Etosha National Park – leeuwenseks en ander wild

Etosha National Park – 22.912 km2 groot, een van de mooiste parken van Afrika en het leuke is je kunt er zelf rijden als je wilt. Natuurlijk willen wij dat, we hebben niet voor niet een stoere chickbak 4X4.
Etosha betekent ‘great white place’, en wit is het, van het stof en van de enorme zoutpannen.

We zijn nog geen 5 minuten onderweg als we links op een zijpad wat auto’s stil zien staan. Daar is vast iets te zien! We rijden naar de plek en houden onze adem in… een waterplaats met een groep olifanten, zebra’s, orynx en springbokken. Wow! Welkom in Etosha!

We kijken een tijdlang naar de prachtige dieren en rijden dan verder om niet veel later een giraf langs de weg te treffen, vlak voor ons steekt hij sierlijk over. Het is zo overweldigend dat ik een traan over mijn wang voel lopen, ik raak er emotioneel van. Wat een natuurschoon en wat een geluksvogels zijn we dat we hier mogen zijn! 

We toeren verder over de stoffige wegen en zien zeer regelmatig dieren. Springbokken, zebra’s, hartenbeesten, koedoe’s, struisvogels, nog meer olifanten, giraffen en orynxen en zelfs leeuwen!

Een leeuw en leeuwin liggen te kroelen, iets wat later een voorspel blijkt te zijn. Als beiden opstaan wordt duidelijk wat de bedoeling is en zijn we serieus getuige van een “vluggertje”.

 

Een paar diepe grommen later is het voorbij en gaat de leeuwin  liggen. Langzaam komen beiden weer in beweging om samen in de woestijn te verdwijnen. 

Als we niet lang daarna een laatste pad inslaan op weg naar de campsite is daar de laatste verrassing van deze dag… een neushoorn op zo’n 50m afstand. Die zijn toch best zeldzaam?!

We verblijven deze nacht in Halali camp midden in Etosha park (jawel, met een groot, stevig hek erom). We maken de tent in orde en lopen voordat we eten bij zonsondergang naar de waterhole. Daar komen regelmatig dieren drinken en wie weet hebben we vanavond geluk. 

En dat hebben we!! Drie neushoorns komen drinken. We hadden niet gedacht neushoorns te zien en nu zomaar 4 op een dag! 

Met de ondergaande zon aan de hemel en de neushoorns bij de drinkplaats sluiten we deze geweldige dag af. Op naar dag twee in Etosha. 

Die morgen starten we heel vroeg bij de waterhole, maar nu zonder geluk.

En als we na het ontbijt met de auto op pad zijn, duurt het ook best even voordat we het eerste wild zien. Als eerste zien we een kudde hartenbeesten bij een waterplaats en daarna spotten we van alles. Zo tof! Continue reading “Etosha National Park – leeuwenseks en ander wild” »

Fatbiken in de duinen en kayakken met zeehonden

In slaap vallen met het geluid van briesende zebra’s en wakker worden met een opkomende zon die je ziet vanuit je tentdak. Zo simpel kan schoonheid zijn. De kou van de vroege ochtend is lekker, zeker met een kop koffie. Vanaf de campingplaats rijden we door naar Swakomund.
Dat is nog een km of 230 rijden. Links rijden is eigenlijk best fijn, ik wen er steeds snel aan en het voelt veel natuurlijker eigenlijk voor een linkshandige.


De rit is er wederom een om in te lijsten. We zien zebra’s oversteken en een paar struisvogels wandelen. Het is of iemand met een pallet met de kleuren rood en Bruin druk bezig is geweest om alle tinten te maken.
Dat bruin geen saaie kleur is bewijst de natuur hier. We rijden over de mooie Gaubpass op 1000 meter. Dan gaat het bruin over in blauw, de oceaan! De woestijn raakt de oceaan, wat een contrast.


Swakumond is ons doel want daar hebben we een gids geregeld om ons mee te nemen op een fatbike tour door de duinen. Swakumond ademt Duits, dat stamt nog uit de tijd van de Duitse kolonialisten. Duitse archicetectuur, straatnamen Duits, men spreekt Duits en er is bratwurst en weize bier. (En veel Duitsers).


Met onze gids gaan we de duinen in op een fatbike, een raar gevoel die grote banden. Maar enorm leuk om te doen.
En wat zijn de duinen prachtig. De zon schijnt niet maar ook dan is er een prachtige schakeling van kleuren. 50 tinten bruin, wederom.
We zijn twee uur op pad, de gids vertelt ondertussen ook veel achtergrond en daar hou ik van.
Ik doe een aantal toffe afdalingen, een heel ander gevoel, heerlijk smooth en een rollercoaster gevoel als je lekker hard afdaalt. We fietsen nog een stuk door een droge rivierbedding en de twee uur zijn voorbij.


We rijden terug naar Walvisbaai, ondertussen de grootste zeehaven van Namibie.
Daar ligt een schiereiland, Pelican Point en daar gaan wij zeekayakken.
Op Pelican Point leeft een grote zeehondenkolonie van ca. 50.000 Cape Fur-zeehonden. Aan de meer beschutte kant van het schiereiland zwemmen vooral de jongere zeehonden.
Om daar te komen moet je bijna 10 km over een strand rijden.
Met een busje, kayakken en een gids die heel goed kan rijden en vertellen rijden we over het strand.


We zien grote groepen Flamingo’s en hier en daar loopt een Jakhals. Deze doen zich tegoed aan dode zeehonden of aan achtergelaten pups.
Dan passeren we echt enorme groepen zeehonden, bizar zoveel.
Bij de vuurtoren stappen we in de kayak en het feest kan beginnen. De jonge pups zijn erg nieuwsgierig en komen echt bij je kayak zwemmen en spelen. Wat een fantastisch gezicht zeg.
Erg tof is dat de gids (het bedrijf) enorm begaan is met dit stuk natuur en de zeehonden. Ze houden het strand schoon en bevrijden de pups van plastic wat middels de schepen op het strand komt.
2 uur zijn we aan het rond peddelen en dat met een enorme glimlach van oor tot oor. Ik ben zeiknat van al het gespetter en heb het best fris maar het is zo enorm leuk om die beesten overal om je heen te zien.
Als we weer op het strand zijn met warme choco besluit ik nog even te gaan zwemmen. Ze zwemmen nieuwsgierig om mij heen. Wat een mooie ochtend weer.
We bezoeken Swakomund nog even voor we doorrijden en gaan dan door naar Omaruru. Vanaf daar rijden we door naar Etoscha National Park. Daar waar we hopelijk veel wild gaan zien.

 

Namibie highways en de duinen in de Sossusvlei


Ik voel de auto een beweging maken en vervolgens zie ik een stuk rubber voorbij vliegen.
Een paar uur geleden hebben we de Toyota landcruiser opgehaald en ons hoofd liep gelijk over van alle informatie. Hoe alles werkt, waar alles ligt, hoe de tent op het dak uit te klappen en ja ook waar de spullen voor een band verwisselen liggen en waar de krik te plaatsen.
Als we de schade opnemen is het serieus. De band is geklapt en hangt aan het wiel.
In de woestijn van Namibie ,2 uur ah rijden en we staan met pech. Zo hadden we het niet bedacht.
Toen we Windhoek uitreden werden we ook al aangehouden. Rijbewijs please, no, international driverslicense. Die hebben we dus niet. (De berichten waren erg wisselend en uiteindelijk hadden we er niet echt meer tijd voor en dus niet aangeschaft)
Ik denk, ok, dat gaat ons ws geld kosten. Ik vertel de agent, (lees, lieg) dat ik naar de ambassade ben geweest in Nederland en die heeft ons verzekerd dat het niet nodig was. Hij gaat nog even door en ik blijf zeggen, dat als ik info vraag op de ambassade ik aanneem dat dat de goede is. Ik weet niet eens of we een ambassade hebben van Namibie , hij ws ook niet. Uiteindelijk mogen we door. Nu een uur later dus een klapband.
Als we de spullen bij elkaar zoeken om de band eraf te halen stopt er een andere landcruiser.


Of we hulp nodig hebben. We kunnen het nog niet helemaal overzien of we dit even zo fixen dus laten we er vooral gebruik van maken. De 2 mannen helpen en met vereende kracht fixen we het. Het blijken belgen te zijn, hoe bestaat het, ik heb toch echt iets met belgen.
Met nog 1 reserve wiel en de komende 250 km nergens een dorp gaan we verder.
250 km off road, de route is fantastisch, de weg op sommige plekken minder. We stuiteren letterlijk de auto door.
Maar op sommige plekken kunnen we ook 80 km per uur rijden,off road.
Dan komt probleem 2, er is een piep. Die gaat even en verdwijnt dan weer. Er is niets te zien op het dashboard, we trekken opladers eruit, lopen alles na, niets.
De piep blijft af en toe komen. Ik check mijn telefoon, geen service.
Scenario 2 gaat door mijn hoofd. Zometeen staan we hier met een kapotte jeep in de woestijn zonder bereik. Nou ja, we hebben in ieder geval de tent op het dak, eten en drinken.
Dan ineens krijgt jeanet een helder moment, snelheids begrenzer. We proberen het uit, en inderdaad, dat is het piepje. Misschien volgende x even vermelden bij de auto verhuur.
We rijden via de Remshoogte pas. Een prachtige weg om uiteindelijk uit te komen in Sesriem. Daar is onze bestemming, Namib-Naukluft Park, daar ligt de prachtige Sossusvlei.

De Sossusvlei is een klei-vallei in het midden van de Namibwoestijn en onderdeel van een nationaal park. De vallei staat bekend om de hoge, rode zandduinen die de verschillende valleien omringen en het tot een grote zee van zand maken. De rode kleur van het zand ontstaat door de hoge concentratie ijzer. Daar hebben we een camping geboekt en omdat we op het national park kamperen mogen we tot 20.00 uur het park op.
Dus rijden we door om duin 45 ( een van de beroemde duinen hier) bij zonsondergang te zien , er is bijna niemand. Wat een mooie plaatjes!
Die avond zetten we voor het eerst , in het donker, de daktent op. Het gaat redelijk wel.
Die avond en nacht denken we werkelijk dat we met tent en al van de auto afwaaien. Wat een stormwind en wat een herrie van de tentdoeken. Ongelooflijk, een brak nachtje is het resultaat maar de tent is nog heel.

We staan om 5 uur op zodat we zonsopgang in de vallei in het park kunnen zien.
De camping is niet veel soeps en veels te duur maar dan mag je wel al om 5.45 het park op. Zo niet dan gaat de gate pas om 6.45 open.
Er liggen prachtige duinen waarvan de hoogste 325 meter is. Wat een natuurschoonheid.
En zo kan het zijn dat wij met een handje vol mensen de duin, Big Daddy, op kunnen klimmen en een magisch beeld hebben van de opkomende zon over Deadvlei.

Deadvlei, het meest gefotografeerde plekje van de Namib woestijn en mss wel van Namibië. Het is een bizar tafereel. Witte klei, dode bomen en rode duinen op de achter grond. De witte kleivlakte was ooit een moeras dat langzaam verdroogd is. De negenhonderd jaar oude Acacia bomen zijn statige fossielen die door de droogte inmiddels bijna versteend zijn. Van de grote omringende zandduinen zijn sommigen meer dan driehonderdvijftig meter hoog. Ze behoren tot de hoogste duinen ter wereld. 

Ik hou van de bizarre vormen van bomen, ook van dode bomen.
Na geklim en een wandeling door de  hiddenvlei , die iedereen bijna links laat liggen, lopen we bijna tegen een Oryx aan. Die staat onder een boom in de schaduw en kijkt ons ook verbaasd aan.


Een prachtige verschijning met zijn horens van wel een meter.
Als wij terug wandelen komt de stroom mensen op gang. En voor dat het echt druk wordt zijn wij weg, stoppen nog even bij duin 45 en zetten koffie. Een mooie plek voor een bakkie.
In het laatste deel van het park zien we een groep Oryxen oversteken en een paar emoes rennen.
Als we terug zijn stoppen we bij het enige tankstation. Die fixt banden, er valt niets meer te fixen aan onze band, we moeten een nieuwe band.

Laat die nu net op zijn. Huh? Bijna iedereen rijdt in zo’n auto. Goede inkoper…
Plan b – we zouden eigenlijk nog een nacht op die camping staat en de volgende dag door rijden.
Dan maar nu 85 km verder naar Solitaire, daar is een bezinestation met bandenservice.
Want als we de volgende dag vroeg op pad gaan is alles ws nog gesloten.
We gaan eerst nog een wandeling maken in Sossus canyon. Een droge canyon, met enorme rotsformaties.

Het eerste deel van de rit naar Solitiar is enerverend om te rijden, sommige stukken stuiteren we echt over de weg, maar jeetje wat een prachtige omgeving. Het terrein blijft steeds weer veranderen.
Solitair is niets anders dan een restaurant, gasstation, lodge en bakker met heerlijke appeltaart. Poging 2 voor een band, ook daar zijn de banden uitverkocht.
Uiteindelijk besluiten we maar om een andere maat eronder te laten leggen. In geval van nood hebben we in ieder geval 2 reservebanden. Met deze wegen geen sinecure. We moeten tenslotte nog een uur of 5 onverhard voor we weer een plaatsje tegenkomen.
We moeten nog wel een camping zien te vinden nu. De ene is heel het seizoen gesloten blijkt en de andere is vol.
Maar volgens een knul is er wel een 45 km verderop. We moeten morgen toch die kant op en we rijden verder.
Na een km of 25 zien we een klein bordje met camping erop geverfd. We besluiten daar te gaan kijken.
En wat een pareltje blijkt dat te zijn zeg. Een basic maar prachtige camping met maar een paar plekken en een ervan krijgen wij. In niemandsland omringt door bergen en woestijn. Als de kip op de braai ligt wandelt er zomaar een groep Oryxen (spiesbokken)  voorbij.


Als het donker is en we nog buiten zitten horen we vlakbij het geluid van hoeven. Ik zie met mijn hoofdlamp conturen van zebra’s.
Vlakbij is een drinkplek met een flauwe licht erop. De eigenaar vd camping had al gezegd dat we niet moesten schrikken als we dieren in het donker hoorden omdat ze daar vaak komen drinken.
We sluipen naar de waterplek en gaan stil in het donker zitten. Voor ons neus zien we een groep bergzebras die met z’n allen staan te drinken. Hoe mooi is dat, daar wordt je toch gewoon stil van.
Mooier kunnen we de dag dan ook niet afsluiten. Het begin van een nu al prachtige reis is gestart.