De Stubaier Alpen – 4 dagen genieten in een ruig en prachtig gebied

Het was al veel te lang geleden dat ik in de bergen was. Eindelijk weer in de echte bergen, en wat voor bergen. De Stubaier Höhenweg is een van de mooiste, maar ook de meest uitdagende hooggelegen wandelroutes in de oostelijke Alpen.
De route is geclassificeerd als een zwarte bergweg en slingert uitsluitend door alpine terrein. En daar is niets aan gelogen.
Ik had drie routes gemaakt die redelijk optimistisch waren omdat ik altijd denk dat het wel mee zal vallen. Maar dat deed het niet door verschillende oorzaken.
Maar gelukkig had ik ook een plan B.
Ik had de route in drie dagen opgesplitst en 2 hutten geboekt. Het zou neer komen op ongeveer 30 km per dag en vooral de eerste dag heel veel hoogtemeters.
En zo ging ik op pad met een rugzak op, ook weer even wennen, een zwaardere rugzak dan een dag-rugzakje.
Ik ging via het dorp Neustift het bos in en begonnen te klimmen. Eigenlijk stopte het klimmen bijna niet meer die dag.
Een mooi bos waar ik echt niemand tegenkwam. De eerste hut die ik tegenkwam had ik niet op de kaart gezien en lag prachtig. Een koffie en cola en uitzicht op het volgende deel naar boven.
Vanaf daar was ik in hoger Alpine gebied en zou ik geen bos meer zien.
Toen ik helemaal boven was nam ik nog 1,5 km de verkeerde afslag maar kwam ik uiteindelijk toch op een lange afdaling.
Na een km of 10 liep ik op een iets vlakker deel en verstapte ik mij lelijk in een kuil. Ik hoorde een knak in mijn enkel en verrekte van de pijn.
Het gebeurd wel vaker dat je je enkel verstuikt en het erg pijn doet maar vaak trekt dat snel weer weg en kun je verder.
Nu bleef het gevoelig.
Een paar km verder voelde ik dat mijn enkel erg dik was en bleef het gevoelig.
Ik kon er mee lopen maar zodra ik iets naar links of rechts zwikte – au.
Ik klom verder in technisch terrein wat er voor zorgt dat je niet erg opschiet.
Maar jeetje wat is het een schitterend gebied!
Via rotspassages, kettingen in ruig terrein kwam ik uiteindelijk bij de Insbrucke Hutte.
Daar wist ik al dat ik de hut waar ik zou slapen nooit zou gaan halen voor het donker.
De kaart erbij gepakt, een glas cola besteld en daar nam ik het besluit om te proberen de Bremmer hut te bereiken en daar te slapen.
Even contact met Jeanet via de app en die zou de hut bellen of ik daar kon slapen.
Ondertussen was ik doorgelopen en was het al tegen 3 uur.
Snel erna belde Jeanet dat de huttenwaard had gezegd dat ik er wel zou kunnen slapen maar dat ik dat nooit ging halen voor het donker.
Het was 10 km en er stond 7 uur voor. Ik had ondertussen wel begrepen waarom want het was allemaal klimmen en klauteren. Echt technisch terrein.
Ik kon dat wel lopen binnen 5 uur schatte ik in en dus liep ik verder met iets meer tempo.
Een fantastisch deel maar echt pittig.
Uiteindelijk kwam ik redelijk uitgewoond in de hut aan rond 19.00 uur. Ik had er rond de 4 uur over gedaan. De teller stond op 25 km en 3200 hoogtemeters.
De huttenwaard was zwaar onder de indruk en legde mij de hele avond in de watten.
Wat een prachtige hut op een fantastische plek!
Mijn enkel bleek dik en paars te zijn ondertussen.
Plan B moest uit de kast komen. Ik kon wel lopen maar allemaal wat rustiger. Waar ik normaal ren met een afdaling moest ik voorzichtig zijn om het niet te zwikken.
Dus 30 km per dag ging het niet worden. Bovendien was het doel genieten en niet als een idioot door de bergen racen.
De kaart er weer bij en een hut eerder slapen de volgende dag was een goede optie.
Dan aan het eind van die dag weer beslissen voor de dag erop. Ik vond het een goed plan.

De volgende ochtend stond ik om 7 uur buiten na een stevig ontbijt.
Weer een stralende blauwe lucht en wat een gelukzalige momenten zijn dat toch. De frisse berglucht op een prachtige plek. Ik word er gelukkig van.
Wederom bijna alleen technisch terrein en na een paar uur was ik bij de NurnBerge hut. Even een bakkie koffie en weer verder.
Er volgt een fikse klim naar het kruis op de top van de Mairspitze.
Het staat er vol met steenmannetjes. Ik geniet van het uitzicht en zet de afdaling in.
Ik kom voorbij de Grünauer See en klim nog maar eens en kom dan uit bij de Sulzenau Hut uit.
Tijd voor een lunch met Kaisersmarren, heerlijk!
Ik verbaas mij steeds weer over de schoonheid van dit gebied.
Het Wilde Stubaier Wasser en de bron daarvan, bij het Sulzenauferner vormt het middelpunt van deze etappe van de route. Echt fantastisch mooi!
Je loopt langs de gletsjer en klimt en klautert omhoog. Er volgen stukken kabels bij een aantal steile stukken.
Als je boven bent zie je heel in de verte de Dresdnerhut liggen maar daar kom je niet voordat je wederom een heel technisch deel moet afdalen.
Grote rotspartijen wat uiteindelijk zomaar eindigt in een renbaar pad.
Ik ben rond een uur of 3 bij de hut en besluit dat het genoeg is voor vandaag.
15 km en 1600 hoogtemeters.
Op het terras neem ik een heerlijke Weisse bier en zorg dat mijn enkel hoog ligt. Daar is ondertussen het hematoom naar beneden gezakt en nog steeds erg dik.
Maar al met al kon ik nog best aardig lopen dus dat viel niet tegen, het had veel rotter gekund.
Ik kan een slaapplek in de hut krijgen en besluit voor de volgende dag een plan te maken.
De huttenwaard vertelt dat het de volgende dag rond 12 uur gaat regenen en onweren.
Dus mijn plan wordt simpel. Ik ga erg vroeg afdalen en ga via het dal nog een mooie wandeling maken die ik van een bevriende loper heb gekregen.
En dus sta ik de volgende morgen om 6.45 uur buiten.
Ik ga op mijn gemakje afdalen en beneden neem ik de bus (20 minuten) naar het startpunt.
In Tonkie tape ik mijn enkel en trek andere schoenen aan.
Ik neem een dagrugzakje en rij 10 minuten verder naar een ander startpunt, Falbeson.
Via een mooi bos klim je naar boven om uit te komen bij de Ochsenalm, een kleine knusse alm met vers gebakken taart en koffie. Een klim van 700 hoogtemeters.
De alm ligt zo mooi, je hebt zicht op een enorme waterval en ziet hogerop de nieuwe Regensburgerhut liggen. Ik drink er op mijn gemakje koffie met chocoladecake en langzaam zie je steeds meer wolken komen.
Als ik aan de afdaling begin neem ik ipv het bospad het vorstpad, een breder grindpad waar ik met de enkel prima kan rennen.
Ik sluit die dagen af met een heerlijke afdaling en stap helemaal zen in Tonkie om rond 13 uur richting Nederland te rijden.
Als ik net onderweg ben gaan de sluizen open en begint het hevig te regenen.

4 dagen op pad in de bergen (de eerste dag heb ik een rondje gerend van 10 km bij Lermoos), wat een genot om weer in de bergen te zijn. Ik heb het gemist!
Die ronde ga ik nog wel een keer lopen, door wat pech met de enkel ging het dit keer niet lukken. Het werd plan B maar waar het vooral om ging was om in de bergen te zijn en te genieten. Dat is gelukt, niets maakt je hoofd zo leeg als de bergen.

De Stubaier Höhenweg is werkelijk prachtig, mooie toppen, meren, gletsjer, technisch , echt alles waar je blij van wordt. Maar weet dat het geen walkinthepark is. Het is veel klimmen en klauteren en heel veel echt renbare stukken kom je niet tegen. Het is niet voor niets bijna allemaal zwart bergterrein.
De dag dat ik tussen de Bremer en Innsbruck hut liep is er een Belg verongelukt op datzelfde stuk en helaas overleden.
Dus hou je van uitdagend en technisch terrein, dan is dit enorm aan te raden om zelf te lopen met je rugzak. Er zijn onderweg aardig wat hutten waar je kunt slapen. (wel reserveren)
Verder is er in het dal een bus die ieder uur rijdt. Vanaf Insbruck naar het einde van de weg in het dal, ideaal. Waar je ook afdaalt, je kunt (bijna) altijd een bus pakken.
Ook zijn er liften die ook in de zomer werken dus je kunt zelfs hoger beginnen als je dat zou willen.

Bijna op pad naar de Stubaier Alpen – een rondje rennen

De Stubaier Alpen staan al een tijdje op mijn lijstje om eens te gaan lopen.
De Stubaier Höhenweg is een van de mooiste, maar ook de meest uitdagende hooggelegen wandelroutes in de oostelijke Alpen.
De route is geclassificeerd als een zwarte bergweg en slingert uitsluitend door alpine terrein.
Kortom, dat roept om een avontuurtje.
De route wordt vaak in 7 dagen gelopen en dan gaat men met de lift naar boven en start hoog. Ik start in het dal in het dorp Neustift.
Ik heb de kaarten aangeschaft en de route ingetekend op zowel een fysieke kaart als een digitale kaart in Komoot.
Zo heb ik altijd een backup en bovendien kan ik Komoot precies zien hoeveel km en hoeveel hoogtemeters het per dag zijn.
Volgende week ga ik die route lopen in drie dagen. Bijna 90 km opgesplitst in drie dagen met totaal 6500 hoogtemeters.
Ik heb twee hutten geboekt en ga op stap met een rugzak inclusief slaapzak omdat dat nu verplicht is in een hut.
Ik heb enorm veel zin in een avontuurtje met mijzelf. Rugzak op en verdwijnen in de stilte van de bergen.
Dinsdag stap ik in Tonkie en donderdag ga ik lopen.
De weervoorspellingen zien er zover aardig uit.
Mocht het allemaal qua weer anders worden dan verzin ik wel een plan B.
Maar lopen zal ik in de Stubaier Alpen.
Ik zal eens zeker nog een uitgebreid verslag schrijven inclusief gpx bestanden.