Drie dagen in de Okavango – let it rain !

Een van de meest bezochte gebieden in Botswana is de Okavango Delta. Wij hebben er bijna drie dagen voor uitgetrokken om op verschillende manieren het gebied te verkennen. Onze camping, the old bridge, ligt aan de rivier die nu helemaal droog ligt. De camping wordt volledig gerund door locals en ook alle gidsen bij excursies komen uit Maun of de omliggende dorpjes. Zo investeren we dus een beetje in de lokale economie. 
De Okavango delta is de grootste binnenlandse delta ter wereld. Het gebied is in 2014 aangewezen als Unesco Werelderfgoed. Het is een moerasgebied dat wordt gevoed door de Okavango-rivier.

 

Nu de regentijd op beginnen staat en mens, dier en alles wat groeit en bloeit snakt naar water, ligt een groot deel van de delta droog. Zodra de regentijd is begonnen, stromen meren, beekjes en kanalen weer vol.
Maandag, laat in de middag maken we een rondvlucht boven de delta met een Cessna vliegtuig. Met 4 andere passagiers kruipen we in het kleine toestel. Voor allemaal is er een plaats bij een raam, zodat we goed naar wild kunnen speuren. We vliegen in een paar minuutjes naar “the Buffalo fence”, dat vanuit de lucht goed te zien is. Dit hekwerk is 100-den km’s lang en scheidt het wild van het gewone vee. Het hek is bedoeld om verspreiding van ziektes als mond en klauwzeer te voorkomen. Delen van het hek kunnen open om in de seizoenen de migratie van grote groepen dieren (zoals zebra’s en wildebeesten) mogelijk te maken.
De droogte in de Okavango delta is vanuit de lucht goed te zien en het duurt ook echt even voordat we boven waterrijk gebied vliegen. We zien behoorlijk wat wild en het is grappig om de dieren zo van boven te kunnen volgen. 

De vlucht duurt een uur, dat is snel om, maar voor mij is het meer dan lang genoeg. Ik werd een beetje luchtziek gek genoeg.  
De dag erna gaan we vanuit het land de Delta in.

We gaan varen met een Mokoro, een traditioneel Botswaanse kano.
Kleine vissersbootjes waarmee de locals op jacht gingen. De mokoro was oorspronkelijk van hout. Nu is het zink, omdat de boom waar de boten van gemaakt werden tegenwoordig beschermd is. 
Met een jeep rijden we (door de lage water stand) ongeveer 1,5 uur voordat we bij de bootjes zijn. We passeren de Buffalo fence waar serieus een kleine controlepost staat in the middle of nowhere.

Dan mogen we instappen en duwt onze “poler” ons met een lange stok rustig door de nauwe kanaaltjes tussen het hoge gras door.


Het is een bloedhete dag en de dieren komen naar het water. We zien olifanten, koedoe’s, veel vogels en  ander wild.
Met enige regelmaat is er in de buurt van het riet een olifant en dan stoppen we of gaan terug tot hij weg is. Als we te dicht in de buurt komen en de olifant schrikt dan is het einde pooler met ons erbij. Rond het middaguur leggen we de Mokoro aan wal en is het tijd voor een bushwandeling.
Onze twee gidsen hebben ogen en oren als haviken en bewaken de omgeving, ondertussen vrolijk babbelend over het wild en het leven in de delta. Beiden zijn opgegroeid in dit gebied en kennen elk hoekje en boomstronkje.  Ondanks de hitte zien we veel wild. Nu we hier zo wandelen is het best spannend, het veilige omhulsel van de auto is weg en zo voelt het nog meer kwetsbaar.
Als we weer terug zijn bij de bootjes krijgen we een lekkere lunch, doe ik nog even een powernap en daarna varen we op het gemak weer terug. De stilte behalve het peddelen is heerlijk. Wat wij suppen noemen doet men hier al een eeuwigheid.
De volgende dag vertrekken we om 4.45 naar Moremi game reserve. De laatste gamedrive die we gaan doen deze vakantie. Het is 100 km rijden over erg slechte paden. Dat is precies de reden waarom we met een jeep meegaan. Een geoefende rijder doet er 2.5 uur over dus wij ws 3.5 uur. Dus laten we ons rijden.
Het is weer een bloedhete dag, rond de 40 graden

Onze gids is niet heel optimistisch of we veel wild gaan spotten. De dieren zoeken ook schaduw en slapped.
Als we in Moremi rijden komen we toch wel aardig wat wild tegen. Dan zien we plots een grote Hyena, de spotted hyena. Die hadden wij nog niet gezien en dus echt tof om die te zien met zijn enorme bek vol tanden.

Langs de delen water van de Delta spotten we aardig wat wild. Een grote groep hippo’s liggen in te ondiep water zichzelf nat te maken met hun kleine staartje, een grappig gezicht en vooral ook geluid.
Dan hebben we echt alle geluk van de wereld. Er ligt een groep leeuwinnen (6stuks) met 5 of 6 welpjes, en even verderop liggen de mannetjes die erbij horen, 2 stuks.

Het is werkelijk een fantastisch gezicht. Alles slaapt of ligt er lui bij. De kleintjes lopen rond over moeders heen en storten ergens neer om te slapen. Wij kijken onze ogen uit, je zou bijna uitstappen om ze te knuffelen.

De twee mannetjes liggen bij een andere boom, ook voor gaas, maar scannen toch ook de omgeving. Wat een prachtige dieren!

Wij hadden er heel de middag kunnen blijven.

We lunchen aan een deel water waar de hippo’s liggen. De gids tovert een tafeltje met stoelen bakken eten tevoorschijn.
We hebben een boeiend gesprek over de olifanten. Moet je op ze gaan jagen of niet en hoe dan. Want ondertussen is de olifanten populatie zo toegenomen dat het echt een probleem is in Botswana.

Na de lunch rijden we nog rond en zien dan niet heel veel wild meer. Het is zo heet dat wij het ook wel best vinden. Rond 17 uur zijn we weer op de camping. Moe, stoffig en enorm blij en tevreden.  Weer drie hele mooie dagen, nu in de Ovangodelta, op vier manieren beleefd. Vanuit de lucht, vanuit een bootje, een jeep en  wandelend. Hoezo bevoorrecht?

 

Dit bericht is geplaatst in Reizen met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.