Tocht der Frinten Alblasserwaard – een van sympatiekste Toertochten die er is

Stichting Frinten , een stichting dat zich tot doel stelt de (wieler)sport in al zijn verschijningsvormen te bevorderen. Dat klinkt als een prachtig doel, en dat in samenwerking met de Kmar (Koninklijke Marechaussee) . Ander mooi iets is dat men een deel aan een goed doel schenkt.
Maar die samenwerking zorgt ervoor dat de “Tocht der Frinten” op de defensiekalender is verschenen en buiten de defensiewereld is het een open toertocht voor iedereen.

Het afgelopen jaar waren er drie toertochten georganiseerd en deze laatste, in Alblasserwaard hebben wij met z’n drieën mee gefietst.
De start was in Oud Ammers, bij het sportpark.
Monique, Conchita en ik wilden rond een uur of 9 starten en dus parkeerde de bikeladies de auto om half 9 op locatie.
De prijs is 8 euro en voor defensiemedewerkers zelfs maar 5 euro, dat het nog bestaat.
Dan krijg je bij de start al een broodje en kop koffie.
Het beloofde een warme dag te worden. Wat vreemd drukkend weer, dampig maar wel met een stevige wind.
Een goede reden om vroeg te starten. Dus gingen we al kletsend op pad, ongeveer met z’n drieën naast elkaar. Maar na 20 km en wind op kop leek het toch wat verstandiger om wat af te wisselen met kopwerk.
Ik had al snel gemerkt dat bij ieder minimaal klimmetje mijn benen volledig vol liepen. De Pyreneen stage race zat nog maximaal in de benen. De route was vanaf het begin supermooi. Autoluwe wegen, het eerste deel langs een nevelig Lek. Waar een waterig zonnetje boven hing. Via Vianen, Everdingen richting Leerdam, Kedichem en Arkel
Mooie weggetjes en vooral langs veel water, weilanden met schapen en koeien en een mooi polderlandschap. Ondertussen waren wij aangehaakt bij 3 mannen en gingen de km’s behoorlijk rap.


Met een gemiddelde van 31 km per uur hielden de mannen ons wat uit de wind. Ik moest behoorlijk werken om aan te haken. Maar we konden het tempo goed aanhouden. Maar juist door bochtjes en steeds weer even aanzetten voelde ik dat het gewoon een te hoog tempo was. Dus werd het tijd om ons te laten zakken.
Monique en Conchita konden het prima bijhouden maar lieten zich ook zakken.
De 110 km van de bergen was net 4 dagen geleden en de benen waren nog niet in staat tot stevig tempo fietsen zo lang.
Ondertussen zaten we rond de 60 km en zou er ergens een stop moeten zijn bij Schelluiden. Dat was nog een stukje verder, dus nog even door. Bij 75 km was daar het restaurantje waar we een munt voor hadden gekregen om een drankje te doen. Het is dat er meer fietsers zaten anders waren we er zo voorbij gereden.
Een heerlijke lunch, koffie en cola en ik trok weer bij. Op naar het tweede deel.
Dat is ook al zo’n mooi stuk, Giessenburg, Molenaarsgraaf, Bleskengraaf, Alblas en zo door naar Kinderdijk . Het is een tijd geleden dat ik daar gefietst heb maar ik blijf het een prachtig stuk vinden. Tot aan Kinderdijk hebben we fiks wind op kop tegen. De meiden doen het kopwerk wat ik erg waardeer.
Met een lusje komen we bij Kinderdijk waar het lekker druk is met toeristen.


Daar krijgen we het aan de stok met een enorme asociale gefrustreerde bouwvakker die daar aan het werk is. Mijn advies aan de man – zoek ander werk wat je wel leuk vind en weet dat er heel veel leuke racefietsers zijn (zoals wij) .
Hij zal onze dag niet verzieken. We hebben het laatste stuk langs de donken de wind mee en fietsen lekker door.
De teller stopt op 127 km. Wat een toffe tocht zeg, de Alblasserwaard is echt mooi.
Bij het sportcomplex krijgen we zelfs nog een medaille, soep en een broodje.
We kunnen onze fiets netjes bewaakt weg zetten en proosten met een heerlijke Hertog Jan op een mooie en gezellig dag.
De organisatie is echt super, de route perfect aangegeven. Een toertocht doordeweeks is ook wel eens leuk dan altijd in het weekend.
Hou de agenda voor volgend jaar in de gaten, ik zal er tegen die tijd nog wel een postje aan besteden.
Want zulke organisaties verdienen een warme douche en meer aandacht.
Chapeau Sportfrinten!

Hoe integreer je in Brabant – op de fiets natuurlijk!

Sinds we een dikke 1.5 jaar geleden naar Brabant zijn verhuisd ben ik aanzienlijk meer gaan fietsen. Er liggen aardig wat mtb routes op een steenworp afstand zeker als je het vergelijkt met Rotterdam.
Maar ook op de weg is het geweldig fietsen in Brabant. Het is echt rustig overal en vanuit Hoeven kun je zo ongeveer alle kanten op.
Toevallig kwam ik in contact met een paar vrouwen die hier in het dorp wonen en een fietsclubje hebben. En zo kwam het dat ik twee weken geleden eens mee fietste.
Een club van rond de 22 dames die via een groepsapp laten weten of er iemand gaat fietsen. Dat resulteert in inderdaad een hoop appjes maar er kan bijna iedere dag wel iemand fietsen.
Een aantal kennen iedere weg in het Brabantse en dat is ideaal.
Mijn rondje bleef redelijk beperkt omdat ik het niet zo heel leuk vind om 100 km in mijn uppie op de racer te zitten. Dan ben ik meestal wel klaar na een km of 50 a 60. Maar ik ken ook de weg nog niet goed en zit dan veel op mijn gps te kijken.
Dus met een groepje meefietsen is wel zo leuk en makkelijk.
Plots heb ik de afgelopen 2 weken ineens bijna 500 km gefietst. De meeste rondjes zijn rond de 80 maar gisteren zaten we al op de 93 km.
Maar door een van de meiden kwam ik ook weer in een ander groepje terecht.
Het Hoevense groepje. Met vooral mannen, en daar gaat het tempo gelijk omhoog.
Ik hoef niet perse heel hard te fietsen maar ik vind het wel lekker om af en toe eens volle bak te fietsen. Dus vanochtend ben ik met hun mee geweest en stopte de teller op 97 km met bijna een gemiddelde van 30 km per uur.
Met de dames gaat het wat rustiger, rond de 26 km per uur. Maar daar doe ik dan soms wat meer kopwerk en dat is ook prima.
Buiten het feit dat het erg leuk is, is het ook een goede manier om alle ins and outs te horen van de regio.
Ik weet nu wanneer de carnavalsoptocht is, welke bakker goed is en vooral, ik leer Brabants.
Zij leren van mij hoe je gewoon brutaal oversteekt als de auto’s niet stoppen en weten nu dat de definitie van een drukke weg niet is wat zij denken.
Houdoe krijg ik nog steeds mijn strot niet uit, maar als rasechte Rotterdamse doe ik het best goed in het Brabantse land.