Nevado de Santa Isabel – trailrunning tot 4850 meter

Nevado de Santa Isabel. Al heel lang een slapende vulkaan in tegenstelling tot Ruiz, die naast haar ligt. Ruiz was nog actief in 1985 waarbij 23.000 doden vielen. Nu bromt hij nog steeds en daarom is het afgesloten.
Isabel kun je wel oplopen, de hoogste top is 4950 en het is een gletsjer, een van de laatste tropische gletsjers in de wereld. Nog wel, het is de snelst verdwijnende gletsers van Colombia, men verwacht dat hij binnen 20 jaar verdwenen is. De vulkanen liggen in het National Park Los Nevados. De weg om er te komen is een onverharde weg vol gaten en stenen die alleen gebruikt wordt door de boeren.
Ik wilde graag Isabel op maar dit bleek alleen met een gids te kunnen. Na mailen en bellen lukte het uiteindelijk en kon ik zaterdag aansluiten bij een groepje van 6. Men gaat met een jeep naar boven en vertrekt vanaf Manizales. Die lui waren al 3 uur onderweg. Maar omdat wij ver weg van de bewoonde wereld verblijven ,drie dagen lang,  had ik afgesproken dat zij mij boven aan de weg op zouden pikken om 7.30 uur.  
Het pad naar onze hacienda ligt op 2500 meter en de weg op 2800. Alberto gaat altijd te paard naar boven en ik dus ook. Om 7 uur klom ik op het paard en toen ik net boven was stopte de jeep op de hoek van de weg. Het was natuurlijk een heel vreemd gezicht. Ik kwam aan te paard, stapte af en bedankte Alberto en stapte in de jeep. De twee duitsers keken mij aan of ze water zagen branden. De 4 colombianen dachten dat ik van daar was.
Hoe dan ook, 2 uur rijden over de slechte weg waarvan ik soms dacht dat we om zouden vallen met de jeep door de diepe gaten en we waren bij het startpunt op 4050 meter. De omgeving was ondertussen veranderd in ander berg terrein, paramo terrein.
Met de gids gingen we op pad en ik dacht laat ik het even aankijken. Dat deed ik 100 meter en toen dacht ik, dit wordt niets. Er hingen er al 4 over hun stok te hijgen als een paard.

Dus aan de gids gevraagd of het ok was dat ik alleen naar boven ging. Het pad was prima aangegeven en ik voelde mij goed. Pueblo vond het een iets minder goed plan.

Dus na wat gebabbel was hij ok dat ik tussen hem en de groep die voor ons zat zou lopen. Dus ik verder maar was al binnen 5 minuten bij de volgende groep. Dus weer even babbelen met die gids en die zag dat ik makkelijk liep. Dus via de walkie talkie heeft die pueblo ingelicht dat ik door liep. Er was ergens nog een andere gids met 2 wandelaars maar die waren al 2 uur onderweg. Maar die zou ik zeker nog ergens tegen komen.
Dus weg was ik, in een lekker tempo hobbelde ik naar boven. Eigenlijk geen last van de hoogte. Als je te hard gaat voel je vanzelf een soort lichtheid in je hoofd. Als je die grens vind ben je ok. Toen ik al een een eind boven was zag ik de gids met 2 mensen lopen. Rond de 4700 meter. Ze stonden uit te hijgen en voordat ik het wist was ik al bij hun.


Die gids was erg enthousiast over mijn mooie rappe cadans want hij had mij al aan zien komen van ver. Hij vond het ok dat ik doorliep en zo kwam ik alleen aan bij de gletsjer en kon ik in alle rust genieten op een grote steen. De gletsjer zelf stelt niet veel meer voor, hij is inderdaad bijna weg. Zo zie je plots van dichtbij wat global warming met de natuur doet.  15 minuten later kwamen die andere drie en  kreeg ik nog wat lekker Colombiaanse lekkernijen ( fruit en arequipa) 
Daarna was het tijd voor de afdaling want het is best fris op 4850 meter. Er volgde een mooie afdaling, niet technish maar een lekkere rappe mooie afdaling. Ondertussen waren er nog 2 groepen naar boven aan het gaan en het was een nogal stom gezicht denk ik. Ik die helemaal happy naar beneden kwam stuiven terwijl alle wandelaars hijgend naar boven aan het lopen waren en stomverbaasd naar mij keken. Een klas studenten gaven mij allemaal een high-five, funny. Halverwege de afdaling kwam ik pueblo tegen met de anderen. Ik zou bij de jeep wachten. Ik dacht, dat duurt nog wel even, en dat klopte.

Ik was in 1.5 netto uur heen en weer. De groep deed er 5.5 uur over. En zo kwam het dat ik een middagje in het zonnetje op de mooie paramo heb liggen lummelen voordat de anderen er waren, rondkijkend of ik condors kon spotten.
Maar meer dan happy dat ik in mijn eentje toch de Isabel op heb kunnen lopen en af heb kunnen rennen. Mijn eerste keer dat ik zo hoog echt gerend heb, en ik moet zeggen, dat viel alles mee. Ik ben al bijna 2 weken in Colombia op hoogte en dat zal enorm uit maken. Er is overigens in dit park sinds drie jaar een ultratrail, ultratrail los nevados. Dat zal een uitdaging zijn qua hoogte denk ik zo.

Overigens zijn hier niet perse veel trailpaden als single tracks. Wel wat bredere paden, functionele paden. Alles word met het paard gedaan dus die paden moeten vooral daar geschikt voor zijn. Daar liggen dan wel weer aardig wat losse stenen op eN dat is wat minder goed voor je enkels als je niet oppast.

Up and down the vulcano – Pico de Fogo

Fogo is vulkanisch eiland met als hoogtepunt Pico de Fogo. 

De vulkaan die in het oog springt en waarvan het hoogste  punt 2829 meter is, de rand van de krater.

De laatste uitbarsting na 1995 was eind 2014. Dat zorgt voor een bizarre omgeving. De twee dorpjes die daar waren zijn vernietigt door de lava stroom. Er woonden 1300 mensen en gelukkig kon iedereen op tijd weg. Wat overblijft is een enorme krater aan de voet van de vulkaan met erin een enorme hoeveelheid steenlava ipv de wijngaarden en vruchtbomen die er waren. Resten van de dorpen zie je tussen het lava.

Maar ook wordt er weer volop nieuwe huisjes gebouwd. Of het oude huis wordt uitgehakt. Een bizar gezicht en wat een veerkracht van de lokale bevolking.

De weg die naar het dorp liep is verdwenen onder de lava en men rijdt nu via een zelfgemaakt spoor  aan de rand van de krater over een soort zandweg. De vulkaan staat in die enorme krater en de omgeving is mindblowing. Wij stuiterde over die weg terwijl de zon onder ging en de volle maan tevoorschijn kwam. We kwamen uit bij een BenB die nieuwe gebouwd was op de nieuwe lavastenen. Dat is zo heet onder je voeten en in de kamers dat het onmogelijk is te slapen zonder ramen en deur open. De hitte van de vloer is enorm.

Je kunt/moet met een gids de vulkaan op, sinds de laatste uitbarsting mag je niet meer alleen . Het gebied is ondertussen een soort nationaal park. Eigenlijk wil de overheid ook dat men er niet meer gaat wonen maar de plaatselijke bevolking denkt daar anders over.

Het plan was dat ik met een gids de vulkaan op zou gaan en jeanet zou de kleinere nieuwe vulkaan oplopen. Na wat overleg konden we een mooie combi maken. Ik zou naar de top gaan op 2829 en via de andere kant afdalen en zo uitkomen bij de kleine vulkaan en daar jeanet weer zien. Normaal gezien daal je niet af via die kant.

Ik vertrok in de vroeg morgen toen het langzaam licht werd. Jeanet zou 3 uur later vertrekken . Iets eerder want ik had wel gezegd dat ik doorliep.

Samen met de gids vond ik een mooi tempo. Van 1700 naar 2829 lopen. Het begin is door het dorp waar nu toch weer rond de 300 mensen wonen. Dan ga je klimmen, eerst nog wat geleidelijk maar dan is het een soort recht omhoog. Een pad zie je bijna niet meer.

We lopen boven de wolken. In het begin kijkt de gids nog steeds om of ik wel achter hem zit. Maar ik wijk geen meter van zijn zijde. Het eerste steile deel is zanderig maar dat gaat ergens over in rotsgebied. Soms met handen en voeten. Hier en daar stoppen we even en vertelt hij het een en ander. De uitzichten worden steeds mooier.

Ergens lijkt het of we er bijna zijn maar dat is toch echt gezichtsbedrog. Uiteindelijk komen we aan de rand van de krater.

Hij vertelt dat het meer dan drie jaar geleden is dat hij zo snel boven was, hij vind het tof dat ik sterk ben en we samen zo door kunnen lopen vertelt hij. Ik vind dat ook. De gemiddelde toerist doet er 3.5 a 4 uur over, wij waren na 2 uur boven. We lopen over de rand van de krater en zoeken een mooi plekje om wat te eten. Ik proef zijn zelfgemaakte cake en die smaakt heerlijk. Hij zit daar lekker en ik ga nog wat op verkenning.

Ik hobbel nog wat verder door langs de krater en kijk uit op een ongelooflijk uitzicht, bizar mooi, ik klim en klauter nog wat over de rand van de vulkaan en ben in mijn eigen wereld. De gids laat mij, hij weet dat het goed is en dat ik weet wat ik doe. 

We eten samen nog wat en daarboven op de rand van de krater belanden we in een mooi gesprek over het geloof , heel bijzonder. Armoede, rijkdom, oorlog, zomaar wat topics in een mooi open gesprek. Op een van de meest vredevolle plekken die je kunt verzinnen. Het is ook ongelooflijk hoe stil het is boven op de vulkaan.

Omdat het nog zo vroeg is , is het nog best fris en besluiten we een stukje te dalen. Van waar we zijn kijken we recht op de nieuwe vulkaan en moeten we jeanet aan zien komen. Maar dat gaat nog wel meer dan een uur duren. We dalen een technisch stukje af en dan komen we in het vulkaan gruis. Kleine stukjes veder lichte zandsteentjes. Je zakt er tot boven je knieen in weg en het afdalen is spectaculair! We doen een stukje en dan gaan we daar op 2550 meter liggen in het bed van lavasteentjes. Dat ligt ongelooflijk lekker want je zakt er helemaal in weg. Mijn gids doet een siesta in de vroege morgen. Ik lig daar simpelweg te genieten. Een uitzicht die je niet vaak in je leven zal hebben. Ik had er heel de dag kunnen liggen.

Na een dik uur zie ik twee kleine stipjes aankomen richting de kleine vulkaan. Dat is jeanet met haar gids. We wachten tot ze er bijna zijn en dan begint een van de spectaculairste afdaling ooit. Vol gas gaan we naar beneden. Ik probeer de gids bij te houden maar dat lukt mij echt niet, wow. Met grote springende stappen dansen we naar beneden met een wolk stof achter ons. Met een glimlach van oor tot oor en een grote wooohoooo rennen we downhill van de enorme vulkaan. Net voor de kleinere vulkaan gaat het over in hardere grond en rotsen en voelt dat plots heel gek. Tot we bij de kleinere vulkaan zijn ( je ziet hem mooi liggen onder mijn voeten op de foto). Met jeanet lopen we via een andere route terug en met een big smile en een high five neem ik afscheid van de gids. Wat een ongelooflijke mooie tocht was dit zeg. Geen ander mens gezien de hele tocht op twee lokals na waarna ik met open mond heb gekeken hoe die afdaalde. Bizar gewoon.

Fogo is enorm de moeite waard om te bezoeken. 

Het stadje São Filipe is bekend om de sobrado’s, oude Portugese huizen met op de begane grond een winkel en daarboven de woning.

Er staat een mix van opgeknapte sobrados met sobrados die op instorten staan. Het stadje staat op de nominatielijst voor world heritage. Het lijkt of de tijd hier heeft stil gestaan. Er zijn wat hotels, restaurants maar allemaal kleinschalig. Meer dan een handjevol toeristen hebben we niet gezien.