Namibie highways en de duinen in de Sossusvlei


Ik voel de auto een beweging maken en vervolgens zie ik een stuk rubber voorbij vliegen.
Een paar uur geleden hebben we de Toyota landcruiser opgehaald en ons hoofd liep gelijk over van alle informatie. Hoe alles werkt, waar alles ligt, hoe de tent op het dak uit te klappen en ja ook waar de spullen voor een band verwisselen liggen en waar de krik te plaatsen.
Als we de schade opnemen is het serieus. De band is geklapt en hangt aan het wiel.
In de woestijn van Namibie ,2 uur ah rijden en we staan met pech. Zo hadden we het niet bedacht.
Toen we Windhoek uitreden werden we ook al aangehouden. Rijbewijs please, no, international driverslicense. Die hebben we dus niet. (De berichten waren erg wisselend en uiteindelijk hadden we er niet echt meer tijd voor en dus niet aangeschaft)
Ik denk, ok, dat gaat ons ws geld kosten. Ik vertel de agent, (lees, lieg) dat ik naar de ambassade ben geweest in Nederland en die heeft ons verzekerd dat het niet nodig was. Hij gaat nog even door en ik blijf zeggen, dat als ik info vraag op de ambassade ik aanneem dat dat de goede is. Ik weet niet eens of we een ambassade hebben van Namibie , hij ws ook niet. Uiteindelijk mogen we door. Nu een uur later dus een klapband.
Als we de spullen bij elkaar zoeken om de band eraf te halen stopt er een andere landcruiser.


Of we hulp nodig hebben. We kunnen het nog niet helemaal overzien of we dit even zo fixen dus laten we er vooral gebruik van maken. De 2 mannen helpen en met vereende kracht fixen we het. Het blijken belgen te zijn, hoe bestaat het, ik heb toch echt iets met belgen.
Met nog 1 reserve wiel en de komende 250 km nergens een dorp gaan we verder.
250 km off road, de route is fantastisch, de weg op sommige plekken minder. We stuiteren letterlijk de auto door.
Maar op sommige plekken kunnen we ook 80 km per uur rijden,off road.
Dan komt probleem 2, er is een piep. Die gaat even en verdwijnt dan weer. Er is niets te zien op het dashboard, we trekken opladers eruit, lopen alles na, niets.
De piep blijft af en toe komen. Ik check mijn telefoon, geen service.
Scenario 2 gaat door mijn hoofd. Zometeen staan we hier met een kapotte jeep in de woestijn zonder bereik. Nou ja, we hebben in ieder geval de tent op het dak, eten en drinken.
Dan ineens krijgt jeanet een helder moment, snelheids begrenzer. We proberen het uit, en inderdaad, dat is het piepje. Misschien volgende x even vermelden bij de auto verhuur.
We rijden via de Remshoogte pas. Een prachtige weg om uiteindelijk uit te komen in Sesriem. Daar is onze bestemming, Namib-Naukluft Park, daar ligt de prachtige Sossusvlei.

De Sossusvlei is een klei-vallei in het midden van de Namibwoestijn en onderdeel van een nationaal park. De vallei staat bekend om de hoge, rode zandduinen die de verschillende valleien omringen en het tot een grote zee van zand maken. De rode kleur van het zand ontstaat door de hoge concentratie ijzer. Daar hebben we een camping geboekt en omdat we op het national park kamperen mogen we tot 20.00 uur het park op.
Dus rijden we door om duin 45 ( een van de beroemde duinen hier) bij zonsondergang te zien , er is bijna niemand. Wat een mooie plaatjes!
Die avond zetten we voor het eerst , in het donker, de daktent op. Het gaat redelijk wel.
Die avond en nacht denken we werkelijk dat we met tent en al van de auto afwaaien. Wat een stormwind en wat een herrie van de tentdoeken. Ongelooflijk, een brak nachtje is het resultaat maar de tent is nog heel.

We staan om 5 uur op zodat we zonsopgang in de vallei in het park kunnen zien.
De camping is niet veel soeps en veels te duur maar dan mag je wel al om 5.45 het park op. Zo niet dan gaat de gate pas om 6.45 open.
Er liggen prachtige duinen waarvan de hoogste 325 meter is. Wat een natuurschoonheid.
En zo kan het zijn dat wij met een handje vol mensen de duin, Big Daddy, op kunnen klimmen en een magisch beeld hebben van de opkomende zon over Deadvlei.

Deadvlei, het meest gefotografeerde plekje van de Namib woestijn en mss wel van Namibië. Het is een bizar tafereel. Witte klei, dode bomen en rode duinen op de achter grond. De witte kleivlakte was ooit een moeras dat langzaam verdroogd is. De negenhonderd jaar oude Acacia bomen zijn statige fossielen die door de droogte inmiddels bijna versteend zijn. Van de grote omringende zandduinen zijn sommigen meer dan driehonderdvijftig meter hoog. Ze behoren tot de hoogste duinen ter wereld. 

Ik hou van de bizarre vormen van bomen, ook van dode bomen.
Na geklim en een wandeling door de  hiddenvlei , die iedereen bijna links laat liggen, lopen we bijna tegen een Oryx aan. Die staat onder een boom in de schaduw en kijkt ons ook verbaasd aan.


Een prachtige verschijning met zijn horens van wel een meter.
Als wij terug wandelen komt de stroom mensen op gang. En voor dat het echt druk wordt zijn wij weg, stoppen nog even bij duin 45 en zetten koffie. Een mooie plek voor een bakkie.
In het laatste deel van het park zien we een groep Oryxen oversteken en een paar emoes rennen.
Als we terug zijn stoppen we bij het enige tankstation. Die fixt banden, er valt niets meer te fixen aan onze band, we moeten een nieuwe band.

Laat die nu net op zijn. Huh? Bijna iedereen rijdt in zo’n auto. Goede inkoper…
Plan b – we zouden eigenlijk nog een nacht op die camping staat en de volgende dag door rijden.
Dan maar nu 85 km verder naar Solitaire, daar is een bezinestation met bandenservice.
Want als we de volgende dag vroeg op pad gaan is alles ws nog gesloten.
We gaan eerst nog een wandeling maken in Sossus canyon. Een droge canyon, met enorme rotsformaties.

Het eerste deel van de rit naar Solitiar is enerverend om te rijden, sommige stukken stuiteren we echt over de weg, maar jeetje wat een prachtige omgeving. Het terrein blijft steeds weer veranderen.
Solitair is niets anders dan een restaurant, gasstation, lodge en bakker met heerlijke appeltaart. Poging 2 voor een band, ook daar zijn de banden uitverkocht.
Uiteindelijk besluiten we maar om een andere maat eronder te laten leggen. In geval van nood hebben we in ieder geval 2 reservebanden. Met deze wegen geen sinecure. We moeten tenslotte nog een uur of 5 onverhard voor we weer een plaatsje tegenkomen.
We moeten nog wel een camping zien te vinden nu. De ene is heel het seizoen gesloten blijkt en de andere is vol.
Maar volgens een knul is er wel een 45 km verderop. We moeten morgen toch die kant op en we rijden verder.
Na een km of 25 zien we een klein bordje met camping erop geverfd. We besluiten daar te gaan kijken.
En wat een pareltje blijkt dat te zijn zeg. Een basic maar prachtige camping met maar een paar plekken en een ervan krijgen wij. In niemandsland omringt door bergen en woestijn. Als de kip op de braai ligt wandelt er zomaar een groep Oryxen (spiesbokken)  voorbij.


Als het donker is en we nog buiten zitten horen we vlakbij het geluid van hoeven. Ik zie met mijn hoofdlamp conturen van zebra’s.
Vlakbij is een drinkplek met een flauwe licht erop. De eigenaar vd camping had al gezegd dat we niet moesten schrikken als we dieren in het donker hoorden omdat ze daar vaak komen drinken.
We sluipen naar de waterplek en gaan stil in het donker zitten. Voor ons neus zien we een groep bergzebras die met z’n allen staan te drinken. Hoe mooi is dat, daar wordt je toch gewoon stil van.
Mooier kunnen we de dag dan ook niet afsluiten. Het begin van een nu al prachtige reis is gestart.

Een verstopt trail paradijs in Cape Verdie – het eiland Sant Antao

Cape Verdie heeft 10 eilanden waarvan er 8 bewoond zijn. Veel mensen kennen alleen Sal, het strandeiland. Maar CV heeft veel meer te bieden dan een strandeiland. Een van de redenen om hier op vakantie te gaan.

Met de boot vaar je over van Sao Vicente naar Sant Antao, een uurtje varen. Het is een van de armste eilanden van cv. Heel voorzichtig komt er wat toerisme en dat is voor sommige een bron van inkomen. Voor de stranden hoef je hier niet heen want die zijn er bijna niet.

Het is een prachtig eiland met een ruige kust, de bergen erachter geplakt en overal zijn trails. Er is een kaart van het eiland met wandelroutes. Alleen staan nergens die routes aangegeven. Op de kaart hebben ze nummers, in het echt is er geen nummer te vinden.

Maar gelukkig zijn er overal lokals, werkelijk op de gekste plekken vind je wel een huisje of iemand ah werk op het land. En altijd vertellen ze je welk pad je moet hebben. Want als je goed zit kruis je steeds wel weer ergens een ander pad die niet op de kaart staat maar door de lokals is gemaakt. Kaart lezen kunnen de meeste niet maar als je het plaatsje noemt waar jouw richting heen gaat, al bestaat het uit drie huizen, weten ze waar je heen moet.

Je loopt door ruig berggebied, door suikerriet plantages, koffieplantages, mango bomen, papaya, guaves, bananen bomen, door ribeiras, je loopt door dorpjes van niets waar de tijd heeft stil gestaan. Als je geluk hebt vindt je wat te drinken, eten meestal niet maar altijd behulpzame mensen. We liepen hele afwisselende en soms pittige tochten. Bijna dramatisch mooi. 

 

 

 

 

Klein probleem is dat het nooit rondjes zijn en je dus altijd terug moet zien te komen. Soms is dat geen enkel probleem want je kunt altijd een soort busje aanhouden wat heen en weer rijdt als openbaar vervoer. Maar op sommige dagen en in sommige gebieden is dat wat lastiger. Maar dan kun je wel een taxi regelen dat ze je op pikken op een bepaald uur. Dat werkt prima zo.

Wij hebben hier 4 dagen prachtige routes gelopen.  Ik heb er wat gerend en samen gewandeld. Drie dagen in het berggebied en 1 route langs de kust. Waar dan toch ook gewoon 850 hm in zaten op 14 km.

We hadden een soort berghoteletje op een prachtige plek en vandaar uit hebben we Gewandeld. Een basic toplocatie. 

Daarna naar Ponta Del Sol afgezakt aan de kust en vandaar uit liggen ook weer prachtige routes. De bergen liggen tegen de zee aangeplakt dus de trails zijn overal.

Sant Antao is een prachtig wandel-trail eiland. Nog puur, er is wat toerisme maar echt minimaal. Het staat echt nog in de kinderschoenen en dat maakt het eiland wat mij betreft nog unieker! Een aanrader!

Verder zijn we ook nog 1.5 dag op Sao Vicente geweest. Een kaal en droog eiland. De meeste mensen (80%) woont in Mindelo, het enige grotere plaatsje. Daar speelt het eilanle en zich af. Er zijn nog wat stranden maar de infrastrutuur is minimaal. Er zijn nog wat bergjes maar alles is kaal en droog. 1.5 dag was voor ons genoeg. Sao Vicente kun je op een tripje naar CV gerust over slaan.

Going Down Under

Het afgelopen jaar ben ik best vaak weg geweest maar de echte vakantie moet nog komen. Dit jaar stond in het teken van al mijn uren van de afgelopen jaren opmaken en dat is bijna gelukt. Map-Australia
Volgende week is het tijd om naar de andere kant van de wereld te vliegen, down under. Samen 4 weken rondtrekken in een campertje, wat een heerlijk vooruitzicht.
De afgelopen periode zijn we bezig geweest om grofweg een plan te maken. Zodat we een leidraad hebben qua tijd. We beginnen in Sydney om daar een paar dagen de stad te ontdekken. Daarna vliegen we naar Alice Springs en daar staat ons campertje klaar. Vanaf daar rijden we door de outback terug naar Sydney in 4 weken met onderweg veel moois.
Uiteraard Ayers Rock, maar ook het Macdonald Range gebergte, Kings Canyon, Coober Paddey, Flinders Range, Adelaide, Melbourne en Kangoeroe Island om maar eens wat te noemen. We rijden via de prachtige Ocean Road terug naar Sydney. Hopelijk zien we nog wat van de walvis trek op dat deel. Ook proberen we nog wat dagen in de Blue Mountains te spenderen.
Loopplannen zijn er niet, in ieder geval geen wedstrijden. Er is nog wel een mooie wedstrijd maar dat is te veel gedoe. Ik heb genoeg moois gedaan dit seizoen.
Uiteraard ga ik wel wat rennen hier en daar. Maar alles kort en omdat het kan.
Eerst nog een weekje werken en dan op naar Australië. We hebben er echt enorm veel zin in!! Uiteraard volgen er wel wat blogjes vanuit Down Under.

Aftellen naar Maleisie, wat een vooruitzicht

Er zijn al wat landen de revue gepasseerd, waar gaan we heen op vakantie?
We hebben 3 weken, rondreizen met de rugzak, maar ook tijd om wat op het strand te chillen. Het is Maleisië geworden. Een land wat heel veel te bieden heeft.
Jungle, bergen, hagelwitte stranden, steden, theevelden, cultuur, tempels, lekker eten, goed openbaar vervoer en mooi weer!
Het plan is om begin december te beginnen in Kuala Lumpur, na 2 dagen KL gaan we eerst wat het West eiland over zwerven. Wandelen en varen in de jungle, de theevelden in, op het strand een cocktail drinken, zoiets.
Dan via een binnenlandse vlucht naar het Oost eiland om daar nog wat mooie dingen te doen.
Daar ligt oa Mount Kinabalu (4095m) en de hoogste via ferrata van de wereld. Dat zou leuk zijn om te doen. Maar eens kijken hoe we uitkomen. Want je moet dit in 2 dagen doen met gids. Ik zou het gewoon in 1 dag willen doen, maar ook dan moet het met gids.
Hoe dan ook, er staat een leuke vakantie voor de boeg, veel zen en beetje actief.
Zoiets als op het kaartje zal het worden, en dan niet zwemmen maar vliegend over het water. De vlucht naar KL is geboekt, een hotel voor 2 dagen staat vast en de rest zullen we wel zien.