekken, mijn rugzak heeft mijn rug beschermd. Mijn thorax is wel erg gevoelig, al mijn ribben doen zeer. Ik zie overal wat dingen liggen. Mijn garmin en kaart liggen in de buurt. Een fles en nog wat losse dingen. Mijn zonnebril zie ik niet, ik laat het zo. Het is niet het moment om te zoeken. Mirjam vind mijn stokken en neemt die mee op de weg naar beneden. We omhelzen elkaar even als ze mij bereikt, dit had heel anders af kunnen lopen. Dat oude lijf is nog best flexibel is onze conclusie. We dalen stapje voor stapje af. Van boom naar boom. Mirjam voorop en ik haar kielzog.
Als we wat lager zijn app ik Alke . Die belt gelijk en weet precies waar we zijn en waar het mis is gegaan. We spreken af dat wij naar de weg lopen en dan pikt Tim ons daar op. We zijn nl vlak bij post 2 . Een half uurtje later zijn we bij de weg en stappen we in de auto.

Einde EMI2017. 41 km en 3900 hoogtemeters. Het had 84 en 8700 hm moeten zijn!  Fuck, we gingen zo goed en waren zo zelfverzekerd dat we het gingen fixen! Dit was niet de bedoeling. Tegelijkertijd beseffen we wat een geluk ik heb gehad.

Risico’s die we zelf nemen en dan kan het soms mis gaan. Dat hoort erbij. En zeg nu zelf, je kunt alleen maar uitstappen in een EMI als je zo gehavend bent als ik nu. Anders is er geen excuus, toch?  Nu wonden likken en een plan maken voor 2018. Drie x is scheepsrecht. De EMI wordt een obsessie zo. Maar eerst weer op de lijst zien te komen om uberhaupt mee te kunnen doen. Mirjam en ik zijn ervan overtuigd, wij kunnen die emi finishen. Verleden jaar was Mirjam niet fit. Dit jaar crash ik. Volgend jaar moet het lukken!

It isn’t a race, really. It’s a story. 

Nb- thomas wint de race in een kleine 19 uur, bizar snel. Susan wint hem bij de vrouwen, oersterk! Er finishen 15 lopers van de 28. Best een goed gemiddelde. Reden voor Alke om misschien een drinkpost eruit te halen? Of een graatje meer erin? Moet niet te makkelijk worden!

Hochkonigman – mag het ietsje meer zijn….

Het plan was redelijk duidelijk in mijn hoofd. Starten en tot de post op 39 km kijken hoe het zou gaan. Serieus proberen om tot 55 km te komen als er geen grote problemen waren en dan uitstappen en met de bus terug naar Maria Alm. Een korte beschrijving van hoe ik de Hochkonigman wilde lopen, normaal 85 km en 5100 hm.
Dat klonk als een goed plan. De dag ervoor heerlijk een beetje geluierd, gegeten en heerlijk bijgekletst met Nico en Mirjam. Qualitytime.
De start was om 0.00 uur. Het plan was om met Nico te lopen en zo geschiedde. Op een of andere manier kwam ik helemaal niet in mijn ritme. Ik was een soort misselijk, golven van misselijkheid kwamen steeds omhoog, met vlagen. Mijn darmen waren van streek en samen met Nico leek het wel onweer wat we produceerde aan gassen.
Ook Nico was misselijk. Later bleek Mirjam precies hetzelfde te hebben. Toch iets niet goed geweest in de pasta die we alle drie gegeten hadden. Hoe dan ook, het ging allemaal niet vanzelf. Ik begon al snel te denken dat ik er bij 39 km uit zou gaan. Zelfs het afdalen was gedoe, ik kwam er maar niet in op een of andere manier.
Hoe dan ook, de zon kwam op en er ontvouwde zich een prachtig gebied voor ons. Daar waar ik verleden jaar werkelijk niets had gezien door de dichte mist was het nu een prachtig gebied. We keken steeds op een wolkendek neer. Iets wat mij altijd enorm facineert. 
En zo kwamen we aan bij km 39 op een moment. Ik had met mezelf afgesproken als ik geen grote problemen heb loop ik door. Die had ik niet. Mijn hamstring voelde ik niet. Mijn ritme was er niet maar ging toch wel iets beter. Stijf was ik al wel, maar ja, niet heel gek als je niet meer dan 2 uur lopen in de benen hebt.
En dus gingen we verder. De zon was maximaal door en het was al bloedheet. Het werd 30 graden en zowat geen wind de hele dag. Gek genoeg kon ik mij van dat stuk niet zo veel meer herinneren van verleden jaar. Nu bleek het eigenlijk een pittig stuk te zijn. Maar toch begon ik beter te lopen. Klimmen ging beter en dalen kreeg ik wat meer gevoel bij.
Bijna bovenop de top daar was een hut. Dat waren twee woorden die we daar aan hoefden te besteden. Een terras en een halve liter koude cola was ons deel. Al snel werden we vergezeld door Aad en nog een andere loper.
Volgetankt gingen we weer op pad. Om dan toch ergens bij het 55 km punt te komen. Het parcours is gelijk aan verleden jaar. Helaas hebben ze de stukken asfalt in de afdaling erin gelaten, dat is echt zonde. Het eerste deel was wel een stuk beter gemarkeerd, maar het tweede deel zeker niet. We zijn drie keer verkeerd gelopen.
Bij 55 km begon de twijfel. Nico wilde graag de wedstrijd uit lopen. Hij had het zwaar en ik ook. Maar niet zwaarder dan ik. Eigenlijk werd ik beter. Ik kon zeker nog wel een stukje verder maar de pest was dat je er nergens meer uit kon. Dus als ik verder zou gaan moest ik het echt helemaal uit lopen. Het doel was bereikt, 55 km was nu een prestatie op zich voor mij. Ik zou er hier uit gaan.

Maar Nico zou het heel zwaar krijgen alleen. Samen ben je sterker. Dus de knoop door gehakt. Ik zou met mijn keppe meegaan. Dan samen afzien,beter dan alleen. Thats where friends are for.
Dus wilden we ons klaar maken om te gaan. En plots was er een hele discussie. We mochten wel maar zouden nooit de tijdslimiet halen want we moesten om 18 uur op 76 km zijn. Er zouden nog 2000 hm volgen en dat zouden we dan inderdaad niet halen. Maar gek genoeg was de tijdslimiet 22 uur en waarom zou je dan nog 4 uur over houden voor de laatste 8 km afdalen? Ik begreep er niets van maar de jongen van de organisatie was duidelijk. Als we niet om 18 uur bij 76 km waren moesten we met de auto naar beneden.
Daar zaten we dan . Klaar om te strijden met elkaar en onszelf en nu mogen we niet. Teleurgesteld en boos. Want het sloeg ook nergens op gewoon. Die tijdslimiet konden we makkelijk halen naar de finish.
We zaten daar bijna een uur. Ik apte wat heen en weer met jeanet en die vond het ook maar raar. Dus die dacht ik zal nog eens kijken op de site. Wat bleek, de tijdslimiet was 20.00 uur op 76 km. Jezus! Klootviolen! Inclusief wijzelf want dan hadden we dat overzicht maar mee moeten nemen.

18 uur bleek voor de marathon afstand te zijn, een andere wedstrijd dus.
Weer hoop gedoe, en die gozer onze nummers op laten schrijven voor het geval we niet voor 22.00 uur binnen zouden Zijn. Want we hadden een uur zitten verdoen door hem. Die zouden ze er dan bij op moeten tellen mochten wij het niet halen.
Wij dus weer op pad. De eerste twee uur een soort klimmen als een dolle. Ik voorop en nico in mijn kielzog. Daarna begon de klad er wel een beetje in te komen. Nico had ontzettend last van een kapotte gat. Dat was ondertussen een soort rauw stuk vlees geworden. Het was bloedheet en er leek aan het klimmen maar geen einde te komen. Steeds weer een klim, steeds als je dacht nu zijn we toch wel uitgeklommen.

Maar uiteindelijk was daar dan de laatste lange afdaling. Ik kon ondertussen de sportdrank niet meer verdragen. Als ik het rook begon mijn maag al samen te trekken. Gek want water gaf geen problemen.
Dus gas erop en naar Maria Alm! Ik kon best nog ok rennen ook. Maar dat lukt Nico helemaal niet meer. Zijn kont deed zo zeer dat hij echt niet meer kon rennen. Dan schuurde het vlees op vlees. Dus dan maar wandelen. Nico wilde dat ik verder ging omdat ik nog kon rennen. Maar geen haar op mijn hoofd die daar aan dacht. Een uur later zal mij dan ook een rotzorg zijn. Samen uit, samen thuis.
En dat lukte, met een heel plein vol mensen kwamen wij bijna als laatste binnen. Tijdens de afdaling zijn we toch nog wel ingehaald door een stuk of 10 lopers. Het was een soort hilarisch, enorm gejuich en geschreeuw. Dat is nog eens een finish! Mooi om dat samen met mijn partner in crime te doen!
Ik was verrot maar ook blij verrast dat ik er toch gewoon 85 km uit geperst had, bizar toch. Je lijf onthoud gewoon nog wat dingen en stelt je in staat om met een vrij ongetraind lijf toch ook nog dit te kunnen.
Mirjam finishte in een mooie 17 uur en zo waren we alle drie toch zeer tevreden met onze prestatie. Hoe ik de volgende dag liep zullen we het maar niet over hebben maar dat is dan weer de prijs die je betaald voor ongetraind zulke dingen doen.
Hopelijk kan ik nu weer wat opbouwen en er nog een mooi seizoen van maken. Wel heb ik wat besluiten genomen over wedstrijden dit seizoen maar daarover later meer.

Het was een heel mooi weekend met mensen om mij heen die mij erg dierbaar zijn en in de bergen waar ik zo van hou….meer hoeft dat niet te zijn……

Les Lucioles – wat een trailfeest!

We waren er verleden jaar al, trail les Lucioles. Toen wist ik al dat ik hier ieder jaar terug zou komen. Verleden jaar was het 22 km. Dit jaar iets meer, 23.9 en 1250 hm maar dat bleek pas bij aankomst, aangegeven op een a4tje. 
Locatie – Soiron. Georganiseerd door Les Coureur Celestes. De leukste trailclub die er is.
Samen met Mirjam en Nico vertrokken we om 18 uur voor een tocht in de sneeuw. Er lag serieus sneeuw, geweldig. Ondanks dat er toch aardig wat lopers meedoen heb je daar weinig hinder van. Wat je ziet is een lang lint lichtjes. Het parcours is pittig. Veel steile klimmen en afdalingen. De hm in deze afstand zegt genoeg. Geen verzorgingsposten, je komt er wel uit. Bij de finish is bier, des te sneller ben je terug.
We lopen met z’n drieen op maar moeten soms op elkaar wachten en eigenlijk is het daar te koud voor. Want als je stil staat koel je enorm af. Dus lopen we alle drie solo door na 10 km.
Nico zit achter mij en Mirjam voor mij. Ik ben wat voorzichtig met dalen want ik heb een aantal weken geleden iets in mijn knie verdraaid. Daar heb ik serieus last van gehad en mede daarom weinig gelopen. De langste afstand die ik liep was 20 km en is al even geleden en was op asfalt in Afghanistan. Dus deze trail is een goede test.
Maar eigenlijk loop ik best lekker en heb het vooral enorm naar mijn zin op het parcours. Singletracks, sneeuw. Blubber. Steile klimmen en technische afdalingen, ik hou ervan!
Er komen nog twee sneeuwbuien onderweg wat het erg lastig maakt, je ziet niets anders dan alleen maar witte vlokjes in je hoofdlamp. Gelukkig heeft de organisatie de route goed uitgezet met overal op de bomen kleine reflectoren en dus vond je de route zelfs met een sneeuwbui. 
Rond de 20 km zie ik plots Mirjam voor mij lopen en dus lopen we samen de laatste paar km. Verleden jaar waren de laatste 2 km wat asfalt, dat is er nu helemaal uit gehaald. Van ver horen we de muziek en het is net als verleden jaar, je kunt niet anders finishen dan met een hele grote glimlach.
Muziek, de organisatie die je binnen schreeuwt en gelijk een glas bier in je handen stopt. Louise, de racedirector liet ons gelijk proeven van de lokale jenever. Kortom, 2 happy chica’s.
Een half uurtje later kwam Nico ook binnen en konden we aan het eigen gebrouwen bier van Celestes beginnen. 
Met Tonkie voor de deur als hotel kon niemand ons wat maken. Een bord pasta, heerlijke biertjes en een tent vol zingende en dansende trailers. Het is lang geleden dat ik op de tafels heb staan dansen. Maar tot in de late uurtjes hebben we in het Frans staan zingen en dansend op de tafels was het een heerlijk trailfeest.
Wat een geweldige trail is dit toch! Een mooi begin van een nieuw seizoen en vooral zonder last van mijn knie gelopen!
Louis thank you again! You rock!

De UTMR, brutal, beautiful and brilliant!

14141846_10154577855551520_3967798626677873920_nShit, er heeft iemand een Astma aanval, en wel een hele hevige. Dat was het eerste wat ik dacht nadat we weggeschoten waren uit het mooie dorp Cervinia in Italie. Het centrum door en gelijk klimmen. Daar hoorde ik een hoop gepiep en gehijg. Maar vooral gepiep.
Dat geluid kwam dichterbij, plots hoor ik een oerschreeuw en in een hoog tempo komt de man die bij dat astma geluid hoort voorbij.
Iedereen kijkt hem verbaast aan. Maar hij is volledig in zijn eigen wereld.
Gelukkig, de zuster in mij hoeft zich niet te ontfermen over een medeloper en ontspannen klim ik verder. Nou ja, ontspannen. Die kerel lijkt hetzelfde tempo als mij te hebben en alsof ik wordt achtervolgd door een astma patiënt blijft hij in mijn buurt. Af en toe een keiharde schreeuw waarna hij plots gas geeft en er weer voorbij komt. Vreemde manier van een ultra lopen, maar goed, ieder zijn ding. Ik besluit om wat door te lopen zodat ik hem niet meer hoor want het maakt mij onrustig.
14183690_10154582910616520_2905156953916360092_nWe klimmen naar de eerste top op bijna 3000 meter. Ik merk dat ik echt even in mijn ritme en ademhaling moet komen. De start is al op 2000, ik moet even wennen.
Maar de omgeving zorgt voor een ontspanning en ritme. Al snel loop ik een aantal meren voorbij. 14212722_10154582912556520_511718199347234571_n
En zie ik alleen adembenemende vergezichten om mij heen.
De afdaling is heerlijk, een heel lekker stuk. Daar ontmoet ik voor het eerste de broers Thon, twee Nederlanders. Die zijn even euforisch als mij. Man wat een schoonheid.
Ik kom na 17 km bij de eerste cp, Refugio Ferraro. Deze post en vervolgens alle anderen posten zijn een warm bad. Alles goed geregeld en vooral een groep hele enthousiaste vrijwilligers. Onbetaalbaar! Ze helpen met alles en schreeuwen je succes als je vertrekt.
Er volgt weer een klim en een afdaling tot ik bij km 28 kom. daar zou ik Jeanet zien.
14224949_10154582910871520_1612492857598449953_nEr zitten technische stukken in en terwijl ik over een rotsveld loop blijft mijn stok hangen tussen de rotsen, ik val en stok gebroken. Mijn Helinox stokken die onbreekbaar zijn, shit. Alles kan kapot blijkt maar weer.
Ik kan er nog iets van fabriceren door de lengte anders af te stellen maar erg stabiel is het niet. Met een lange afdaling is het lastig met die stok maar ik hoop dat ik ergens ducktape kan vinden.
Ondertussen smt jeanet dat ze de post niet kan vinden en ondertussen op de post van 35 km zit. Maar daar kan ze niet blijven want daar moet je met een lift naar beneden en die gaat  om 17 uur voor het laatst, zonde maar we zien elkaar dan bij de volgende post wel.
14202708_10154582910811520_629393429351347426_nIk kom bij 28 km en vraag of er iemand ducktape heeft. Niemand. Een van de vrijwilligers neemt mijn stok en gaat ermee het dorp in. Ik neem het er maar even van en eet van alles. Als ik er toch ben. Kopje thee erbij.
Dan komt hij roepend terug, i have found it and fixt it. Perfect, de held!
Na een enorm dankjewel ga ik verder.
Er volgt een klim, een rotklim. Eigenlijk een redelijk saai stuk, wat bredere losse stenen paden. Was het heel de dag bloedheet, hier liepen we plots in de mist.
1100 meter klimmen tot Col D’Olen. Ik kwam hier in een groepje mannen, een brit, een italiaan en een Zwitser. We wisselen elkaar af, kletsen wat. Dan komt de een even bij, dan de ander. Gedurende de wedstrijd zijn we steeds in elkaars buurt.
Eindelijk boven waarna er een afdaling volgt van 1700 meter.
Dat is oa wat deze wedstrijd zo zwaar maakt, enorme klimmen en afdalingen.
Ondertussen begint het wat te schemeren maar ik ben al lang mijn besef van tijd kwijt. Het doet er niet toe. Het is van post naar post en tijd is een gegeven. utmr_sf6t5e
imageAls ik het dorp Alagna eindelijk inren is Jeanet daar, 47 km. Wat fijn om haar te zien. We kletsen bij, ik vertel over de schoonheid van de route, over de zwaarte en ondertussen eet ik, vult ze mijn water bij en prikt ze met een veiligheidsspeld twee blaren op de rand van mijn eelt hielen. Rotplekken waar altijd weer een blaar verschijnt.
Ik ga verder en Jeanet rijdt naar de volgende post op 71 km. Ze wil niets weten van een hotel, ze slaapt wel in de auto. Wat een vrouw!
En ik ga op naar de volgende klim. Weer 1600 meter omhoog. In het dorp ga ik even fout maar dat is door mijn onoplettendheid. De route is perfect aangegeven.
Ik heb het zwaar op de klim. Het gesprek met mezelf begint.
Heb ik nu echt ergens pijn ? Nou nee, eigenlijk niet. Het is gewoon zwaar. Nou zeik dan niet en loop door. En zo ga ik verder en ook nu kom ik weer op de top en ben ik blij dat ik mag afdalen. Maar dat is nog niet zo eenvoudig.
We zitten in het pikdonker in een steengebied en het is een soort lastig om goed te zien waar nu toch het parcours loopt. Ook omdat je toch niet helemaal scherp meer bent.
De Italiaan komt boven als ik met mijn licht de route zoekt. Samen vinden we het en dalen 14233055_1833809546849591_3435510627166266786_neen stuk af. Dan krijg ik het systeem van het pad door en ga ik een stuk rapper naar beneden. Ik heb weer energie en kom uiteindelijk in een bos.
De nacht is echt pikdonker. Als ik mijn licht uitdoe is het een grote sterrenhemel, magnnifiek!
Op 67 km is nog een minipost met water en ze hebben net thee gezet. Heerlijk, ik drink het op en ga verder.
En zo loop ik Macugna in, cp 6 en 71 km. Een grote post en jeanet staat mij al op te wachten. Ik voel mij goed. Iemand vraagt of ik pizza of soep wil. Beide, mag dat ook ?
Geen probleem, ik krijg een bord heerlijk gevulde soep. imageerna twee stukken pizza maar die krijg ik toch niet op. Ik doe er een in een plastic zakje en stop het in mijn rugzak.
Vol goede moed na een topverzorging van Jeanet ga ik op pad voor wederom een klim van 1600 meter. Het is 3 uur in de nacht. Het begin gaat goed maar dan krijg ik het zwaar, heel zwaar. Langzaam verdwijnt de kracht. Ik heb slaap.
Ik ruik koffie, en zie ineens een espresso apparaat in de boom. De koffie geur blijft in mijn neus zitten maar er is echt geen espresso te vinden.
Ik besluit even te gaan liggen. Ik val heel even in slaap tot ik mij rot schrik. Er loopt een beest over mijn hoofd. Wat het was weet ik niet maar ik ben gelijk wakker.
Ik moet toch boven komen dus ik ploeter verder. Pratend met mijzelf.
Langzaam wordt het licht. Ik bevind mij in een rotsgebied en klim en klauter over grote rotsblokken. Ik zie ergens daarboven een lichtje, daar moet de post zijn. Maar ik kom maar niet boven. Tot overmaat van ramp dwaal ik ook nog te veel naar rechts af. Te veel gefocust     op het lichtje daarboven en dus volg ik de stippen op de rotsen niet meer.
14238309_10154582910571520_5371874069284044564_nAls ik even ga zitten en mij omdraai zie ik de prachtige ochtendkleuren op de bergen.
Ik schiet vol, god kijk mij hier nu zitten. Niemand in de buurt. Ik vind mijn weg door de bergen , ik kan dit en wordt beloond met een ongelooflijke mooie ochtend.
Bevoorrecht voel ik mij.
Het geeft mij kracht voor het laatste stuk en eindelijk kom ik boven! Er is een hut en het is er warm.
Ik hoor iemand een cappuccino bestellen en denk dat is een goed idee.
Ik doe hetzelfde. Ik drink het op en denk al gelijk, allemachtig wat een straf bakkie. Het valt erg zwaar op mijn maag.14199377_10154597556466520_9001165602654570118_n
Ik was al iets weeïg in mijn maag maar niets om mij bezorgd om te maken. Het is heel verleidelijk om in die hut te gaan liggen. Heerlijk warm maar ik spreek mijzelf toe en stap naar buiten. Ik moet nog even verder klimmen. Naar de top van Monto Moro Pass. 
Ik zie daar plots een groot maria beeld staan. Huh? sleepmonster? Nee het is echt, het staat er daadwerkelijk. De Madonna della Neve. Deze pass is overigens de grens van talie en Zwitserland. Ik maak een foto, neem een stilte moment en begin de afdaling.
Een technische afdaling, rotsen en klimmen en klauteren. Maar wederom een prachtig stuk.
Ik kom op een redelijk vlak stuk wat langs een meer loopt. Ik voel mij leeg maar heb ook geen trek. Mijn maag is van slag. Ik denk aan de pizza en besluit de broodrand te eten. heb ik in ieder geval iets in mijn maag.

14233069_1836189386611607_7610561913767590463_n
Ik heb het nog niet doorgeslikt of mijn maag krampt samen en ik spuug het uit. Gek, ik heb dat niet zomaar. Dan maar rennen op niets.
Ik ren een paar km en besluit dan een gelletje te nemen. Misschien krijg ik daar wat energie van en blijft dat binnen. Maar hetzelfde gebeurt. Ik braak het gelijk uit.
Of het nu van die koffie komt weet ik niet maar lastig is het wel. Je voelt dat je lijf energie nodig hebt maar kunt het niet geven.
Ik probeer mijn gedachten weg te krijgen en ben een tijd aan het verzinnen hoe dat nummer toch ook alweer ging, Running on empty – Ik kan nog wel verzinnen dat Jackson Browne dat zong maar verder kom ik niet dan de tekst Running on empty.
Als ik langs dat meer loop komen de eerste lopers van de stage race voorbij. Oa Sébastien Chaigneau, hij roept great job  en voordat ik met mijn ogen geknipperd heb zijn ze al zowat uit mijn beeld. Man wat lopen die hard! image
Hoe dan ook, ik kom gesloopt aan op post 8, Saas Fee op km 96.
Jeanet ontfermt zich over mij. Doet even mijn schoenen uit, vertelt dat ik sterk loop, 6de vrouw ben en echt goed bezig ben.
Zo voelde het niet echt op dat moment. Overigens wist Jeanet dat ik eerste Veteraan liep maar heeft dat niet gezegd zodat ik even de tijd nam om te herstellen.
En dat deed ik. Ik heb uiteindelijk chocomelk en yoghurt op die Jeanet geregeld had. Dat bleef erin en gaf mij weer wat energie.
Nog 20 km en als je naar het profiel keek leek dit het makkelijkste deel. Hoe anders bleek het te zijn en hoe hebben ik en veel andere lopers zich vergist in dit laatste deel.
imageHet was een loodzwaar deel. Het waren twee klimmen en ertussen leek het afdalen. Niets was minder waar, het bleef maar op en neer gaan. Steeds weer omhoog en steeds weer een berg. een soort pad in de berg die om ieder hoek weer een nieuw pad opleverde.
Ondertussen word ik her en der ingehaald door lopers van de stage race die in de morgen is gestart.
Great job, you’re amazing en nog veel meer van die termen hoor ik steeds weer. Ik denk alleen maar, weet je wat amazing zou zijn. Als ik een groot glas koude cola met ijsblokjes had. Nee wacht, een bad met ijs, dat zou pas amazing zijn.
Ik liep een deel  met Hanno, die zat er net zo door als ik. En we werden ook nog getrakteerd op rotsstukken waar klimmen en klauteren niet heel erg soepel ging.image
Ik stop nog een paar keer om toch nog wat hapjes te nemen van wat eten wat ik mee genomen had. Een brok chocola waardoor ik volgens mij een half uur met een bruine bek heb gelopen. Ik kreeg het niet weggespoeld.
Het was bloedheet, geen wind en het duurde eindeloos.
God wat was ik naar de klote zeg. Jeanet had al gezegd, bereid je voor op de Tenshi mountains, het hele zware deel uit de UTMF. Want de snelste lopers hadden heel lang over dit deel gedaan volgens haar. Dus het ging niet makkelijk zijn. En dat klopte.
Maar stoppen was al lang geen optie meer. Dat was het al niet meer na post 71. Ik had tijd genoeg en zou en moest die finish halen.
Maar op het moment dat ik dacht dat de post nooit meer zou komen kwam na 18 km toch de post om even kort bij te tanken en de laatste 2 km echt af te dalen.
En daar was dan Grachen!Al van ver werden de lopers aangekondigd en emotioneel kwam ik dan eindelijk over de finish na 30 uur en wat minuten.
14191917_10154580534161520_4316176283694119331_nAllemachtig wat een tocht. Bij de finish stond race director Lizzy Hawker. Een medaille en gefeliciteerd worden door haar maakt deze finish heel speciaal.14192751_10154582986261520_267574361979974843_n
Lizzy is een inspiratie voor veel trailrunners en zeker voor mij.
En eindelijk kon ik Jeanet omhelzen, mijn held. Die is ook 30 uur in touw geweest.
Een mooi staaltje teamwork. Heel bijzonder om dit weer samen te doen!
Uiteindelijk werd ik 6de vrouw overall van de 24in een 14192738_10154580534136520_4845897543540452758_nsterk deelnemers veld. En eerste in mijn leeftijdscategorie waar 7 sterke vrouwen in zaten. Daar ben ik oprecht trots op.
De eerste vrouw deed er overigens bijna 25 uur over. Eerste man bijna 20 uur.

De UTMR, brutal, beautiful and brilliant zegt Lizzy, niets is minder waar. Wat een wedstrijd. Deze drie woorden vatten het helemaal samen. 116 km en 8300 hoogtemeters, dat is niet voor sissies.
Deze race is ook nog eens de best verzorgde wedstrijd die ik ooit gelopen heb. Zowel voor de wedstrijd, qua info maar ook tijdens de wedstrijd. Alles klopt. Opvallende enthousiaste vrijwilligers, en na de wedstrijd een leuke pasta party en mooie prijsuitreiking. 14238371_10154581445361520_2088367035014505312_n
Ook de goodies, een mooie finisher shirt en een leuk klein zwitsers zakmes, erg handig.
14184497_10154581445256520_6838904355756500355_nIedere finisher krijgt een nepalese sjaal om de nek gedrapeerd door Lizzy. Alles is met zorg gedaan. Een voorbeeld voor andere wedstrijden!
Volgend jaar wordt het een 110 mijl , de hele monta rosa route. Daar moet ik nog heel hard over nadenken. Maar zoek je een uitdaging en een hele mooie bijzondere wedstrijd met een fantastische vibe. De UTMR is je race!