L’Echappee Belle – een pareltje die je sloopt tot op het bot

144 km en 11000 hoogtemeters. Erg technisch terrein, altijd lastig om in te schatten wat je dan echt moet verwachten. Op het prikbord hing tussen de info een notitie. Vermenig je normale tijd met 1.5 tot 2 keer. Zo technisch dus. Dan kom je rond de 50 uur uit. De Tijd die je hebt is 54 uur. Met een gevoel van ik weet het niet precies, ik zie wel wat we tegenkomen ging ik op weg.
image
Om 6 uur in de morgen in het bijna stille dorp Vizille worden we na 10 seconden aftellen weg geschoten. Slaperige hoofden die in beweging komen. Ik heb niet echt een plan maar wil wel als het gaat voor het donker voorbij km 50 zijn. Er komen tussen de start en 50 km drie hele lastige passages en die wil ik graag gedaan hebben voor het donker.image
We starten op 290 meter en klimmen naar 1632 waar de eerste post is – 17 km verder.
Een deel is serieus steil. Bijzonder ook hoe warm het al is in de vroege morgen. De warmte is blijven hangen in het bos.
Maar ik loop lekker door en kom na 2.50 uur al aan op de post, dit tot de verbazing van Jeanet want die verwachtte mij later. Bijvullen en weer op pad. Ik zal Jeanet pas weer zien op 60 km, bij de rest kan ze niet komen. Ik ben alleen.
We zijn uit het bos en klimmen verder. Col de la Botte (2152), dalen en weer klimmen naar Col de la Pra (2171). In een hut is een post en ik eet en drink. Het is warm, erg warm. Ik drink en vul onderweg water bij in ieder stroompje wat ik zie en maak mijn hoofd en nek nat.dat zou ik twee dagen lang doen bij ieder stroompje.
Op naar het hoogste punt van de wedstrijd, Croix de Belledone ( 2926).
Ondertussen ben ik mij al uren aan het verbazen over de schoonheid van het parcours, omgelooflijk ruig en rauw. Ik passeer het ene na het andere meer zoals Lac David en Lac Robert. Het terrein wordt zwaarder en zwaarder. Rotsen, puinvelden en nog meer rotsen. Klimmen en klauteren naar boven. Afdalen is soms hachelijk. Dit is een vak apart, als je enige angst hebt ben je eruit. Ergens onderweg zat een man op een steen. Hoofd in zijn handen en ik vroeg of hij ok was. Kleine waterige ogen keken mij aan en hij zei alleen maar, ik kan niet meer. Ik moedigde hem aan om verder te gaan, maar wist dat hij het niet ging halen. En zo zou ik nog veel lopers in die toestand zien inclusief mijzelf.
Ondertussen tikt de tijd door en heb je ergens de deadlines in je achterhoofd. Maar ik was nog goed, mijn benen deden wat ze moesten doen. Ondanks dat sloopt het parcours je, het is zo zwaar en je krijgt echt geen km om te herstellen. Constant volle concentratie omdat je anders op je plaat ligt. Zo klom ik verder naar Croix de Belledonne.
Een plek om even te zitten en te genieten van het uitzicht. Adembenemend! Ik eet wat en daal weer af. Als je dacht dat je zwaar terrein had gehad, nou dan werd dit pas echt zwaar.
In het roadbook geeft men kleuren aan, paars is tres delicat, zwart is tres difficil en rood is difficile. Alles is een van deze kleuren, 30 km lang. Paden vindt je niet wel rotsblokken die wankelen, alles steil, zowel naar boven als naar beneden.
imageIk klim en daal over die absurde stukken, Col de Freydane, col de la Mine de Fer, Breche Fendue en kom uiteindelijk uit bij Pas de la Coche.
45 km. Daar staan Yvette en Thieu al van ver te schreeuwen. Ze zijn op vakantie in het gebied en komen aanmoedigen, ontzettend leuk! We kletsen, ik eet een soep en trek mijn schoenen uit. Ik voel drukplekken en inderdaad zie ik twee bloedblaren. Ik prik ze door. Maar heel veel tijd heb ik niet want er komt nog een heel lastig stuk aan en het is rond half 7 in de avond. Ik wil erdoor zijn voor het donker.
Op naar Col de la Vache(2560). Weer een absurd stuk. Ik vraag me af waarom je het nu zo technisch wilt maken. Is er dan nergens een grens? Mogen we dan niet ergens herstellen? Gewoon, omdat het kan en we het verdiend hebben. Nee, geen optie. De parcourmakers hadden een missie, zwaar, zwaarder, zwaarst.
Samen met twee andere lopers in de buurt gaan we de pas over en er volgt weer een tob afdaling. Als ik nog dacht dat afdalen mijn sterke punt was, nou niet hier, niet in dit terrein.
Er volgt een prachtig stuk langs de 7 meren en in het schemerlicht is het magisch om te zien.
Er loopt bijna een grote steenbok tegen mij aan, ik schrik me rot en hij ook. De andere twee rennen weg voordat ze bij mij zijn.image
Weer zo’n moment dat je ineens zo intens gelukkig kan zijn om hier te lopen. Die momenten houden je in een race zoals dit. Er volgen wat kleine klimmetjes en dan kan ik zomaar ineens een stuk rennen. Ik ben op weg naar de grote post, Station du Pleynet. Jeanet is daar en ik zie er naar uit. Maar het lijkt eindeloos lang te duren voor je er bent, je ziet het van ver liggen, de lichtjes schreeuwen mij toe. En vervolgens wordt ik naar de andere kant geleid en moet ik eerst nog een grote lus maken. Maar uiteindelijk kom ik er.
61 km en bijna 5000 hoogtemeters verder. Ik ben een uurtje of 17 onderweg. Ik zit ruim voor de deadline en hoef me daar in ieder geval geen zorgen over te maken. Wel vraag ik me af of het te doen is om nog eens zo’n afstand en zoveel hm te maken in hetzelfde terrein.
Samen met jeanet eet ik een bord spaghetti. Ik vertel wat ik gedaan heb, over hoe bizar lastig het parcours is en hoe even zo bizar mooi het parcours is.
Mijn blaren lijken weer vol gelopen te zijn en we lopen langs de ehbo post. Daar word ik onderhanden genomen door twee jongens. Ze nemen de tijd en ik denk, hup schiet eens op. Wat zijn ze toch allemaal aan het doen? Ik had al van 100 man de blaren doorgeprikt.
Uiteindelijk plakken ze het af op een vreemde manier en ik denk dat het daar vooral is mis gegaan qua blaren. Les geleerd- voortaan doen we zelf de blaren en tapen het af.
Hoe dan ook, ik ga verder. Jeanet gaat naar de volgende post en slaapt daar in de auto.
Over 19 km is pas weer de volgende post.
Wat dalen en klimmen naar Montagne de Tigneux (2000). Het is nacht en volle maan. Nog steeds warm. Ik loop gewoon in korte broek en shirt. En ik zweet me nog rot met klimmen. Twee nachten lang in een shirt, zelfs boven de 2000 meter, zo warm was het. Mijn voeten zijn gevoelig, soms minder en soms meer, vooral de losse stenen maken het afdalen met imageblaren lastig.
Af en toe kijk ik eens op het kaartje hoe hoog ik moet klimmen maar soms wordt ik daar ook gek van. Dan lijkt het of je alleen moet afdalen en ben ik toch echt aan het klimmen.
Uiteindelijk kom ik aan bij de post op 80 km. Nergens jeanet te bekennen. Ik bel. Ze had me nog lang niet verwacht, ik ben voor de verwachte tijd voorspeld door organisatie.
Ik probeer daar nog even te slapen. Maar zodra ik lig krijg ik een soort spasmes op mijn bovenbenen. Alsof mijn benen denken dat ze nog hard aan het werk zijn. Het lukt niet en ik geef het op.
Jeanet had vla, tomaten en peentjes geregeld, lekker! Weer wat anders. Het eten bij de posten is hetzelfde en komt mijn neus uit. Ook heb ik al weet ik hoeveel zakjes appelmoes op onderweg.
Ik ga verder en voorzichtig komt de zon op. Goede timing want er volgt wederom een hachelijke klim en afdaling naar Col de Moretan (2503).
Dat ik die in het licht kan doen is fijn. Eindeloze steenvelden, een pad maak je zelf of kies je zelf. Stukken op handen en voeten en uiteindelijk kom ik boven, kapot. Mijn voeten branden en doen zeer. Het uitzicht op de Col de Moretan is fantastisch, ik ben nog niet zo ver heen dat ik dat niet waarneem. Ik maak nog steeds fotos en dat is een goed teken. image
Ik klets met wat vrijwilligers en neem de omgeving in mij op.
Dan volgt er een bizar steile en smalle afdaling. Er hangen touwen en ik gebruik ze allemaal. Ik daal achterstevoren af. Een andere vrouw kijkt eens naar me, wacht en denkt, dat is zo gek idee nog niet. Samen dalen we achterstevoren af terwijl langs ons de top van de 85 km naar beneden rennen. Hoe doen ze dat toch?
We eindigen in sneeuw en ijsvelden. En dalen verder over onbegaanbaar terrein zou je normaal zeggen. Maar vandaag is het begaanbaar. Ik heb zo veel keer gedacht, hoe moeten we nu door die pas, dat gaat niet. Maar steeds kwamen we boven over wat onbegaanbaar terrein leek.
Dus ook nu lukt het. Voor ik bij station super Collet ben moet er nog geklommen worden.
We lopen een skipiste op, het is daar zo bloedheet dat het bijna niet te doen is. Ik moet mijzelf toespreken om niet te worden bevangen door de warmte. Ik ben niet de enige. Iedereeen stopt om de paar meter, sommige gaan ergens liggen. Het lijkt wel een zombiefilm.
Ergens is ook daar weer de top en we dalen af naar de grote post.
Dat is ongeveer 1 groot slagveld. Bussen vol lopers worden afgevoerd. Uitgestapt. Zowel 144 km lopers als 85 km lopers. Gesloopt door het parcours. Ik ben nog steeds een paar uur voor de deadline dus het is allemaal vrije keus dat mensen stoppen.
Mijn voeten zien er niet uit. Op de randen van de behandelde blaren zitten nu nog meer blaren. Het verband is opgeruld en heeft nog meer ellende veroorzaakt. Jeanet prikt ze deskundig door en plakt hier en daar compeed. Ik wil mijn andere schoenen aantrekken maar kom er niet meer in. Te dikke voeten.
Uiteindelijk zal ik vertrekken met de schoenen van jeanet aan, 1 maat groter maar het zit goed, de salomon3d.
Ik ben op het 100 km punt en ben er wel klaar mee. Kai komt nog even kletsen, die is ook gestopt daar en hij heeft een biertje in zijn handen. God, wat zou dat nu lekker zijn zeg!
Jeanet voelt mijn gemoedtoestand en zegt niets. Maakt mijn rugzak op orde en propt wat eten in me. Met tegenzin sta ik op en ga ik verder.
Op naar Col de Claran (1944). Ik probeer in mijn hoofd orde te scheppen. Hofstede zeik niet, je hebt zo’n roteind al gelopen, nu loop je het uit. Je hebt bijna alle lastige passages gehad, jeanet is niet voor niets twee nachten in de weer, je wilt toch ultras lopen en zo probeer ik in balans te komen.
De laatste technische passage volgt. De Col de Arpingon, ik loop ineens weer sterk. Tenminste mijn blaren doen minder pijn. En ik merk dat ik dan gelijk een stuk rapper daal.
Want het is duidelijk dat ik gewoon sterk ben, tuurlijk zie ik af maar mijn bovenbenen zijn echt nog goed. De uitbetaling van de vele hoogtemeters dit jaar.
imageIk kom bij de post aan op 112 km, Val pelouse. Geen jeanet, wederom ben ik ineens veel sneller dan verwacht. De held springt uit de auto en zorgt weer voor me. Wat een topper is ze toch! Ik knikkebol wat op een bankje en een vrijwilliger zegt, ‘ we hebben wat bedden’ . Ik ga even liggen in de koeiestal en probeer een half uurtje te slapen. Wederom willen mijn benen niet rustig worden. Bovendien lijken mijn voeten ineens te ontploffen en kloppen van de pijn.
Poging mislukt, dan maar weer verder. Hoofdlamp op met nieuwe batterijen. En ik ga de nacht weer in. Godallemachtig er volgen nog 4 collen. Col de Perriere, Col dela Perche, grand Chat en col Du Champet. Op zich klim ik goed, niet perse heel lastig terrein en met de volle maan tof om te zien! Mijn hoofdlamp begint vreemd genoeg te knipperen, batterij bijna leeg. Wtf, er zitten net twee nieuwe batterijen in. Ik zet hem uit en loop in het maanlicht.
Ik wordt overmand door slaap en trek mijn jasje aan en ga liggen. Kijken of ik zo een powernap kan doen. Ik slaap denk ik 5 minuten, beter iets dan niets.
Maar dan gaan we dalen, in het bos en ik heb nog zo weinig licht dat ik haast geen zak meer zie. Het kleine bundeltje licht moet ik gebruiken om de reflectoren te zien voor de route. Dat valt niet mee. Er is haast niemand in de buurt. Ik haal een vrouw in van de 85 km en blijf er bij. Maar ze gaat zo langzaam dat ik er gek van word. Dus ik ga verder. Zo daal ik eindeloos lijkt wel. Turend in het donker met een mini lichtje. Dan kom ik een man tegen waar ik al eerder mee heb gelopen en hij heeft nog 1 batterij! Zo dat scheelt een stuk, ik zie weer wat. Dalen lijkt wel eindeloos, mijn blaren doen echt pijn en ik probeer het uit te schakelen. Uiteindelijk lijken we in de bewoonde wereld te komen maar lijkt het net of we een rondje rennen. Raar stuk, wat asfalt en plots lopen we een paar km verkeerd met een paar. Ik raak geirriteerd, wat een klote stuk zeg. Alsof je rondjes rent om km’s te maken. Ik kan de logica niet zien hoe we lopen. Bijzonder genoeg hebben we met z’n drieen dat gevoel. Maar uiteindelijk komen we dan toch bij de laatste post, Les granges.
Jeanet neemt mijn voeten weer onderhanden, prikt nog eens een paar blaren door en vol afgrijzen kijken sommige naar mijn voeten. Ik zie ondertussen na 48 uur scheel van de slaap. Voeten zijn weer ingepakt en ik ga op een stretcher liggen, toch even proberen. Ik slaap toch een klein kwartiertje. Riep zelfs in mijn slaap nog om Nike, mijn rode kater, vertelde jeanet.
Het is half 7 in de tweede morgen, weer licht en er liggen nog 14 km’s voor mij om deze monsterrace te finishen. Ik krijg het ineens op mijn heupen. Nog 5 uur voor ik binnen moet zijn, dadelijk haal ik het niet. En ben ik eruit vlak voor de eindstreep, dat zal toch niet!
Het begint met een klim en ik stoemp naar boven. Toch weer 500 hoogtemeters. Ik haal lopers in, zelfs 85 km lopers. Stelletje sissies denk ik en pep mijzelf op. Dit stuk is na de klim goed te rennen. Ik ren en ben een van de weinige die nog rent. Pijn doen mijn voeten toch kan ik maar beter snel bij de finish zijn. Uiteindelijk zie ik dan daar het bordje van aiguebelle. En daar staat jeanet, nog 400 meter roept iemand. Wat is 400 meter nu nog na 144 km op een parocurs als dit. Peanuts!
Ik ben dit stuk weer rap, 45 minuten eerder dan de computer voorspelde.image
Ik ga onder de boog door en trek aan de grote koeienbel die er hangt. Voor alle finishers de eer om die te laten klinken. Blij, kapot en lichtelijk euforisch, ik ben gefinisht.
Stella en Roman komen mij feliciteren. Roman finishte erg sterk en stella moest helaas uitstappen.
imageGeen km kreeg je voor niets, een ongelooflijk zware wedstrijd, serieus technisch, absurde klimmen en afdalingen. Niets was gelogen, 1.5 a 2 keer je trailtijd is heel reëel.
Ik heb sterk gelopen ondanks dat ik ook naar de klote ben gegaan, heb gedacht aan stoppen en ander trailleed. Maar als ik geen blaren had gehad denk ik dat vele uren eerder was geweest.
Niet dat het uitmaakt maar het bevestigt mijn overtuiging hoe je moet trainen voor wedstrijden als dit. Km’s maken in de bergen, hoogtemeters maken, dalend en klimmend. Al die km’s op asfalt, zinloos.
Verder is mijn andere overtuiging weer bevestigt. Zulke wedstrijden win je samen, als team.
imageAls jeanet er niet geweest was dan had ik veel en veel dieper moeten gaan, misschien had ik wel gestopt. Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat als je afstanden als dit loopt het een groot verschil maakt als er iemand is die dicht bij je staat. Die met je meedenkt, voor je zorgt, die zorgt op een bepaalde manier dat je blijft lopen. Bovendien is het ook ontzettend mooi om dit samen te doen. Overigens niet te onderschatten want ook diegene slaapt haast niet. Rijdt over onmogelijke routes en race’t in feite mee alleen op een andere manier.
L Echappee Belle – een sluipmoordenaar, die als je niet oppast je kapot maakt.
Loodzwaar maar ongelooflijk mooi, een van de mooiste wedstrijden die ik heb gelopen, vooral de eerste 80 km is van ongekende schoonheid. Oneindige toppen en evenzoveel meren.
Alleen daarom al een aanrader. Maar je moet echt wel ervaring hebben op lange afstanden en in technish terrein gelopen hebben. Zo niet, begin er niet aan anders haal je het zeker niet.
De organisatie is top, goed georganiseerd, ontzettend aardige vrijwilligers overal. Goed uitgezet. Posten waren wat eenzijdig qua eten maar niets te klagen. Tussendoor stond men soms met extra water. niets dan lof voor zo’n proffesionele organisatie! En bijna onvoorstelbaar dat dit pas de derde editie is.
Nu nog de briefing en het roadboekje in het engels dan zijn de buitenlanders ook blij.
Deze wedstrijd gaat de boeken in als de zwaarste en mooiste ooit. Gelukkig loop ik nooit twee dezelfde wedstrijden want als ik het nog eens zou doen en weet wat ik nu weet. Pooh, dan weet ik niet of ik dit nog eens kan fixen!

Dan de cijfertjes, om de zwaarte van deze race aan te geven hoef je eigenlijk alleen maar de cijfers te zien. Van de 475 starters kwamen er 193 over de finish. Dat is bijna 60 procent uitvallers. Ik werd 160ste en 10de vrouw. Van de 35 vrouwen waren er maar 12 die de finish haalden. Do I need to say more???

This entry was posted in L' Echappee Belle, Trailrunning and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to L’Echappee Belle – een pareltje die je sloopt tot op het bot

  1. Pingback: 2015-08-29 Echappée Belle 85km 6000D+ | Lekker Weg

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>