Reizen 2.0, Koffers kwijt en kerst in Cartagena

We moesten in Cartagena zien te komen en omdat de  Colombianen kerstavond vieren, wilden we niet het risico nemen dat er geen bus meer zou gaan. Dus om half 7 bracht iemand ons met het bootje van de ecolodge naar Taironaka dorp.
Langs de weg was al volop drukte en we hadden geluk. Na 15 minuten kwam er een bus voorbij. Hand op steken en instappen naar Santa Marta.Na 1.5 uur waren we daar en kwamen we terecht in de chaos van de markt in het centrum van de stad. Normaal stoppen de bussen allemaal bij het grote busstation. Deze dus niet.
Wat blijkt, het bus station is bijna langs de grote weg waar we 20 minuten geleden zo goed als langs reden. Met onze koffer de chaos door op zoek naar een bank omdat onze pesos bijna op waren. Zonder succes. Dan maar een taxi aanhouden en via een pinautomaat naar het busstation. Dat ging beter en zo kwamen we op het station met geld in de portemonnee.


Al snel vonden we een bus naar Cartagena. 4 uur rijden. Het was 9.35 en om 10uur zou deze bus vertrekken. Onze koffers in de achterbak en nog even koffie en empanadas scoren, tijd genoeg. Om 9.50 staan we weer bij de bus. Tenminste, daar waar de bus stond. Bus weg, WTF! De bus ernaast staat er nog en lichtelijk gestressed vraag ik aan de jongen waar de andere bus is. Weg, zegt hij doodleuk. Ja, sukkel dat zien wij ook wel, maar onze ‘maletas’ staan erin. Mijn Spaans wordt beter naarmate de stress toeneemt. En handgebaren helpen ook. Dat denk ik, want na het kantoor te hebben gevonden en nog eens haarfijn uitgelegd te hebben dat wij net een kaartje hebben gekocht en met die ene bus mee moesten en vooral dat onze koffers erin staan, komt er ergens een chauffeur vandaan. Hij neemt ons mee over het station en ergens achteraan geparkeerd staat die bus. Klep open en daar komen onze koffers tevoorschijn. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Deze bus gaat niet zegt hij nog en vervolgens neemt hij ons mee naar een andere bus. Hij doet zaken met die chauffeur van een ander bedrijf en we mogen mee. Opgelucht stappen wij in, met koffers. Toch lullig als je de laatste paar dagen geen spullen meer hebt.
Als de bus vol is rijden we weg, het is inmiddels 10.30. Na 2 uur rijden komen we in Barranquilla aan. Er stappen mensen in en uit en als we op een drukke plek langs de weg zijn, zegt de chauffeur dat wij hier eruit moeten. Hij rijdt nog door de stad en naar het station en wij kunnen beter rechtstreeks de bus nemen naar Cartagena. Dan zijn we er binnen 2 uur ipv nog 4 uur. Hij heeft een punt.

Maar waar komt die bus vandaan? Volgens de chauffeur komen er een heleboel bussen voorbij op dat drukke punt. Hij geeft ons netjes een deel van ons geld terug, zwaait en geeft gas. Wij kijken elkaar aan, lachen en hopen maar dat hij gelijk heeft. Er is veel handel op die plek en dat betekent meestal wel bussen die stoppen. Al snel zien we de eerste bus aankomen, ik steek mijn hand uit maar die bus is vol. Er blijken veel mensen hier te wachten die naar Cartagena moeten en ik denk , shit, straks zitten al die bussen vol en rijden ze niet meer in de avond door kerst. Ik loop een stuk terug voorbij de mensen die ook wachten om te zien of er andere mogelijkheden zijn.
Gelijk bingo, er stopt een minibus. Cartagena? Si! Hij zegt een prijs, ik zeg teveel, we onderhandelen en niet veel later zitten we. Voor een acceptable prijs zet hij ons af in het  centrum van Cartagena ipv bij de terminal, 45 minuten van het centrum.
Het busje is helemaal vol met ons erbij en er liggen een partij koffers op het dak, niet normaal. Dus worden we natuurlijk ook nog twee keer aangehouden door de politie. Maar uiteindelijk bereiken we toch echt Cartagena, 8 uur na onze vroege vertrektijd zijn we 180 km verder gereisd en tig herinneringen rijker.

Cartagenade mooiste stad van Colombia zegt men. In het oude ommuurde centrum van de stad bevinden zich nog vele koloniale gebouwen.
Vanwege haar koloniale uitstraling staat Cartagena op de UNESCO werelderfgoedlijst. De binnenstad die ommuurd wordt zoals gezegd is prachtig. Er is veel te zien maar eigenlijk moet je gewoon dwalen door de kleurrijke straatjes, de kerken bezoeken, het fort bezoeken, op de pleinen genieten van het groen en de mensen. Dwalen en zien waar je uitkomt. 
En inderdaad is Cartagena de mooiste stad van Colombia. Zonder twijfel is vooral de oude binnenstad prachtig en van een enorme charme. De wijken erom heen is minder mooi want  men houdt vooral de binnenstad netjes. Je zult er geen zwerver zien, wel buiten de stadpoorten. En daarom ook leuk om daar te lopen, waar je weer mooie graffiti vind bv.
De mindere kant is dat Cartagena enorm toeristisch is , veel Amerikanen vliegen over voor een paar dagen Cartagena. Je ziet ze nergens in Colombia maar wel hier, ze komen ook niet verder dan deze stad. ( het is 2.5 uur vliegen van Florida naar Cartagena) Dat zorgt ervoor dat de prijzen 2 tot 3 keer zo hoog zijn dan elders tijdens onze hele reis. Luxe restaurants, mooie winkels maar het leuke is dat daartussen toch ook weer de Colombiaan manoeuvreert die gewoon zijn handel op straat wil verkopen. De straatverkopers die toeristenspul verkopen hebben een neus voor de Amerikaan die toch overal te veel voor betaald en laten ons redelijk met rust. No quiero nada is genoeg.
En ondanks dat is Cartagena echt de moeite waard om te bezoeken. Het is bijzonder en past echt als een mooie afsluiter van onze fantastische rondreis door Colombia!

Kerst in Cartagena…….

Waar het strand en de jungle elkaar ontmoeten – Caribisch Colombia

Van Medellín naar Santa Marta aan de kust is 1 uur vliegen en dan sta je plots weer in een hele andere wereld. Nog 1.5 uur rijden en we waren in een soort mini paradijsje aan het strand. Een huisje waarbij aan ieder detail gedacht was. Alles van natuurprodukten in een hele mooie stijl neergezet. 
Een paar dagen chill. Wat wandelen aan het strand, met de bus naar Palomino, een stoffig dorp met wel een mooi strand en daarom is er een mini backpackers oord ontstaan.
De Carbische zee is eigenlijk niet echt om in te zwemmen. Er staat enorm veel stroming en ieder jaar verdrinken er aardig wat mensen. Er komen in deze regio een aantal grote rivieren uit in zee, dat is vrij uniek. De rivieren zijn afkomstig van oa de Pico Cristóbal Colón (5780 meter). Dit is de hoogste berg van Colombia en de hoogste berg die zo dicht bij de zee ligt, de top ligt slechts 42 kilometer van de Caribische Zee.

Die riviermonding is een mooie plek om heen te wandelen, want dat is dan weer de plek waar de plaatselijke vissers hun netten uitgooien. Altijd genoeg te zien.
Twee nachten verbleven we hier en hierna was het tijd voor wat jungle. Dat wilden we toch ook nog zien. Ik heb een soort haat liefde verhouding met de jungle. Het is mooi, uniek, vol dieren maar tegelijkertijd, bloedheet, klef en drukkend en vol met muggen die je helemaal lek prikken ondanks maximale deet.
Maar het hoort bij Colombia en dus voeren we met een bootje over de Rio Don Diego om uit te komen bij een soort ecolodge, lees “huisjes met koud water en een soort museum(pje) met opgegraven spullen van de lokale indianen die daar nog steeds zijn”.

 


Er was verder niemand, behalve een verdwaalde Colombiaan die overdag naar het museum kwam. De kokkin maakte eten voor ons en als we klaar waren ging het licht uit en verdween ook zij met haar gezin naar hun eigen huis. Dan wel met het bootje of daar ergens in de buurt. Wij zagen niemand meer en het was pik en pik donker.
Dus we liggen in de jungle, alleen en als er iets is weten we niet waar die mensen zijn. Dat was de conclusie van Jeanet en die klopte. Gelukkig hadden we een slot op de deur en was er geen dak op ons huisje maar een muskietennet. Maar niet getreurd, we hadden al snel vrienden. Twee oude honden en twee jonge katjes lagen de hele nacht voor de deur. Wat er dan weer voor zorgde dat ik ‘s nachts naar buiten moest om te kijken waarom die hond blafte. Gelukkig is mijn hoofdlamp zo fel dat ieder lid van de FARC gelijk verblind zou zijn, mochten ze ons willen ontvoeren. Het muskietennet als dak was overigens supervet, omdat we in het donker vanuit ons bed de vuurvliegjes boven ons zagen vliegen. 
De twee nachten dat we hier sliepen gebeurde er niets en we sliepen als een roos met alle geluiden van de jungle om ons heen. Voor het slapen liepen we naar de rivier en dat was magisch. De immense sterrenhemel en de oevers verlicht met vuurvliegjes, hoe bijzonder is dat.
Overdag wilden wij natuurlijk ook wat doen en ondanks de muggenattacks wandelden we een mooi tochtje met prachtige vergezichten en enorm veel vlinders in alle maten en kleuren. Maar wat we vooral wilden, was een tochtje over de rio Don Diego met een autoband (tubing). Een jongen uit het dorpje stond netjes klaar om 9 uur met drie banden.

Wij dachten dat we samen gingen, maar hij ging mee. Handig, omdat ze een arendsoog hebben voor dieren. 1.5 uur dobberden we over de rivier. Wat een prachtige manier om alles te zien. Achter ons de bergen en naast ons de oevers met alle natuurpracht. We zagen een enorme leguan, groepjes brulapen, vogels en natuurlijk de locals die een bad nemen. We zagen geen toerist. De rivier is redelijk ondiep en je kunt bijna overal staan, soms tot je heupen en soms tot je nek. De stroming neemt je mee tot je uiteindelijk bij de zee uitkomt aan een verlaten strandje. Na een klein uurtje op het strand werden we weer netjes afgeleverd met een bootje bij ons ecohuisje.
De namiddagen waren voor onze hangmatten, een goed boek en een powernapje…..
Wat een bijzonder tripje weer.

Nevado de Santa Isabel – trailrunning tot 4850 meter

Nevado de Santa Isabel. Al heel lang een slapende vulkaan in tegenstelling tot Ruiz, die naast haar ligt. Ruiz was nog actief in 1985 waarbij 23.000 doden vielen. Nu bromt hij nog steeds en daarom is het afgesloten.
Isabel kun je wel oplopen, de hoogste top is 4950 en het is een gletsjer, een van de laatste tropische gletsjers in de wereld. Nog wel, het is de snelst verdwijnende gletsers van Colombia, men verwacht dat hij binnen 20 jaar verdwenen is. De vulkanen liggen in het National Park Los Nevados. De weg om er te komen is een onverharde weg vol gaten en stenen die alleen gebruikt wordt door de boeren.
Ik wilde graag Isabel op maar dit bleek alleen met een gids te kunnen. Na mailen en bellen lukte het uiteindelijk en kon ik zaterdag aansluiten bij een groepje van 6. Men gaat met een jeep naar boven en vertrekt vanaf Manizales. Die lui waren al 3 uur onderweg. Maar omdat wij ver weg van de bewoonde wereld verblijven ,drie dagen lang,  had ik afgesproken dat zij mij boven aan de weg op zouden pikken om 7.30 uur.  
Het pad naar onze hacienda ligt op 2500 meter en de weg op 2800. Alberto gaat altijd te paard naar boven en ik dus ook. Om 7 uur klom ik op het paard en toen ik net boven was stopte de jeep op de hoek van de weg. Het was natuurlijk een heel vreemd gezicht. Ik kwam aan te paard, stapte af en bedankte Alberto en stapte in de jeep. De twee duitsers keken mij aan of ze water zagen branden. De 4 colombianen dachten dat ik van daar was.
Hoe dan ook, 2 uur rijden over de slechte weg waarvan ik soms dacht dat we om zouden vallen met de jeep door de diepe gaten en we waren bij het startpunt op 4050 meter. De omgeving was ondertussen veranderd in ander berg terrein, paramo terrein.
Met de gids gingen we op pad en ik dacht laat ik het even aankijken. Dat deed ik 100 meter en toen dacht ik, dit wordt niets. Er hingen er al 4 over hun stok te hijgen als een paard.

Dus aan de gids gevraagd of het ok was dat ik alleen naar boven ging. Het pad was prima aangegeven en ik voelde mij goed. Pueblo vond het een iets minder goed plan.

Dus na wat gebabbel was hij ok dat ik tussen hem en de groep die voor ons zat zou lopen. Dus ik verder maar was al binnen 5 minuten bij de volgende groep. Dus weer even babbelen met die gids en die zag dat ik makkelijk liep. Dus via de walkie talkie heeft die pueblo ingelicht dat ik door liep. Er was ergens nog een andere gids met 2 wandelaars maar die waren al 2 uur onderweg. Maar die zou ik zeker nog ergens tegen komen.
Dus weg was ik, in een lekker tempo hobbelde ik naar boven. Eigenlijk geen last van de hoogte. Als je te hard gaat voel je vanzelf een soort lichtheid in je hoofd. Als je die grens vind ben je ok. Toen ik al een een eind boven was zag ik de gids met 2 mensen lopen. Rond de 4700 meter. Ze stonden uit te hijgen en voordat ik het wist was ik al bij hun.


Die gids was erg enthousiast over mijn mooie rappe cadans want hij had mij al aan zien komen van ver. Hij vond het ok dat ik doorliep en zo kwam ik alleen aan bij de gletsjer en kon ik in alle rust genieten op een grote steen. De gletsjer zelf stelt niet veel meer voor, hij is inderdaad bijna weg. Zo zie je plots van dichtbij wat global warming met de natuur doet.  15 minuten later kwamen die andere drie en  kreeg ik nog wat lekker Colombiaanse lekkernijen ( fruit en arequipa) 
Daarna was het tijd voor de afdaling want het is best fris op 4850 meter. Er volgde een mooie afdaling, niet technish maar een lekkere rappe mooie afdaling. Ondertussen waren er nog 2 groepen naar boven aan het gaan en het was een nogal stom gezicht denk ik. Ik die helemaal happy naar beneden kwam stuiven terwijl alle wandelaars hijgend naar boven aan het lopen waren en stomverbaasd naar mij keken. Een klas studenten gaven mij allemaal een high-five, funny. Halverwege de afdaling kwam ik pueblo tegen met de anderen. Ik zou bij de jeep wachten. Ik dacht, dat duurt nog wel even, en dat klopte.

Ik was in 1.5 netto uur heen en weer. De groep deed er 5.5 uur over. En zo kwam het dat ik een middagje in het zonnetje op de mooie paramo heb liggen lummelen voordat de anderen er waren, rondkijkend of ik condors kon spotten.
Maar meer dan happy dat ik in mijn eentje toch de Isabel op heb kunnen lopen en af heb kunnen rennen. Mijn eerste keer dat ik zo hoog echt gerend heb, en ik moet zeggen, dat viel alles mee. Ik ben al bijna 2 weken in Colombia op hoogte en dat zal enorm uit maken. Er is overigens in dit park sinds drie jaar een ultratrail, ultratrail los nevados. Dat zal een uitdaging zijn qua hoogte denk ik zo.

Overigens zijn hier niet perse veel trailpaden als single tracks. Wel wat bredere paden, functionele paden. Alles word met het paard gedaan dus die paden moeten vooral daar geschikt voor zijn. Daar liggen dan wel weer aardig wat losse stenen op eN dat is wat minder goed voor je enkels als je niet oppast.

Dwars door de Andes, graftombes en Popayan en omstreken

Er zijn 2 gebieden in Colombia waar bijzondere opgravingen gedaan zijn, San Augustin en Tierredentro. De eerste is de meest bekende en de drukste. Daarom hebben wij gekozen voor de minder bekende in Tierradentro. De weg ernaar toe is fantastisch, dwars door de bergen. Tenminste, de uitzichten zijn geweldig, de weg is erg slecht.

Het plaatsje waar wij slapen is een klein slaperig dorp waar 3 hotels zitten die het predicaat hotel niet echt verdienen. Maar goed, we hebben een bed. De omgeving daarentegen is prachtig. Overal bergen.
Tierradentro is een heilige plaats voor afstammelingen van de oorspronkelijke inheemse bevolking. Ter ere van hun goden maakten zij diepe en complexe graven in de bergen. Deze graftombes zijn begin 20ste eeuw gevonden en kunnen nu worden bezocht.
Onze gids, Fabian is een lilliputter en hij blijkt geen enthousiast wandelaar. De grafkelders en opgravingen liggen verspreid over het gebied en je kunt er lopend komen. Zijn idee is dat wij een stuk naar boven lopen, dan terug en naar de andere kant met de auto gaan. Hij probeert ons boven  in de auto te praten, als ik vraag hoe ver het nog lopen is zegt hij 2 uur. Ik vraag hoe we dan lopen en hij wijst het aan. Mijn inschattig is dat het zeker een uur korter is, hij heeft gewoon geen zin maar dan heeft hij pech. Wij gaan lopen. Dus wandelt hij met frisse tegenzin met ons mee en lijkt er na een tijdje toch plezier in te hebben als we wat kletsen.
De tombes zijn bijzonder, wij dalen in een heel aantal af en verbazen ons over hoe goed ze bewaard zijn gebleven. Als je alle opgravingen bekijkt loop je een hele mooie route door dit prachtige deel van de Andes. En, we komen maar 6 andere mensen tegen die dag, ook fijn.
In de avond is er een feest in het dorp, langs de hele hoofdweg branden kaarsjes en er is vuurwerk. Dat heeft Fabian ons verteld, want hij is de vuurwerktechnicus. Tijdens het vuurwerk blijkt hij meer dan dat… hij heeft een stellage vleugels met vuurwerk op zijn rug en zodra het aangestoken wordt verandert hij in een engel. Hij rent heen en weer en het vuurwerk spat alle kanten uit. Hilarisch!!
De volgende ochtend ga ik al vroeg op pad om een trailtje te rennen. Ik ben geen ochtendloper maar nu is het even niet anders. En eigenlijk is het wel heerlijk, om half 7 met wat mist en met toch al veel bedrijvigheid in het dorp roep ik vele malen ‘buenos dias’.
Ik geniet van 45 minuten hobbelen op de trails.
Erna gaan we weer met Fabian ( ja hij heeft het overleefd ) en een vriend van hem op pad naar Popayan. We hebben een deal gemaakt en ipv met de bus brengen hun ons weg. Was de weg al mooi, hij wordt steeds spectaculairder. We stijgen tot 3400 meter en dat met een gammele Opel waar de ruitenwissers met de hand heen en weer moeten geduwd en we uiteindelijk bij een garage belanden omdat het voorwiel raar doet. Maar goed, na een koffiestop, foto’s en de garage komen we na 4 uur rijden in Popayan aan. 
Popayan of “de witte stad” staat bekend om haar prachtige kerken en witte gevels in het oude koloniale centrum. Het is er een wirwar van kleine straatjes. We vermaken ons met wat rond te dwalen en verbazen ons ook hier weer over de enorme kitsch kerstversiering cq verlichting overal. Leuk om te zien maar wat een kitsch.

De dag erop hebben we een fiets geregeld en worden we met een klein busje 30km verderop in het plaatsje Coconuco afgezet. Daar kunnen we ons eerst onder dompelen in een thermaal bad en daarna begint de fietstocht terug naar Popayan. Het regent licht maar  de temperatuur is prima. Een mooie afdaling op een autoluwe weg met af en toe een fiks klimmetje. Wederom in een mooie omgeving! Na nog een stortbui komt toch ook de zon tevoorschijn.

Omderweg komen we een restaurantje tegen waar ze de lokale specialiteit serveren. Uiteraard moet dat geproefd worden, choco met kaneelstokjes, een brok kaas en 2 bolletjes brood met wat kaas erin, heerlijk! Een top trail drankje/ hapje zou ik zeggen.

Popayan is leuk, even wennen aan de drukte maar als je eenmaal ondergedompeld wordt in de stad is het centrum erg leuk en levendig. Een groot plein waar het enorm druk is met mensen, eten en handel, erg leuk om gewoon te zitten en te observeren. Verder zijn de witte huizen en prachtige kerken bijzonder. Nu nog het centrum autovrij maken, want zoveel verkeer is echt zonde voor een zo mooi centrum.

De smaakpolitie – Lucho Dillitos – Coffee Guava

Van de zomer tijdens de EMI kreeg ik een blokje Lucho Dillitos om uit te proberen.
Gelijk dacht ik, hm lekker! En vooral het eet heel makkelijk weg. Het is een hard blokje wat in je mond snel zacht wordt.
Toen het tijd werd om inkopen te doen voor eten tijdens de races in augustus/ september zag ik die blokjes bij Scarabee. Dus dan maar gelijk een pak van 10 bestellen. Er zijn drie smaken ;
De classic, framboos en coffee. En vooral die laatste vind ik erg lekker!
Niet geheel onbelangrijk is dat die dingen nog erg gezond zijn ook. Guave is een fruit uit ws uit Midden Amerika. En van die vrucht hebben ze deze lekkernij gemaakt, guave pasta.
Er zijn slechts 2 ingrediënten in Lucho Dillitos klassieke bocadillo , beide zijn 100% natuurlijk, Guave (85%) en suiker (15%). Geen toevoegingen, geen conservering middelen of aroma’s. En een blokje bevat 300 kcal per 100 gram. Dus 120 kcal per blokje.
Mooi is dat men het blokje heeft ingepakt in een gedroogde bananen blad. Dat zou je dus gewoon weg kunnen gooien als je aan het rennen bent. Ik moet zeggen dat ik dat wel raar vind, een soort onnatuurlijk. Dus eindigt het altijd weer in mijn rugzak. Maar je kan het gewoon weg gooien want het is biologisch afbreekbaar.
De losse blokjes en een 10pack zitten wel verpakt in plastic en een stukje papier. Dus je moet het eruit halen als je gaat lopen. Dan houdt je het gedrooge blad over en kun je het weggooien. 
Wat verder opviel is dat wanneer de blokjes langer in je tas zitten en wat vochtig waren geworden ze een soort gaan versuikeren, De smaak blijft gelijk maar het lijkt dan op suiker wat nat is geweest. Ze smelten niet overigens.
Als je even verder klikt lees je wat er precies in zit qua vitamines.
Ze zijn hier te koop en kosten 1.60 per stuk.

In de vroege jaren 80 verschenen Colombiaanse wielrenners voor het eerst op het wereldtoneel met teams die deelnamen aan de Tour de France en andere grote Europese races. Ze reden met een “bocadillo” in hun zakken en dat werd een symbool van de vasthoudendheid en de koppigheid die Colombiaanse fietsers voortbewogen om de allerbeste wielrenners te worden. Er was één wielrenner die opviel – Luis “Lucho” Herrera. In 1985 werd hij de eerste renner uit een niet-Europees land die de beroemde bolletjestrui in de Tour de France won, een overwinning die hij twee jaar later herhaalde. Ook in 1987, toen hij de Ronde van Spanje won, was hij de eerste Zuid-Amerikaan die een grand tour won. Tegen de tijd dat hij met pensioen ging, behoorde hij ook, samen met de Spanjaard Federico Bahamontes, tot het groepje van slechts twee renners die de “King of the Mountains”-trui won in alle 3 grand tours.Toen we ons merk van bocadillo oprichtten, was het voor ons een vanzelfsprekende keuze om deze geschiedenis te vieren door het merk Lucho Dillitos (kleine Lucho’s) te noemen ter ere van Lucho Herrera en zijn baanbrekende prestaties.Colombiaanse wielrenners staan weer op de voorgrond in de wielerwereld en ze winnen grote rondes en andere grote wedstrijden in de wereld en ze worden nog steeds aangedreven door bocadillo! 

Continue reading “De smaakpolitie – Lucho Dillitos – Coffee Guava” »