De EMI 2017 – we zouden gaan finishen…..

It isn’t a race, really. It’s a story. ( quote by anne mummie)

De EMI2017. Het  is misschien wel de Barkley van Europa maar dan een beetje anders en wat korter. Maar de race directors hebben een overeenkomst. Een parcours creëren dat niemand heeft en dat alles overtreft. Noem het passie, noem het sadisme, noem het wat je wilt, er aan meedoen is het mooiste wat er is.
Een bijzonder gezelschap aan lopers. Je kunt alleen meedoen op uitnodiging en wederom bepaalt de race directeur wie dat zijn.  In een interview sprak race directeur Alke Staal de volgende woorden ‘ personen die ik uitnodig is meestal een mix van mensen met veel ervaring in de bergen, maar ook juist goede lopers zonder veel ervaring, mensen van de lange adem en ook lopers/sters die normaal juist kortere wedstrijden lopen, een aantal daarvan horen, naar mijn mening, bij de beste van NL & BE en anderen zijn misschien niet de allerbeste maar voegen op een andere manier weer iets toe. En juist deze mix van alle types zorgt ervoor dat er heel hard gelopen wordt en nog veel harder lol gemaakt wordt met zijn allen tijdens iets waar we allemaal dol op zijn, buiten spelen in de bergen.’ 

En dit jaar was er dan ook een nieuw parcours voor deze derde editie. Een heel seizoen is hij bezig geweest om de lastigste stukken te vinden, maar tegelijkertijd ook de meest prachtige. Een gps file is er niet. Geen bordjes onderweg. 4 posten over 84 km en 8700 hm. De zaterdag voor de race krijg je een kaart die ingetekend is met de route door Alke zelf. Er komt een briefing die vooral belangrijk is voor de lastige passages. Er volgen een aantal dagen waarin alle lopers als een dolle op verkenning gaan met de kaart. In de avond worden die ingeleverd bij een van de Belgische lopers die er een gps file van probeert te maken. God zegene de greep.
Mirjam en ik aanschouwen het. Wij  moeten rusten na 4 dagen van veel lopen en veel hm. Maar tussen de bedrijven door maken we een deal. Roman levert ons de gpsfile dan zet ik het op zijn gps op de laptop van Mirjam. En zo worden de deals gemaakt.

Donderdagochtend 4 uur. We vertrekken met 28 lopers. Mirjam en ik zijn vol vertrouwen wij gaan dit fixen en gaan als laatste lopers de rode lantaarn binnen halen. We zijn overtuigd van onszelf. Gewoon omdat we dat kunnen. Er volgen 2 vlakke km’s en binnen 30 seconden zijn we de laatste en is iedereen weg gevlogen. Als we in de eerste klim zitten van 1000 meter zien we al snel lichtjes boven ons. Man wat gaan die hard! Maar he , hier loopt de top van NL en Belgie en dat zijn wij  niet. Wij kennen onze tekortkomingen en gaan ons eigen ding doen. Als we boven zijn verschijnt de zon. Amen, dit is waarom we doen wat we doen. De zon op zien komen in de bergen, over graatjes manoevreren, bloemen ruiken in  het vroege ochtend dauw.
Er volgen toch zeker wel een km of 10 die goed te doen zijn. Zomaar paadjes. Tot we een ergens in een klim af moeten slaan. Er volgt een enorm rotsveld. Alke terrein. 

We denken dat we naar de hoek moeten lopen ergens daar boven. Er moet een passage zijn waar alke een lang touw heeft opgehangen om naar boven te komen. We klauteren samen naar boven, de Fenêtre d’Ardens op. Proberen ieder ons weg te vinden. Uiteindelijk zie ik Alke staan, met een big smile, ‘ hallo oude klimgeit, hoe gaat ie?’ Goed! Prachtig weer man! We krijgen instructies voor het touw. Stokken weg en met de handen aan het touw en de voeten tegen de berg omhoog.
Boven staat Jorien voor verdere instructies. En cola! Ik wacht op Mirjam want 1 tegelijk naar boven aan het touw. Jorien wijst ons ongeveer de weg als we verder gaan. We dalen af via een veld vol met bloemen waar net ons hoofd boven uitkomt. Bijna zonde dat de bloemen knakken.
We klimmen weer en nemen de topjes mee die daar liggen. Een fransman die we tegen komen, een hele fitte oude knar overigens, is bijna overstuur omdat we de verkeerde kant oplopen volgens hem. Hij kent het begrip Alkepaadjes niet. Hij ziet alleen twee blonde meiden die zichzelf bijna de dood injagen want daar zijn geen paden!!! Hij roept ons nog lang na. Ik zwaai nog maar eens extra, merci! 
Ondertussen proberen we alles via de kaart te doen en de gps als back up te gebruiken en dat gaat verrassend goed. We zijn helemaal blij met onszelf omdat we de kaart gewoon goed lezen.
Na een paar graatjes dalen we af. Ergens komen we in een bos. We zien een spoor van bloed hier en daar. Kim liep niet zo ver voor ons. Inderdaad, we halen haar bij en ze bleek een bloedneus te hebben. Toch geen beren of wolven op het parcours, je weet het maar niet.
Als we toch al een eind door het bos zijn zien we een bordje en op de kaart lijkt het of we voorbij de afslag van post 1 zijn gelopen. We gaan met z’n drieen terug. Lopen nog een km of 1.5 terug en dan check ik de gps. Shit we waren er toch nog  niet voorbij. Weer terug en daar vinden we het zijpad en Marion en herald. We worden verwend met lekkers en vullen onze rugzakken en vooral water. Het is al bloedheet. Er staat totaal geen wind en er zijn enorm veel dazen. Zodra je stil staat wordt je werkelijk opgevreten. 
We gaan weer verder na de goede zorgen, onbetaalbaar. Het bos door en we klimmen en klimmen. Na een huisje moeten we links naar boven. Weg pad. We komen in een rotsveld terecht. We herhalen de woorden van Alke, ‘ hier volg je de logische lijn’ . Hm zegt Mirjam, ik ben de logica al lang kwijt. Ik beaam het. We klauteren naar boven, eindeloos. Ver weg zien we twee stipjes. Huh? Wandelaars? Wat doen die gekken daar? Gelukkig blijken het later Jorien en Linda te zijn. Die hebben de mooiste spot ever gevonden voor aanmoediging en een flesje water en een tukje (met 42 gaatjes) . Uiteindelijk bereiken we de graat, Cime de Piron . Maar man man man wat is dat mooi. Onwaarschijnlijk uitzicht om je heen. Uitzichten vlak bij maar ook de Mont Blanc in de verte. Te mooi om uit te leggen. We lopen over hele smalle graatjes en kunnen alleen maar stil zijn en af en toe zeggen dat je op een stukje uit moet kijken omdat het heel smal is. Foto’s maken en realiseren dat we bevoorrecht zijn dat we dit kunnen en mogen doen.
Tot we weer bij de afdaling komen. Huh, waar kunnen we nu toch naar beneden? We zien de chalets de lens beneden. Maar hoe daar te komen is nogal een uitdaging. Uiteraard kiezen we het verkeerde stuk en hangen aan rotsen en kliffen. Net iets te veel naar rechts blijkt later.
We komen al kreunend en steunend beneden. En daar is een waterbak, oh happy times!!
Koud water over ons, drinkwater en we zijn gelukkig. Wat een bak koud bergwater niet kan betekenen.
We dalen af en vinden uiteindelijk een pad. Bloedheet weer. Veel bloemen en gras. Veel wegglijden. We beloven onszelf een ijsje als we bij het meer van Mondtriond komen, en koude cola! Als we het laatste stuk afdalen horen we Alke. Die roept ons al toe. We stoppen even, halen een ijsje. Extra koude cola in de rugzak. Voeten luchten en off we go.
Alke zegt nogmaals dat we echt goed op moeten passen op het stuk waar we heen gaan. Een soort pad wat een voet smal is en als je daar gaat glijden ga je echt glijden. We beloven het. Vol goede moed gaan we verder. We weten dat we dit gaan fixen. We voelen ons goed en hebben er gewoon ook nog zin in. Ondanks dat we al een halve dag lopen.
We komen in een bos. Het wordt steiler en steiler. We kunnen geen pad vinden. We dwalen en dwalen. Links en rechts. Op handen en voeten soms omhoog. De gps kan de signalen niet vinden en daar hebben we dus ook niets aan. We vloeken en je moet alle zeilen bijzetten om rechtop te blijven staan. Tijd voor een mini break met de reserve koude cola en een snicker. Al vloekend moeten we dan ook nog erg lachen. Man, wat een klotebos. Uiteindelijk heb ik al twee x een stuk getraverseerd die eigenlijk veels te steil is, als je daar gaat ga je echt. We komen er achter dat we toch dat stuk moeten hebben. Dus nog hoger traverseer ik het weer.
En dan gaat het mis. Ik ben voorzichtig, steek mijn stokken in. En ik glij toch weg. Probeer het tegen te houden maar ik voel dat het helemaal mis gaat. Ik probeer mijn handen in de helling te grijpen maar niets houdt vast. Het is een dek met bladeren en stenen.
Mijn snelheid neemt toe en mijn hoofd is heel scherp, ik hoor en zie alles. Ik denk na hoe te stoppen in 2 seconden maar het lukt gewoon niet. De snelheid is zo hoog. Mirjam ziet mij verdwijnen. Ze ziet mij eerst gaan glijden en dan verdwijn ik in de diepte. Ik zie een soort rotsverhoging voor mij en wordt gelanceerd. Ik hoor mijn eigen stem – een gekreun van de klap- nog een keer. Ik hoor alles uit mijn rugzak vliegen. En ik hoor overal stenen glijden.
En waarschijnlijk doordat ik over de rots ben gegaan is mijn lijf gedraaid en kom ik ergens tot stilstand. Even lig ik stil. Ik zie een boom een stukje lager en kruip erheen.
Daar omderzoek ik mijzelf. Ik ben ervan overtuigd dat ik dingen gebroken heb. Bloed op benen en armen. Ik check mijn polsen want daar zie ik wonden. Na een korte inspectie lijkt het erop dat er niets gebroken is. Ik ga staan, trillend op mijn benen. Ik ben ok geloof ik. Ik roep naar boven, naar Mirjam. Dat ik ok ben. En dat ze heel voorzichtig via de zijkant moet komen. Geen haast voordat ze ook gaat glijden.
Ik wacht en inspecteer nog wat. Grote schaafwonden op heup, bovenbeen, scheenbeen en armen. Met name aan de rechterkant. Ook op mijn buik zitten schaafplekken, mijn rugzak heeft mijn rug beschermd. Mijn thorax is wel erg gevoelig, al mijn ribben doen zeer. Ik zie overal wat dingen liggen. Mijn garmin en kaart liggen in de buurt. Een fles en nog wat losse dingen. Mijn zonnebril zie ik niet, ik laat het zo. Het is niet het moment om te zoeken. Mirjam vind mijn stokken en neemt die mee op de weg naar beneden. We omhelzen elkaar even als ze mij bereikt, dit had heel anders af kunnen lopen. Dat oude lijf is nog best flexibel is onze conclusie. We dalen stapje voor stapje af. Van boom naar boom. Mirjam voorop en ik haar kielzog.
Als we wat lager zijn app ik Alke . Die belt gelijk en weet precies waar we zijn en waar het mis is gegaan. We spreken af dat wij naar de weg lopen en dan pikt Tim ons daar op. We zijn nl vlak bij post 2 . Een half uurtje later zijn we bij de weg en stappen we in de auto.

Einde EMI2017. 41 km en 3900 hoogtemeters. Het had 84 en 8700 hm moeten zijn!  Fuck, we gingen zo goed en waren zo zelfverzekerd dat we het gingen fixen! Dit was niet de bedoeling. Tegelijkertijd beseffen we wat een geluk ik heb gehad.

Risico’s die we zelf nemen en dan kan het soms mis gaan. Dat hoort erbij. En zeg nu zelf, je kunt alleen maar uitstappen in een EMI als je zo gehavend bent als ik nu. Anders is er geen excuus, toch?  Nu wonden likken en een plan maken voor 2018. Drie x is scheepsrecht. De EMI wordt een obsessie zo. Maar eerst weer op de lijst zien te komen om uberhaupt mee te kunnen doen. Mirjam en ik zijn ervan overtuigd, wij kunnen die emi finishen. Verleden jaar was Mirjam niet fit. Dit jaar crash ik. Volgend jaar moet het lukken!

It isn’t a race, really. It’s a story. 

Nb- thomas wint de race in een kleine 19 uur, bizar snel. Susan wint hem bij de vrouwen, oersterk! Er finishen 15 lopers van de 28. Best een goed gemiddelde. Reden voor Alke om misschien een drinkpost eruit te halen? Of een graatje meer erin? Moet niet te makkelijk worden!

This entry was posted in Trail Wedstrijden, Trailrunning. Bookmark the permalink.

One Response to De EMI 2017 – we zouden gaan finishen…..

  1. jacolien says:

    Shit, je weet het wel spannend te maken zeg! Ik zit lekker ontspannen je verhaal te lezen, keuveldekeuvel, genieterdegeniet, en opeens recht op m’n stoel – al begreep ik natuurlijk al dat je het er op z’n minst levend hebt afgebracht…
    Nou, goh, gelukkig dat het zo goed is afgelopen! En die uitnodiging voor volgend jaar staat dit vast niet in de weg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>